ALARMSYSTEEMSET, SMART SIREN
J008762009-08-14
ALGEMEEN
Setnummer
68328-02
Modellen
Voor modelgerelateerde informatie, raadpleegt u de P&A-catalogus of het gedeelte Parts and Accessories (onderdelen en accessoires) op www.harley-davidson.com (alleen Engelstalig).
Vereiste aanvullende onderdelen
De motorfiets moet af fabriek zijn uitgerust met een Harley-Davidson®-alarmsysteem, voordat deze set kan worden geïnstalleerd. Raadpleeg de P&A-catalogus of de rubriek Onderdelen en Accessoires op www.harley-davidson.com (alleen Engels) voor beschikbare alarmsystemen en modelgerelateerde informatie.
Vereiste gereedschappen en materialen
WAARSCHUWING
De veiligheid van de berijder en de passagier is afhankelijk van de correcte montage van deze set. Volg de juiste stappen uit de servicehandleiding. Als u niet zeker weet of u de procedure correct kunt uitvoeren of als u niet beschikt over het juiste gereedschap, laat de installatie dan over aan een Harley-Davidson-dealer. Incorrecte montage van deze set kan ernstig of dodelijk letsel tot gevolg hebben. (00333b)
OPMERKING
Raadpleeg informatie in de servicehandleiding voor montage bij sommige modellen. Voor deze montage kan een servicehandleiding voor uw model motorfiets zijn vereist. Deze is verkrijgbaar bij een Harley-Davidson-dealer.
Setinhoud
VOORBEREIDING
1. Raadpleeg STROOMUITVAL in de gebruikershandleiding en volg de instructies om te voorkomen dat het alarmsysteem de sirene activeert.
WAARSCHUWING
Om te voorkomen dat de motor per ongeluk start, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg, moet eerst de minkabel (-) van de accu worden losgekoppeld. (00048a)
WAARSCHUWING
Om te voorkomen dat de motorfiets per ongeluk start, met ernstig of dodelijk letsel tot gevolg, moet eerst de hoofdzekering worden verwijderd. (00251b)
2. Bij alle modellen behalve Touring van 2002 en 2003 en Softail van 2003 en later: Raadpleeg de gebruikershandleiding en volg de instructies om de accu los te koppelen, de minkabel (-) eerst of de hoofdzekering te verwijderen. Bij Touring-modellen van 2002 en 2003 en Softail-modellen van 2003 en later: Verwijder het zadel volgens de instructies in de servicehandleiding en koppel de accu los, te beginnen met de minkabel (-). Bewaar alle bevestigingsmaterialen van het zadel voor later gebruik.
MONTEREN
VRSCA-, VRSCB- en VRSCD-modellen van 2002 t/m 2006
1. Open het zadel.
2. Zie Afbeelding 1. Verwijder de moeren van het spatscherm (spatlap).
3. Zie Afbeelding 2. Verlaag de spatlap vanuit de geïnstalleerde positie en laat het rusten op de achterband.
WAARSCHUWING
Tijdens het uitvoeren van servicewerkzaamheden aan het brandstofsysteem is roken verboden en zijn open vuren en vonken in de nabijheid niet toegestaan. Benzine is uitermate ontvlambaar en zeer explosief, wat ernstig of dodelijk letsel tot gevolg kan hebben. (00330a)
4. Verwijder de brandstofdop en de brandstofvulmond. Bewaar de vulmond voor de montage. Plaats de brandstofdop.
OPMERKING
Zie Afbeelding 3. De connector van de sirene is een 3-draadsconnector, die niet moet worden verward met de 2-draadsconnector (3) die aan de draadboom is gebonden (behalve op uitvoeringen voor Californië).
5. Zie Afbeelding 3. Bepaal waar de connector van de alarmsirene (2) zich bevindt, aan het einde van de draadboom die om de bovenkant van de brandstoftank is gewikkeld. Ontkoppel de brandstofpomp en de zenderconnector (1) zodat de connector van de alarmsirene loskomt. De beschermkap en de kabelbinder op de connector van de alarmsirene kunnen worden weggegooid.
6. Zie Afbeelding 4. Leid de draadboom van de sirene van onder de rechterkant van het spatscherm uit. Neem de sirene (1) uit de set en steek connector [142B] (2) in het sirenecontact, totdat de connector stevig vergrendeld is.
7. Terwijl de geluidschijf (3) naar de spatlap gericht is, positioneert u de sirene op de spatlap zoals getoond in Afbeelding 5. Bevestig de sirene (1) aan de bestaande klittenbandbevestigingen (haakjes) op de spatlap met de bijbehorende klittenbandbevestiging (lusjes) met gladde achterkant (2) uit de set.
8. Monteer de spatlap aan de onderkant van het spatbord. Plaats de moeren van de spatlap en haal aan tot 8–12 N·m (70,8–106,2 in-lbs). Verwijder de brandstofdop. Breng de brandstofvulmond aan. Plaats de brandstofdop.
Afbeelding 1. Verwijder de moeren van de spatlap (VRSCA/B/D-modellen van 2002 t/m 2006)
Afbeelding 2. Breng de spatlap omlaag (VRSCA/B/D-modellen van 2002 t/m 2006)
1Brandstofpomp en zenderconnector
2Connector van de alarmsirene [142B] hieronder
32-draadsconnector [95B]
Afbeelding 3. Bepaal waar de connector [142B] zich bevindt (alle VRSC-modellen van 2002 t/m 2006) (afgebeeld met verwijderde brandstofdop en vulmond)
MEDEDELING
Let er bij het sluiten van het zadel op dat de contactsleutel in de stand BRANDSTOF staat. Indien het contact in een andere stand staat, kan het vergrendelingsmechanisme van het zadel beschadigd raken. (00196a)
9. Raadpleeg de gebruikershandleiding en volg de instructies om het zadel te sluiten.
OPMERKING
Controleer of de contactsleutelschakelaar in de stand OFF (uit) staat voordat de hoofdzekering wordt geplaatst.
10. Bevestig de hoofdzekering volgens de instructies in de gebruikershandleiding.
1Sirene
2Connector [142B]
3Geluidschijf
Afbeelding 4. Monteren van de sireneconnector (alle VRSC-modellen van 2002 t/m 2006)
1Sirene
2Klittenbandbevestiging (lusjes) met gladde achterkant (uit set)
3Klittenbandbevestiging (haakjes) (2, op het voertuig)
Afbeelding 5. Bevestig de sirenebox (VRSCA/B/D-modellen van 2002 t/m 2006)
VRSCR-modellen van 2006 en 2007
1. Open het zadel.
WAARSCHUWING
Tijdens het uitvoeren van servicewerkzaamheden aan het brandstofsysteem is roken verboden en zijn open vuren en vonken in de nabijheid niet toegestaan. Benzine is uitermate ontvlambaar en zeer explosief, wat ernstig of dodelijk letsel tot gevolg kan hebben. (00330a)
2. Verwijder de brandstofdop en de brandstofvulmond. Plaats de brandstofdop.
OPMERKING
De connector van de sirene is een 3-draadsconnector, die niet moet worden verward met de 2-draadsconnector (3) die aan de draadboom is gebonden (behalve op uitvoeringen voor Californië).
3. Zie Afbeelding 3. Bepaal waar de connector van de alarmsirene (2) zich bevindt, aan het einde van de draadboom die om de bovenkant van de brandstoftank is gewikkeld. Ontkoppel de brandstofpomp en de zenderconnector (1) zodat de connector van de alarmsirene loskomt. De beschermkap en de kabelbinder op de connector van de alarmsirene kunnen worden weggegooid.
4. Zie Afbeelding 6. Verwijder de geflensde zeskantmoer (2) en platte onderlegring (3) waarmee de passagierszadel (1) is bevestigd en verwijder de zitting.
1Passagierszadel
2Geflensde zeskantmoer
3Platte onderlegring
Afbeelding 6. Verwijder het passagierszadel (VRSCR-modellen van 2006 en 2007)
5. Zie Afbeelding 7. Verwijder de vier zeskantige bouten (2) en afstandsringen (3) waarmee het achterste buitenspatbord (1) is bevestigd. Verwijder het spatbord door deze terug te schuiven en omhoog te brengen.
6. Zie Afbeelding 4. Leid de draadboom van de sirene van onder de rechterkant van het spatscherm uit. Neem de sirene (1) uit de set en steek connector [142B] (2) in het sirenecontact, totdat de connector stevig vergrendeld is.
7. Zie Afbeelding 8. Houd de geluidschijf (2) naar buiten gericht en klem de sirene (1) op de spatlap (3) zoals afgebeeld.
OPMERKING
Zorg dat u de lippen van het buitenste spatbord goed vastzet op de borglippen van het binnenste spatbord.
1Achterste buitenspatbord
2Zeskantige bout (4)
3Afstandsring (4)
Afbeelding 7. Bevestigingen van het spatbord (VRSCR-modellen van 2006 en 2007)
1Sirene
2Geluidschijf
3Spatlap
Afbeelding 8. De sirenebox vastzetten (VRSCR-modellen van 2006 en 2007)
8. Monteer het achterste buitenspatbord door de lippen op de voorkant van het spatbord in de gleuven op de borglippen van het binnenste spatbord te schuiven.
9. Duw het buitenste spatbord voorzichtig omlaag om het spatbord tegen het frame aan te drukken.
10. Plaats de vier bouten en platte onderlegringen aan de buitenzijde van het spatbord en haal aan tot 4,5–7,5 N·m (40–66 in-lbs).
11. Monteer het passagierszadel met de geflensde zeskantmoer en platte onderlegring die u eerder verwijderd hebt. Haal de schakelaar aan tot 20–25 N·m (15–19 ft-lbs).
12. Verwijder de brandstofdop. Breng de brandstofvulmond aan. Plaats de brandstofdop.
MEDEDELING
Let er bij het sluiten van het zadel op dat de contactsleutel in de stand BRANDSTOF staat. Indien het contact in een andere stand staat, kan het vergrendelingsmechanisme van het zadel beschadigd raken. (00196a)
WAARSCHUWING
Trek het zadel na de montage even omhoog om er zeker van te zijn dat het in de positie is vergrendeld. Tijdens het rijden kan een loszittend zadel verschuiven, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00070b)
13. Raadpleeg de gebruikershandleiding en volg de instructies om het zadel te sluiten.
OPMERKING
Controleer of de contactsleutelschakelaar in de stand OFF (uit) staat voordat de hoofdzekering wordt geplaatst.
14. Bevestig de hoofdzekering volgens de instructies in de gebruikershandleiding.
VRSCA-, VRSCD-, VRSCF-modellen van 2007 en later
1. Open het zadel.
2. Verwijder de bevestigingsmoer en de onderlegring links voor van het passagierszadel (duozit). Verwijder de paspen rechts voor van het bestuurderszadel.
3. Schuif het passagierszadel iets naar voren om het los te maken van het montagelipje op het spatbord en schuif het daarna naar achteren onder de steunriem uit. Til het zadel van de motorfiets af en zet deze tijdelijk ergens anders neer.
1Hoofddraadboom
2Connector alarmsirene [142B]
3Sirene
4Geluidschijf
Afbeelding 9. Bevestig de sirenebox (VRSCA-, VRSCD-, VRSCF-modellen van 2007 en later)
4. Zie Afbeelding 9. Kijk waar de 3-draadsconnector van de alarmsirene [142B] (2), aangesloten op de draadboom (1) die langs de TSSM-montagecaddy loopt, zich bevindt. Maak de connector en draden los door de tape door te snijden.
5. Steek de sireneconnector [142B] in het sirenecontact totdat de connector goed op zijn plaats is vergrendeld.
6. Houd de geluidschijf (4) naar buiten gericht en klem de sirene op de TSSM-montagecaddy zoals afgebeeld.
7. Maak indien nodig de stekkerbedrading met een kabelbinder vast aan de bestaande bedrading (niet bijgeleverd).
8. Schuif het passagierszadel onder de steunriem en druk het montagelipje op het spatbord in de gleuf aan de onderkant van het zadel. Voorkom dat de draadbomen afgekneld raken onder het frame van het passagierszadel.
WAARSCHUWING
Trek het zadel na de montage even omhoog om er zeker van te zijn dat het in de positie is vergrendeld. Tijdens het rijden kan een loszittend zadel verschuiven, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00070b)
9. Bevestig het passagierszadel op de motorfiets met de paspen van het bestuurderszadel rechts voor en de bevestigingsmoer en onderlegring van het zadel linksvoor. Haal de moeren aan tot 11–17 N·m (97–150 in-lbs).
OPMERKING
Controleer of de contactsleutelschakelaar in de stand OFF (uit) staat voordat de hoofdzekering wordt geplaatst.
10. Plaats de hoofdzekering.
FL Touring-modellen van 2002 t/m 2007
1. Verwijder de rechter zadeltas volgens de instructies in de gebruikershandleiding. Trek de zijafdekking voorzichtig van de onderste framebuizen.
2. Zie Afbeelding 10. Verwijder de twee flensmoeren (2) van de elektrische steun (1). Trek de steunconstructie met de elektronische regelmodule (ECM) en connector erop bevestigd van de zijkant van de accuhouder vandaan.
1Elektrische steun
2Flensmoeren (2)
3Elektronische regelmodule (ECM)
4ECM-connector
Afbeelding 10. Elektrische steun (FL Touring-modellen van 2002 t/m 2007)
1Sirenedraadboom
2Beschermkapje
Afbeelding 11. Sirenedraadboom (FL Touring-modellen van 2002 t/m 2007)
3. Zie Afbeelding 11. Haal de draadboom van de sirene (1) los van de achterkant van de elektrische steun en neem het beschermkapje (2) van de connector van de alarmsirene [142B].
4. Zie Afbeelding 12. Steek de connector [142B] van de sirene (2) in het sirenecontact tot de connector goed op zijn plaats is vergrendeld.
5. Zie Afbeelding 13. Schuif de sirene (2) op zijn plaats op de achterkant van de elektrische steun (1) zodat de geluidschijf naar buiten is gericht.
OPMERKING
Controleer of de draden en draadbuizen goed zijn gelegd en niet tijdens de montage afgekneld raken.
6. Zie Afbeelding 14. Monteer de elektrische steun met de sirene weer op de tapeinden aan de zijkant van de accuhouder. Monteer de twee flensmoeren op de tapeinden en haal deze aan tot 4,1–5,4 N·m (36–48 in-lbs).
1Alarmsirene
2Sireneconnector [142B]
Afbeelding 12. Steek de sireneconnector in (FL Touring-modellen van 2002 t/m 2007)
1Elektrische steun
2Sirene
Afbeelding 13. Schuif de sirene op zijn plaats (FL Touring-modellen van 2002 t/m 2007)
1Sirene
2Elektrische steun
3Geluidschijf
Afbeelding 14. Sirene en elektrische steun geïnstalleerd (FL Touring-modellen van 2002 t/m 2007)
7. Lijn de van weerhaakjes voorziene tapeinden van de zijafdekking met de doorvoerrubbers in het frame uit en duw ze stevig op hun plaats.
8. Monteer de rechter zadeltas volgens de instructies in de gebruikershandleiding.
OPMERKING
Controleer of de contactsleutelschakelaar in de stand OFF (uit) staat voordat de hoofdzekering wordt geplaatst of de accukabels worden aangesloten.
9. Bij modellen van 2004 t/m 2007: Raadpleeg de gebruikershandleiding en volg de instructies voor het plaatsen van de hoofdzekering. Bij modellen van 2002 en 2003: Breng een dunne laag Harley-Davidson smeermiddel voor elektrische contacten (H-D onderdeelnr. 99861-02), vaseline of corrosiewerend middel aan op de minpool van de accu. Raadpleeg de gebruikershandleiding en volg de instructies voor het aansluiten van de minkabel van de accu.
WAARSCHUWING
Trek het zadel na de montage even omhoog om er zeker van te zijn dat het in de positie is vergrendeld. Tijdens het rijden kan een loszittend zadel verschuiven, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00070b)
10. Raadpleeg de gebruikershandleiding en volg de instructies voor het monteren van het zadel.
FL Touring-modellen van 2008 en later
1. Raadpleeg de gebruikershandleiding en volg de instructies voor het verwijderen van de linker zadeltas. Trek de zijafdekking voorzichtig van de onderste framebuizen.
2. Zie Afbeelding 15. Trek de connector van de alarmsirene [142B] (3) uit de houder op de elektrische caddy. Steek de connector [142B] van de sirene in het sirenecontact (5) tot de connector goed op zijn plaats is vergrendeld.
1Linkerkant elektrische caddy
2Hoofdzekering
3Connector alarmsirene [142B]
4Alarmsirene
5Contact alarmsirene
6Geluidschijf
Afbeelding 15. Monteren van de sirene (FL Touring-modellen van 2008 en later)
3. Schuif de sirene op zijn plaats op de linkerkant van de elektrische caddy zodat de geluidschijf (6) naar buiten wijst.
OPMERKING
Controleer of de contactsleutelschakelaar in de stand OFF (uit) staat voordat de hoofdzekering wordt geplaatst.
4. Raadpleeg de gebruikershandleiding en volg de instructies voor het plaatsen van de hoofdzekering.
5. Lijn de van weerhaakjes voorziene tapeinden van de zijafdekking met de doorvoerrubbers in het frame uit en duw ze stevig op hun plaats.
6. Monteer de linker zadeltas volgens de instructies in de gebruikershandleiding.
Softail-modellen van 2003 en later, BEHALVE FXCW/C
1. Verwijder de rechter zadeltas (indien aangebracht) volgens de instructies in de gebruikershandleiding.
OPMERKING
De sireneconnector is geïnstalleerd op een elektrisch paneel onder het achterspatbord op alle Softail-modellen. Het kan nodig zijn om de achterkant van de motorfiets iets omhoog te brengen om het spatscherm te verwijderen.
2. Verwijder de twee bouten aan de onderkant van het spatscherm. Buig de rechterbovenhoek van het spatscherm naar de achterband toe en trek hem omhoog om het spatscherm van de lip op de achtervork los te haken. Verwijder het spatscherm van onder het spatbord.
1Bevestigingsgebied sirene
2Sireneconnector [142B]
3Draadboomklem
Afbeelding 16. Sireneconnector (Softail-modellen, BEHALVE FXCW/C) (aanzicht achterspatbord met verwijderd achterwiel)
3. Zie Afbeelding 16. Trek de sireneconnector [142B] (2) uit het contact in het sirenebevestigingsgebied (1) van het elektrische paneel.
4. Steek de connector [142B] van de sirene in het sirenecontact tot de connector goed op zijn plaats is vergrendeld.
5. Zie Afbeelding 17. Richt de sirene (1) zoals afgebeeld met de draadboomconnector (2) omlaag en de geluidschijf (5) naar buiten gericht. Druk de sirene voorzichtig in het elektrische paneel.
6. Monteer de sirenedraadboom (4) in de draadboomklem (3) om de draadboom uit de buurt van andere onderdelen te houden.
7. Maak indien nodig de stekkerbedrading met een kabelbinder vast aan de bedrading van het elektrische paneel (niet bijgeleverd).
8. Haak de gleuf aan de bovenkant van het spatscherm over de lip op de achtervork en monteer het spatscherm met de twee bouten die u eerder hebt verwijderd. Draai stevig vast.
9. Monteer de rechter zadeltas (indien aangebracht) volgens de instructies in de gebruikershandleiding.
OPMERKING
Controleer of de contactsleutelschakelaar in de stand OFF (uit) staat voordat de minkabel van de accu wordt aangesloten.
10. Breng een dunne laag Harley-Davidson smeermiddel voor elektrische contacten (H-D onderdeelnr. 99861-02), vaseline of corrosiewerend middel aan op de minpool van de accu. Raadpleeg de gebruikershandleiding en volg de instructies voor het aansluiten van de minkabel van de accu.
WAARSCHUWING
Trek het zadel na de montage even omhoog om er zeker van te zijn dat het in de positie is vergrendeld. Tijdens het rijden kan een loszittend zadel verschuiven, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00070b)
11. Raadpleeg de gebruikershandleiding en volg de instructies voor het bevestigen van het zadel.
1Alarmsirene
2Sireneconnector [142B]
3Draadboomklem sirene
4Sirenedraadboom
5Geluidschijf
Afbeelding 17. Montage van de sirene (Softail-modellen BEHALVE FXCW/C)
FXCW/C-modellen (Rocker) van 2008 en later
OPMERKING
Kijk voor het verwijderen hoe de bedrading over het spatbord loopt en waar het bevestigingsmateriaal zich bevindt.
1. Verwijder het achterspatbord van het voertuig. Raadpleeg de servicehandleiding en volg de instructies voor de volgende werkzaamheden:
a. Maak de helften van de achterste draadboomconnector [7] los.
b. Verwijder de onderste bevestigingsbouten en onderlegringen van het spatbord.
c. Verwijder de bovenste bevestigingsbouten en onderlegringen van het spatbord.
d. Verwijder het spatbord.
2. Zie Afbeelding 18. Maak de draadboom (1) los die net voor het achterwiel is vastgeklemd aan de rechterkant van de afdekking van het elektrische compartiment (op de foto is het spatscherm al verwijderd). Verwijder de twee zeskantige inbusbouten met onderlegringen waarmee de afdekking bevestigd is en verwijder de afdekking van het voertuig.
1Draadboom vastgeklemd aan afdekking
2Elektrisch paneel
3Contact sireneconnector [142B]
4Achtervork (zwenkarm)
Afbeelding 18. Elektrisch paneel (FXCW/C-modellen)
3. Trek de sireneconnector [142B] uit het contact (3) bovenaan het elektrische paneel (2).
4. Steek de connector [142B] van de sirene in het sirenecontact tot de connector goed op zijn plaats is vergrendeld.
5. Zie Afbeelding 19. Plaats de sirenebox (1) met de draadboomconnector naar achteren en de geluidschijf (2) naar buiten gericht. Druk de sirenebox voorzichtig in het vak (3) aan de rechterkant van het elektrische paneel.
6. Monteer de afdekking van het elektrische compartiment. Monteer de bouten en onderlegringen. Haal de bouten aan tot 4,1–6,8 N·m (36–60 in-lbs).
1Sirenebox
2Geluidschijf
3Vak aan rechterkant elektrisch paneel
4Achtervork (zwenkarm)
Afbeelding 19. Montage van de sirene (FXCW/C-modellen)
7. Raadpleeg de servicehandleiding en volg de instructies voor de volgende werkzaamheden:
a. Breng het spatbord op zijn plaats aan.
b. Breng de bevestigingsmaterialen van het spatbord losjes aan.
c. Haal de bevestigingsmaterialen van het spatbord in de aangegeven volgorde tot het opgegeven aanhaalmoment aan.
d. Maak de helften van de achterste draadboomconnector [7] aan elkaar vast.
OPMERKING
Controleer of de contactsleutelschakelaar in de stand OFF (uit) staat voordat de minkabel van de accu wordt aangesloten.
8. Breng een dunne laag Harley-Davidson smeermiddel voor elektrische contacten (H-D onderdeelnr. 99861-02), vaseline of corrosiewerend middel aan op de minpool van de accu. Raadpleeg de servicehandleiding en volg de instructies voor het aansluiten van de minkabel van de accu.
WAARSCHUWING
Trek het zadel na de montage even omhoog om er zeker van te zijn dat het in de positie is vergrendeld. Tijdens het rijden kan een loszittend zadel verschuiven, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00070b)
9. Raadpleeg de servicehandleiding en volg de instructies om het zadel te bevestigen.
Dyna-modellen van 2004 en later
1. Zie Afbeelding 20. Pak beide kanten van de afdekking van de elektrische caddy (1) stevig vast en trek hem naar buiten om hem te verwijderen.
2. Verwijder de voorste bout en de onderlegring (2) van de elektrische caddy. Verwijder de twee bovenste bouten en onderlegringen (7) van de elektrische caddy.
OPMERKING
Pas op dat u de draadverbindingen niet verstoort wanneer u de elektrische caddy van de motorfiets trekt. Trek de caddy net ver genoeg weg om de sirene te kunnen monteren.
3. Haal de sirene (5) uit de set. Buig de bovenkant van de elektrische caddy (3) iets van het voertuig vandaan. Draai de sirene zo dat de geluidschijf (6) naar boven is gekeerd en de draadaansluiting naar de motorfiets is gekeerd zoals afgebeeld.
4. Maak de draadboom voor de sirenedraadboom los van de achterzijde van de elektrische caddy en verwijder de zwarte stofkap van de connector van de alarmsirene [142B].
5. Steek de connector [142B] in het sirenecontact totdat de connector goed op zijn plaats is vergrendeld. Steek de sirene in de achterkant van de caddy, onder de ontstekingsregelmodule (4).
6. Monteer de voorste bout en onderlegring (2) van de elektrische caddy, maar draai de bout nog niet aan. Monteer de bovenste bouten en onderlegringen (7) van de elektrische caddy. Haal de bouten aan tot 11,3 N·m (100 in-lbs). Haal de voorste bout aan tot 5,6 N·m (50 in-lbs).
OPMERKING
Controleer of de contactsleutelschakelaar in de stand OFF (uit) staat voordat de hoofdzekering wordt geplaatst.
7. Raadpleeg de gebruikershandleiding en volg de instructies voor het plaatsen van de hoofdzekering.
8. Monteer de afdekking van de elektrische caddy.
1Afdekking
2Voorste bevestiger
3Elektrische caddy
4Ontstekingsmodule
5Sirene
6Geluidschijf
7Bovenste bevestigers (2)
Afbeelding 20. De sirene in de elektrische caddy monteren (Dyna-modellen)
ALLE modellen
OPMERKING
Vlak nadat de sirene is geïnstalleerd, kan hij soms niet goed werken. Nikkel-metaalhydride (NiMH) oplaadbare batterijen lopen snel leeg tijdens opslag. Ze verliezen dagelijks wel 1-2% van hun lading en zullen na enige maanden opslag op kamertemperatuur grotendeels ontladen zijn. Als de batterijen langdurig opgeslagen zijn geweest zonder te worden geladen, zullen ze misschien meerdere malen geladen en ontladen moeten worden om hun volledige capaciteit te herstellen.
Gebruik de motorfiets ten minste vier uur om de NiMH-batterij te laden.
SIRENEDIAGNOSE
  • Indien de sirene is ingeschakeld en de interne batterij is leeg, kortgesloten of ontkoppeld, of langer dan 24 uur is opgeladen, dan reageert de sirene bij het inschakelen met drie geluidssignalen in plaats van twee.
  • Het kan zijn dat de interne batterij van de sirene niet wordt opgeladen indien het laadsysteem van het voertuig minder dan 12,5 V produceert.
  • Indien de sirene niet twee of drie geluidssignalen geeft na een geldige inschakelopdracht van het alarmsysteem, dan bevindt de sirene zich in de modus zonder geluidssignaal, is niet aangesloten, werkt niet of er is een onderbreking of kortsluiting opgetreden in de sirenebedrading toen de sirene werd uitgeschakeld.
  • Indien de sirene overschakelt op de interne 9 V-accu van de sirene, dan kunnen de richtingaanwijzerlampen wel of niet om de beurt knipperen. Indien het alarmsysteem de sirene activeert, dan knipperen de richtingaanwijzerlampen om de beurt. Indien de sirene is ingeschakeld en er een beveiligingsgebeurtenis optreedt en de sirene wordt door de interne batterij opgeladen, dan klinkt de sirene 20 tot 30 seconden en schakelt dan 5 tot 10 seconden uit. Indien de sirene door de interne batterij wordt opgeladen, dan wordt de alarmcyclus tien keer herhaald.
VERVANGEN BATTERIJ SMART SIREN
De 9 V-batterij in de sirene is oplaadbaar en hoeft niet op regelmatige basis te worden vervangen. De levensduur van de batterij is onder normale omstandigheden ongeveer drie tot zes jaar.
OPMERKING
Als vervangen van de batterij noodzakelijk is, mag er uitsluitend een nikkel-metaalhydride (NiMH) batterij van 9 V in de sirene gebruikt worden. Deze zijn verkrijgbaar bij plaatselijke (elektronica)zaken die batterijen verkopen.
Vervangen van de batterij:
  1. Raadpleeg STROOMUITVAL in de gebruikershandleiding en volg de instructies om te voorkomen dat het alarmsysteem de sirene activeert.
  2. Neem de sirenebox van het voertuig. Zie de montageprocedures voor de sirene voor uw model in dit instructieblad.
  3. Open het batterijdeksel door een bladschroevendraaier in een van de gleuven op de zijkant van de sirenebox te steken. Druk totdat een hoek van het batterijdeksel iets omhoog komt.
  4. Steek de schroevendraaier in de tweede gleuf en druk totdat het batterijdeksel openspringt. Verwijder het deksel en de pakking.
  5. Haal de oude batterij uit de sirenebox en haal de klemconnector voorzichtig los van de batterij. Laat het vet op de contactpunten zitten.
  6. Breng overal op de contactpunten van de klemconnector en de nieuwe NiMH-batterij van 9 V vet van de oude verbinding aan.
  7. OPMERKING
    Als niet genoeg vet over is om de contactpunten helemaal te bedekken, kunt u contactsmeermiddel (H-D onderdeelnr. 99861-02) gebruiken, dat verkrijgbaar is bij een Harley-Davidson-dealer.
  8. Druk de connector op de nieuwe batterij en plaats de batterij in de sirenebox.
  9. Plaats de sirenebox op een werkoppervlak met de batterijopening omhoog. Plaats de pakking en het batterijdeksel op de sirenebox met de afgeronde hoeken naar buiten gericht.
  10. Duw het deksel op de sirenebox en druk de lippen met de schroevendraaier in totdat de lippen in de gleuven in de box vallen.
  11. Plaats de sirenebox in het voertuig.
  12. Gooi de oude NiMH-batterij weg in overeenstemming met de plaatselijke bepalingen.
SERVICEONDERDELEN
Afbeelding 21. Serviceonderdelen, Smart Siren-set
Tabel 1. Serviceonderdelen
Item
Beschrijving (aantal)
Onderdeelnummer
1
Alarmsysteem, Smart Siren
68958-07B
2
Klittenbandbevestiging (lusjes), met gladde achterkant,
210 mm x 38 mm
(8-1/4 inch x 1-1/2 inch) – Alleen voor VRSCA/B/D modellen van 2002 t/m 2006
59274-01
Items genoemd in de tekst, maar niet in de set inbegrepen.
A
Batterij, 9 V NiMH (lokaal aangeschaft)