ZWARTE EN VERCHROOMDE VENTILATORSET(S) VOOR TOURING-MODELLEN
J024142009-03-04
ALGEMEEN
Setnummers
91531-00D (zwart) en 91550-00C (verchroomd)
Modellen
Voor informatie over de modelgeschiktheid, raadpleegt u de P&A-catalogus of het gedeelte Parts and Accessories (onderdelen en accessoires) op www.harley-davidson.com (alleen Engelstalig).
WAARSCHUWING
De veiligheid van de berijder en de passagier is afhankelijk van de correcte montage van deze set. Volg de juiste stappen uit de servicehandleiding. Als u niet zeker weet of u de procedure correct kunt uitvoeren of als u niet beschikt over het juiste gereedschap, laat de installatie dan over aan een Harley-Davidson-dealer. Incorrecte montage van deze set kan ernstig of dodelijk letsel tot gevolg hebben. (00333b)
OPMERKING
In dit instructieblad wordt verwezen naar informatie in de servicehandleiding. Voor installatie is een servicehandleiding voor uw model motorfiets vereist. Deze is verkrijgbaar bij een Harley-Davidson dealer.
Setinhoud
OPMERKING
In de meeste staten van de VS en in veel gebieden in de rest van de wereld, is een claxon vereist om aan de wetgeving te voldoen. Bij modellen van modeljaren 1997 t/m 1999, is de aanschaf en montage van de claxonset 69060-90D noodzakelijk, voordat de extra ventilator gemonteerd kan worden. Deze set is verkrijgbaar bij uw Harley-Davidson dealer.
INSTALLEREN
1. Raadpleeg de servicehandleiding voor het verwijderen van het zadel.
WAARSCHUWING
Om te voorkomen dat de motor per ongeluk start, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg, moet eerst de minkabel (-) van de accu worden losgekoppeld. (00048a)
2. Ontkoppel de minkabel van de accu.
Verplaatsen van de standaard claxon (FLHT-modellen)
OPMERKING
Deze koelventilator is ontworpen voor extra koeling bij motorfietsen die gedurende langere tijd stationair moeten draaien of tijdens optochten gebruikt worden. De ventilator wordt aan de linkerzijde van het motorblok gemonteerd, op de plaats waar de claxon gemonteerd is. De claxon moet worden verwijderd en verplaatst.
1. Raadpleeg de instructies in de servicehandleiding om de claxon en de steun te verwijderen.
2. Ontkoppel de draden van de claxon en verwijder de grote moer waarmee de claxon aan de claxonsteun bevestigd is. Leg de claxon opzij. Gooi de claxonisolator weg.
3. Raadpleeg de instructies in de servicehandleiding om de kuip te verwijderen.
4. Zie Afbeelding 1. Bepaal waar de connector (3) zit; raadpleeg de servicehandleiding, appendix A, Deutsch elektrische connectors. Volg de hierin gegeven instructies om de contactklem uit holte 6 (geel/zwarte draad) te verwijderen. Knip de contactklem van de draad af en wikkel isolatietape om het uiteinde van de draad.
5. Zie Afbeelding 8. Zorg dat u de claxonverplaatsingsdraadboom (21) uit de set bij de hand heeft.
1Rechter steunbeugel
2Montagepunt voor de claxonsteun
3Connector
4Sigarettenaansteker
Afbeelding 1. Achter de kuip (FLHT-modellen)
6. Zie Afbeelding 1. Steek de contactklem (aan de geel/zwarte draad) van de claxonverplaatsingsdraadboom in holte 6 van connector [2B] (3). Steek de twee helften van de connector in elkaar.
7. Leid de zwarte draad met de dubbele platte aansluitklem (aan de claxonverplaatsingsdraadboom) naar de sigarettenaansteker. Ontkoppel de zwarte draad van de sigarettenaansteker. Koppel de dubbele platte aansluitklem aan de sigarettenaansteker en koppel de standaard zwarte draad opnieuw aan de 'open' dubbele platte aansluitklem.
8. Koppel de twee overgebleven aansluitklemmen van de claxonverplaatsingsdraadboom aan de claxonaansluitklemmen. De claxon is niet gevoelig voor polariteit en de draden kunnen daarom op elke aansluitklem aangesloten worden.
9. Zie Afbeelding 8. Zorg dat u twee claxonsteunen (11) en een platte rubberen onderlegring (7) bij de hand hebt. Schuif de rubberen onderlegring op het claxontapeind. Neem twee claxonsteunen en plaats het uiteinde met het grote gat op het claxontapeind. Zet de steunen met een metrische moer M6 (13) vast.
10. Bevestig de claxon met behulp van de 10-24 x 1/2 schroef (4) en onderlegring (10) aan de rechter steun. Draai de schroef in de PEM-moer. Indien de rechter steun geen PEM-moer heeft, boort u een gat met een 7/32 inch diameter op de in Afbeelding 2 getoonde locatie en gebruikt u de 10-24 moer (14), onderlegringen (10) en schroef (4) om de claxon te monteren.
11. Plaats de claxon zodanig dat de opening in de claxonafdekking omlaag wijst.
12. Wikkel isolatietape om de aansluitklemmen aan de standaard claxondraden, om te voorkomen dat deze beschadigd worden. Bind de draden indien nodig met een kabelbinder vast.
127 mm (1 tot 1 1/16 in)
2PEM-moer of gat met een diameter van 5,56 mm (7/32 in)
Afbeelding 2. Locatie van het claxonmontagegat (FLHT-modellen)
Verplaatsen van de standaard claxon (FLHR-modellen)
  1. Raadpleeg de instructies in de servicehandleiding om de claxon en zijn steun te verwijderen.
  2. Ontkoppel de draden van de claxon en verwijder de grote moer waarmee de claxon aan de claxonsteun bevestigd is. Verwijder de claxon van de verchroomde kap. Leg de claxon opzij.
  3. Voor FLHR-modellen vanaf modeljaar 1999. Zie Afbeelding 8. Zorg dat u drie claxonsteunen (11) en een platte rubberen onderlegring (7) bij de hand hebt. Schuif de rubberen onderlegring op het claxontapeind. Neem drie claxonsteunen en plaats het uiteinde met het grote gat op het claxontapeind. Zet de steunen met een metrische moer M6 (13) vast.
  4. Verwijder de linker voorste TORX®-schroef van de brandstoftank.
  5. Bevestig de claxon (zonder de verchroomde kap) met behulp van de TORX-schroef aan de linker voorzijde van de brandstoftank .
  6. Plaats de claxon zodanig dat de opening in de claxonafdekking omlaag wijst.
  7. Voer de standaard claxondraden naar voren door en koppel ze opnieuw aan de claxon.
Verwijderen van de standaard bovenste motormontagesteun
  1. Verwijder de schroef waarmee de achterzijde van de brandstoftank bevestigd is en til de brandstoftank voorzichtig omhoog om bij de bovenste motormontagesteun te kunnen komen. Plaats een geschikt blok onder de brandstoftank.
  2. Verwijder de bout waarmee de stabilisatorverbinding aan de bovenste motormontagesteun bevestigd is.
  3. Verwijder de twee bouten met onderlegringen waarmee de bovenste motormontagesteun aan de voorste en achterste cilinderkoppen bevestigd is. Bewaar de bouten en onderlegringen voor het monteren van de nieuwe bovenste motormontagesteun uit de set.
  4. Noteer de positie van de brandstofslang. Verwijder de bovenste motormontagesteun.
1Hoofdstroomonderbreker
2Zilverkleurige pen
3Connector voor accessoire
Afbeelding 3. Modeljaren t/m 2003 onder het zadel
Aansluiten van de draadboom voor de extra ventilator
1. Sluit de stroomdraad uit de ventilatordraadboom op de stroombron aan. Voor modellen t/m 2003: Zie Afbeelding 3. Voor modellen vanaf modeljaar 2004: Zie Afbeelding 4.
a. Sluit de ringklem van de draadboom voor de extra ventilator op de zilverkleurige pen op de hoofdstroomonderbreker aan.
b. Bepaal waar de connector 'B+' zich onder het zadel bevindt.
c. Zie Afbeelding 8. Koppel de draadboomadapter 'B+' (19) uit de set aan de connector 'B+'.
d. Knip de ringklem van de draad (zekeringhouderdraad) uit de ventilatordraadboom af en knip de adapterdraad 'B+' op de lengte af die nodig is om bij het uiteinde van de zekeringhouderdraad uit de ventilatordraadboom te kunnen komen.
e. Verwijder 9,5 mm (3/8 in) van de isolatie van de draaduiteinden en koppel de adapterdraad 'B+' aan de zekeringhouderdraad uit de draadboom, door middel van krimpen en verwarmen van de stootverbinder (18); volg hierbij de instructies in het hoofdstuk 'AFGEDICHTE STOOTVERBINDERS' in de servicehandleiding op.
2. Koppel de busaansluiting [4B] aan de draadboom voor de extra ventilator ( Afbeelding 7 ) aan de pinconnector [4A] op de connector (2) van de extra ventilator ( Afbeelding 4 ).
OPMERKING
Let er bij de volgende stap op dat de thermostaat op een geschikte plaats gemonteerd wordt, aangezien er verschillende configuraties voor de achterplaat van het luchtfilter bestaan. Zorg ervoor dat de thermostaat niet met de cilinderkop in aanraking komt of de normale montage van de achterplaat verhindert. Richt de thermostaat zodanig dat de bedrading ervan uit de buurt van onderdelen blijft die de draden mogelijk kunnen beschadigen.
1Massacontactpunt
2Connector voor accessoire
3Connector 'B+'
Afbeelding 4. Modeljaren vanaf modeljaar 2004 onder het zadel
1Achterplaat
2Thermostaat
Afbeelding 5. Monteren van de thermostaat
Afbeelding 6. Slijpen van het ondiepe verzonken gat (primaire deksel verwijderd om de locatie weer te geven)
3. Zie Afbeelding 5. Raadpleeg de instructies in de servicehandleiding om de achterplaat van het luchtfilter te verwijderen.
4. Plaats de thermostaat (onderdeel van de draadboom voor de extra ventilator) op de achterplaat, aan de achterzijde van de inlaat en zoals boven in 'OPMERKING' beschreven is. Markeer de posities van de montagegaten voor de thermostaat op de achterplaat.
5. Boor twee 5/32 inch gaten in de achterplaat.
6. Zie Afbeelding 8. Monteer de thermostaat met behulp van 6-32 x 3/8 inch schroeven (3) en moeren (6).
7. Monteer het ventilatorrelais in een verticale stand (montagegat bovenaan) op een stabiele plaats op het frame, met voldoende ruimte tussen relais en zadel. Afhankelijk van het modeljaar, bevestigt u het relais met behulp van een oorspronkelijke (standaard) montageschroef in een open relaisstekkerbus, of bevestigt u hem met een kabelbinder uit de set.
Monteren van de ventilator
1. Zie Afbeelding 8. Monteer de ventilatorsteun (2) (bovenste motormontagesteun) uit de set aan de voorste en achterste cilinderkoppen en bevestig hem met de standaard bouten en onderlegringen. Haal de bouten aan tot 38–47,5 N·m (28–35 ft-lbs).
2. Monteer de bovenste stabilisatorverbinding aan de bovenste motormontagesteun, met behulp van de standaard bout en onderlegring.
3. Bevestig de stabilisatorverbinding met de standaard bout, moer en onderlegring. Haal de bout aan tot 24–30 N·m (18–22 ft-lbs).
4. Steek het tapeind met montagerubber (8) door het montagegat in de ventilatorsteun (2) en bevestig hem met een onderlegring met 1/4 inch binnendiameter (9) en een 1/4-20 moer (15). Haal de moer aan tot 8–11 N·m (72–96 in-lbs).
OPMERKING
Laat de montagerubbers tijdens het aanhalen van de borgmoeren op de montagerubbers niet verwringen. Verwrongen rubbers kunnen beschadiging van de apparatuur veroorzaken.
5. Zie Afbeelding 8. Steek het tapeind met montagerubber (8) door het onderste montagegat in de ventilatorafdekking en bevestig hem met een onderlegring met 1/4 inch binnendiameter (9) en een 1/4-20 moer (15). Haal de moer aan tot 8–11 N·m (72–96 in-lbs).
6. Plaats de ventilator zodanig dat de gaten in de bovenste montagelipjes van de ventilatorafdekking over de tapeinden met de rubbers in de bovenste motormontagesteun schuiven.
1Ventilatordraadboom
2Ventilatorrelais en connector
3Draad naar de ventilatormotordraad
4Draad naar de ventilatormotordraad
5Thermostaat
6FLHT-claxonverplaatsingsdraadboom
7Claxonaansluitklem
8Draad (geel/zwart) naar holte 6 van de connector
9Draad naar de sigarettenaanstekerdraad
10Ringklem van de stroomdraad
11Connector voor accessoire
12Zekeringhouder (15 A)
Afbeelding 7. Draadboom
7. Plaats platte onderlegringen met 1/4 inch binnendiameter (9) en 1/4-20 moeren (15) op de bovenste tapeinden. Draai handvast aan.
8. Monteer de onderste montagesteun (5), een platte onderlegring met 1/4 inch binnendiameter en een 1/4-20 borgmoer op het tapeind met montagerubber. Draai handvast aan.
9. Zie Afbeelding 6. Verwijder de bovenste bout met onderlegring aan de voorzijde uit de binnenste primaire kast. Verwijder materiaal uit het ondiep verzonken gat in de primaire kast indien dit nodig is om vrije ruimte voor de steun te verkrijgen.
OPMERKING
Slijp naar behoefte materiaal op deze plaats weg om montage van de steun aan een motorblok mogelijk te maken. De steun mag bij de montage niet met de rand van het ondiep verzonken gat in aanraking komen.
10. Steek de bout door het onderste montagegat in de onderste montagesteun en draai deze handvast aan. Plaats de onderste montagesteun zodanig dat de rubbers niet belast worden en haal de bovenste voorste bout aan tot 24–28 N·m (18–21 ft-lbs).
11. Haal de drie 1/4-20 ventilatormontagemoeren aan tot 8–11 N·m (72–96 in-lbs).
  1. Zie Afbeelding 8. Verwijder de beschermstrook van de achterzijde van het medaillon (16). Lijn het logo uit en bevestig het in het gat in de afdekking. De tape is krachtig en kan niet nogmaals geplaatst worden.
  2. Voer de ventilatormotordraden over de bovenste motormontagesteun (2) heen. Zet de ventilatormotordraden met een kabelbinder vast.
  3. OPMERKING
    Let er goed op dat de motordraden aangesloten worden zoals in de volgende stap voorgeschreven is. Als de draden verwisseld worden, draait de ventilator in tegenovergestelde richting, met als gevolg een minder efficiënte koeling waardoor mogelijk schade aan het motorblok kan ontstaan.
  4. Zie Afbeelding 7. Koppel de motordraden aan de afgedichte stootverbinders aan de draadboom voor de extra ventilator. Koppel ze als volgt aan:
  • zwarte ventilatormotordraad aan de zwarte draad uit de draadboom;
  • blauwe ventilatormotordraad aan de blauw/zwarte draad uit de draadboom.
  1. Volg de instructies in het hoofdstuk 'AFGEDICHTE STOOTVERBINDERS' van de servicehandleiding voor het krimpen van de stootverbinders en het door opwarming smelten van het afdichtmiddel.
  2. Zie Afbeelding 8. Bind de ventilatormotordraden met een kabelbinder (1) aan de ventilatorsteun (bovenste motormontagesteun) (2) vast, tussen de middelste en linker bevestigingsmaterialen in.
  3. Plaats de draadboom voor de extra ventilator op zodanige wijze onder het zadel dat de draadboom en de zekeringhouder niet afgekneld of beschadigd worden bij het monteren van het zadel.
  4. Bevestig de draadboom met kabelbinders uit de set.
De motorfiets terugbrengen in rijklare toestand
1. Verwijder voorzichtig het onder de achterzijde van de brandstoftank geplaatste blok en monteer de schroef aan de achterzijde van de brandstoftank.
2. Sluit de minkabel van de accu opnieuw aan.
WAARSCHUWING
Trek het zadel na de montage even omhoog om er zeker van te zijn dat het in de positie is vergrendeld. Tijdens het rijden kan een loszittend zadel verschuiven, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00070b)
3. Bevestig het zadel.
Bediening
De koelventilator wordt thermostatisch geregeld en schakelt slechts in wanneer de thermostaat vaststelt dat de temperatuur van de koellucht ongeveer 60 °C (140 °F) bedraagt.
De koellucht verplaatst zich van links naar rechts. Lucht wordt door sleuven in de ventilatorafdekking naar binnen gezogen en langs de cilinders en cilinderkoppen geblazen.
SERVICEONDERDELEN
Afbeelding 8. Serviceonderdelen: ventilatorset voor Touring-modellen
Tabel 1. Serviceonderdelentabel
Item
Beschrijving (aantal)
Onderdeelnummer
1
Kabelbinder (3)
10065
2
Ventilatorsteun (bovenste motormontagesteun)
Niet afzonderlijk verkrijgbaar
3
Schroef, 6-32 x 3/8 inch (2)
2517
4
Schroef, 10-24 x 1/2 inch
2592
5
Onderste montagesteun
29497-00
6
Moer, 6/32 (2)
60031-61
7
Onderlegring, rubber, 1/4 x 3/4 x 3/64
6265
8
Montage, rubber (3)
62901-00
9
Onderlegring, 1/4 x 5/8 x 1/16 (6)
6703
10
Onderlegring, nr. 10 (2)
6716
11
Claxonsteun, recht (3)
Niet afzonderlijk verkrijgbaar
12
Ventilator
Zie onderstaande reparatiesets
13
Moer, geflensd, M6
7495
14
Moer, 10-24
7624
15
Moer, 1/4-20 (6)
7686
16
Medaillon
99598-00
17
Ventilatorkap, zwart
29498-00A
Ventilatorkap, verchroomd
29646-00A
18
Stootverbinder
70586-93
19
Draadboom, adapter 'B+'
70310-04
20
Bestaande bevestigingsmaterialen
21
Draadboom, claxonverplaatsing
Niet afzonderlijk verkrijgbaar
22
Ventilatordraadboom
Niet afzonderlijk verkrijgbaar
23
Relais
31504-91A
Beschikbare reparatiesets:
A
Ventilatormotor
74452-00A
B
Thermostaat
74453-00
C
Ventilatorkap, zwart
74454-00B
Ventilatorkap, verchroomd
74456-00B