| 1. | Raadpleeg de servicehandleiding voor het verwijderen van het zadel. | |
Om te voorkomen dat de motor per ongeluk start, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg, moet eerst de minkabel (-) van de accu worden losgekoppeld. (00048a) | ||
| 2. | Ontkoppel de minkabel van de accu. |
| 1. | Raadpleeg de instructies in de servicehandleiding om de claxon en de steun te verwijderen. | |||||||||
| 2. | Ontkoppel de draden van de claxon en verwijder de grote moer waarmee de claxon aan de claxonsteun bevestigd is. Leg de claxon opzij. Gooi de claxonisolator weg. | |||||||||
| 3. | Raadpleeg de instructies in de servicehandleiding om de kuip te verwijderen. | |||||||||
| 4. | Zie Afbeelding 1. Bepaal waar de connector (3) zit; raadpleeg de servicehandleiding, appendix A, Deutsch elektrische connectors. Volg de hierin gegeven instructies om de contactklem uit holte 6 (geel/zwarte draad) te verwijderen. Knip de contactklem van de draad af en wikkel isolatietape om het uiteinde van de draad. | |||||||||
| 5. | Zie Afbeelding 8. Zorg dat u de claxonverplaatsingsdraadboom (21) uit de set bij de hand heeft. |
Afbeelding 1. Achter de kuip (FLHT-modellen) | ||||||||
| 6. | Zie Afbeelding 1. Steek de contactklem (aan de geel/zwarte draad) van de claxonverplaatsingsdraadboom in holte 6 van connector [2B] (3). Steek de twee helften van de connector in elkaar. | |||||||||
| 7. | Leid de zwarte draad met de dubbele platte aansluitklem (aan de claxonverplaatsingsdraadboom) naar de sigarettenaansteker. Ontkoppel de zwarte draad van de sigarettenaansteker. Koppel de dubbele platte aansluitklem aan de sigarettenaansteker en koppel de standaard zwarte draad opnieuw aan de 'open' dubbele platte aansluitklem. | |||||||||
| 8. | Koppel de twee overgebleven aansluitklemmen van de claxonverplaatsingsdraadboom aan de claxonaansluitklemmen. De claxon is niet gevoelig voor polariteit en de draden kunnen daarom op elke aansluitklem aangesloten worden. | |||||||||
| 9. | Zie Afbeelding 8. Zorg dat u twee claxonsteunen (11) en een platte rubberen onderlegring (7) bij de hand hebt. Schuif de rubberen onderlegring op het claxontapeind. Neem twee claxonsteunen en plaats het uiteinde met het grote gat op het claxontapeind. Zet de steunen met een metrische moer M6 (13) vast. | |||||||||
| 10. | Bevestig de claxon met behulp van de 10-24 x 1/2 schroef (4) en onderlegring (10) aan de rechter steun. Draai de schroef in de PEM-moer. Indien de rechter steun geen PEM-moer heeft, boort u een gat met een 7/32 inch diameter op de in Afbeelding 2 getoonde locatie en gebruikt u de 10-24 moer (14), onderlegringen (10) en schroef (4) om de claxon te monteren. | |||||||||
| 11. | Plaats de claxon zodanig dat de opening in de claxonafdekking omlaag wijst. | |||||||||
| 12. | Wikkel isolatietape om de aansluitklemmen aan de standaard claxondraden, om te voorkomen dat deze beschadigd worden. Bind de draden indien nodig met een kabelbinder vast. |
| 1 | 27 mm (1 tot 1 1/16 in) |
| 2 | PEM-moer of gat met een diameter van 5,56 mm (7/32 in) |
| 1 | Hoofdstroomonderbreker |
| 2 | Zilverkleurige pen |
| 3 | Connector voor accessoire |
| 1. | Sluit de stroomdraad uit de ventilatordraadboom op de stroombron aan. Voor modellen t/m 2003: Zie Afbeelding 3. Voor modellen vanaf modeljaar 2004: Zie Afbeelding 4. a. Sluit de ringklem van de draadboom voor de extra ventilator op de zilverkleurige pen op de hoofdstroomonderbreker aan. b. Bepaal waar de connector 'B+' zich onder het zadel bevindt. c. Zie Afbeelding 8. Koppel de draadboomadapter 'B+' (19) uit de set aan de connector 'B+'. d. Knip de ringklem van de draad (zekeringhouderdraad) uit de ventilatordraadboom af en knip de adapterdraad 'B+' op de lengte af die nodig is om bij het uiteinde van de zekeringhouderdraad uit de ventilatordraadboom te kunnen komen. e. Verwijder 9,5 mm (3/8 in) van de isolatie van de draaduiteinden en koppel de adapterdraad 'B+' aan de zekeringhouderdraad uit de draadboom, door middel van krimpen en verwarmen van de stootverbinder (18); volg hierbij de instructies in het hoofdstuk 'AFGEDICHTE STOOTVERBINDERS' in de servicehandleiding op. | |||||||||||
| 2. | Koppel de busaansluiting [4B] aan de draadboom voor de extra ventilator ( Afbeelding 7 ) aan de pinconnector [4A] op de connector (2) van de extra ventilator ( Afbeelding 4 ). OPMERKING Let er bij de volgende stap op dat de thermostaat op een geschikte plaats gemonteerd wordt, aangezien er verschillende configuraties voor de achterplaat van het luchtfilter bestaan. Zorg ervoor dat de thermostaat niet met de cilinderkop in aanraking komt of de normale montage van de achterplaat verhindert. Richt de thermostaat zodanig dat de bedrading ervan uit de buurt van onderdelen blijft die de draden mogelijk kunnen beschadigen. |
Afbeelding 4. Modeljaren vanaf modeljaar 2004 onder het zadel
Afbeelding 5. Monteren van de thermostaat Afbeelding 6. Slijpen van het ondiepe verzonken gat (primaire deksel verwijderd om de locatie weer te geven) | ||||||||||
| 3. | Zie Afbeelding 5. Raadpleeg de instructies in de servicehandleiding om de achterplaat van het luchtfilter te verwijderen. | |||||||||||
| 4. | Plaats de thermostaat (onderdeel van de draadboom voor de extra ventilator) op de achterplaat, aan de achterzijde van de inlaat en zoals boven in 'OPMERKING' beschreven is. Markeer de posities van de montagegaten voor de thermostaat op de achterplaat. | |||||||||||
| 5. | Boor twee 5/32 inch gaten in de achterplaat. | |||||||||||
| 6. | Zie Afbeelding 8. Monteer de thermostaat met behulp van 6-32 x 3/8 inch schroeven (3) en moeren (6). | |||||||||||
| 7. | Monteer het ventilatorrelais in een verticale stand (montagegat bovenaan) op een stabiele plaats op het frame, met voldoende ruimte tussen relais en zadel. Afhankelijk van het modeljaar, bevestigt u het relais met behulp van een oorspronkelijke (standaard) montageschroef in een open relaisstekkerbus, of bevestigt u hem met een kabelbinder uit de set. |
| 1. | Zie Afbeelding 8. Monteer de ventilatorsteun (2) (bovenste motormontagesteun) uit de set aan de voorste en achterste cilinderkoppen en bevestig hem met de standaard bouten en onderlegringen. Haal de bouten aan tot 38–47,5 N·m (28–35 ft-lbs). | |
| 2. | Monteer de bovenste stabilisatorverbinding aan de bovenste motormontagesteun, met behulp van de standaard bout en onderlegring. | |
| 3. | Bevestig de stabilisatorverbinding met de standaard bout, moer en onderlegring. Haal de bout aan tot 24–30 N·m (18–22 ft-lbs). | |
| 4. | Steek het tapeind met montagerubber (8) door het montagegat in de ventilatorsteun (2) en bevestig hem met een onderlegring met 1/4 inch binnendiameter (9) en een 1/4-20 moer (15). Haal de moer aan tot 8–11 N·m (72–96 in-lbs). OPMERKING Laat de montagerubbers tijdens het aanhalen van de borgmoeren op de montagerubbers niet verwringen. Verwrongen rubbers kunnen beschadiging van de apparatuur veroorzaken. | |
| 5. | Zie Afbeelding 8. Steek het tapeind met montagerubber (8) door het onderste montagegat in de ventilatorafdekking en bevestig hem met een onderlegring met 1/4 inch binnendiameter (9) en een 1/4-20 moer (15). Haal de moer aan tot 8–11 N·m (72–96 in-lbs). | |
| 6. | Plaats de ventilator zodanig dat de gaten in de bovenste montagelipjes van de ventilatorafdekking over de tapeinden met de rubbers in de bovenste motormontagesteun schuiven. |
| 1 | Ventilatordraadboom |
| 2 | Ventilatorrelais en connector |
| 3 | Draad naar de ventilatormotordraad |
| 4 | Draad naar de ventilatormotordraad |
| 5 | Thermostaat |
| 6 | FLHT-claxonverplaatsingsdraadboom |
| 7 | Claxonaansluitklem |
| 8 | Draad (geel/zwart) naar holte 6 van de connector |
| 9 | Draad naar de sigarettenaanstekerdraad |
| 10 | Ringklem van de stroomdraad |
| 11 | Connector voor accessoire |
| 12 | Zekeringhouder (15 A) |
| 7. | Plaats platte onderlegringen met 1/4 inch binnendiameter (9) en 1/4-20 moeren (15) op de bovenste tapeinden. Draai handvast aan. | |
| 8. | Monteer de onderste montagesteun (5), een platte onderlegring met 1/4 inch binnendiameter en een 1/4-20 borgmoer op het tapeind met montagerubber. Draai handvast aan. | |
| 9. | Zie Afbeelding 6. Verwijder de bovenste bout met onderlegring aan de voorzijde uit de binnenste primaire kast. Verwijder materiaal uit het ondiep verzonken gat in de primaire kast indien dit nodig is om vrije ruimte voor de steun te verkrijgen. OPMERKING Slijp naar behoefte materiaal op deze plaats weg om montage van de steun aan een motorblok mogelijk te maken. De steun mag bij de montage niet met de rand van het ondiep verzonken gat in aanraking komen. | |
| 10. | Steek de bout door het onderste montagegat in de onderste montagesteun en draai deze handvast aan. Plaats de onderste montagesteun zodanig dat de rubbers niet belast worden en haal de bovenste voorste bout aan tot 24–28 N·m (18–21 ft-lbs). | |
| 11. | Haal de drie 1/4-20 ventilatormontagemoeren aan tot 8–11 N·m (72–96 in-lbs). |
| 1. | Verwijder voorzichtig het onder de achterzijde van de brandstoftank geplaatste blok en monteer de schroef aan de achterzijde van de brandstoftank. | |
| 2. | Sluit de minkabel van de accu opnieuw aan. | |
Trek het zadel na de montage even omhoog om er zeker van te zijn dat het in de positie is vergrendeld. Tijdens het rijden kan een loszittend zadel verschuiven, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00070b) | ||
| 3. | Bevestig het zadel. |
Item | Beschrijving (aantal) | Onderdeelnummer |
|---|---|---|
1 | Kabelbinder (3) | 10065 |
2 | Ventilatorsteun (bovenste motormontagesteun) | Niet afzonderlijk verkrijgbaar |
3 | Schroef, 6-32 x 3/8 inch (2) | 2517 |
4 | Schroef, 10-24 x 1/2 inch | 2592 |
5 | Onderste montagesteun | 29497-00 |
6 | Moer, 6/32 (2) | 60031-61 |
7 | Onderlegring, rubber, 1/4 x 3/4 x 3/64 | 6265 |
8 | Montage, rubber (3) | 62901-00 |
9 | Onderlegring, 1/4 x 5/8 x 1/16 (6) | 6703 |
10 | Onderlegring, nr. 10 (2) | 6716 |
11 | Claxonsteun, recht (3) | Niet afzonderlijk verkrijgbaar |
12 | Ventilator | Zie onderstaande reparatiesets |
13 | Moer, geflensd, M6 | 7495 |
14 | Moer, 10-24 | 7624 |
15 | Moer, 1/4-20 (6) | 7686 |
16 | Medaillon | 99598-00 |
17 | Ventilatorkap, zwart | 29498-00A |
Ventilatorkap, verchroomd | 29646-00A | |
18 | Stootverbinder | 70586-93 |
19 | Draadboom, adapter 'B+' | 70310-04 |
20 | Bestaande bevestigingsmaterialen | |
21 | Draadboom, claxonverplaatsing | Niet afzonderlijk verkrijgbaar |
22 | Ventilatordraadboom | Niet afzonderlijk verkrijgbaar |
23 | Relais | 31504-91A |
Beschikbare reparatiesets: | ||
A | Ventilatormotor | 74452-00A |
B | Thermostaat | 74453-00 |
C | Ventilatorkap, zwart | 74454-00B |
Ventilatorkap, verchroomd | 74456-00B | |