BEACH-STUURSET
J032912006-08-02
ALGEMEEN
Setnummer
56855-05
Modellen
Vraag een Harley-Davidson dealer of raadpleeg de meest recente Harley-Davidson catalogus met Genuine motoronderdelen en -accessoires om er zeker van te zijn of dit stuur op uw motorfiets kan worden gemonteerd.
Deze set past niet op modellen die zijn uitgerust met verwarmde handgrepen, de Softail-koplampbehuizingsset (onderdeelnr. 67907-96), hydraulische koppelingsets, op het stuur gemonteerde meters of de Road Tech®-radio.
Vereiste aanvullende onderdelen of accessoires
De afzonderlijke aanschaf van aanvullende onderdelen of accessoires kan nodig zijn voor de juiste montage van deze stuurset op uw model motorfiets. Raadpleeg de meest recente Harley-Davidson catalogus met Genuine motoronderdelen en -accessoires voor een lijst met vereiste onderdelen of accessoires voor uw model motorfiets.
Voor een juiste installatie moet voor deze set Loctite® 271 (rood) draadborg- en afdichtmiddel (H-D onderdeelnr. 99671-97) worden gebruikt.
Verse, niet-vervuilde remvloeistof is tevens nodig. Raadpleeg uw gebruikershandleiding of servicehandleiding voor het juiste type remvloeistof voor het modeljaar en model van uw motorfiets.
WAARSCHUWING
Vervang de remleidingpakkingen. Het opnieuw gebruiken van oorspronkelijke pakkingen kan ertoe leiden dat de remmen niet meer functioneren, waardoor u de controle over de motorfiets kunt verliezen met ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00318a)
Bij modellen waarbij de oorspronkelijke remleiding weer wordt gebruikt, moeten de twee remleidingpakkingen van elke banjofitting worden vervangen. Raadpleeg de betreffende onderdelencatalogus of een Harley-Davidson dealer voor de juiste onderdeelnummers.
Bij motorfietsen waarbij de linker handgreep is vastgelijmd, moet een nieuwe handgreep worden gemonteerd (afzonderlijk verkrijgbaar). Raadpleeg de onderdelencatalogus voor de vervangende standaard handgrepen.
Vraag een Harley-Davidson dealer naar de diverse handgrepen die in de catalogus met Genuine motoraccessoires worden aangegeven.
WAARSCHUWING
De veiligheid van de berijder en de passagier is afhankelijk van de correcte montage van deze set. Volg de juiste stappen uit de servicehandleiding. Als u niet zeker weet of u de procedure correct kunt uitvoeren of als u niet beschikt over het juiste gereedschap, laat de installatie dan over aan een Harley-Davidson-dealer. Incorrecte montage van deze set kan ernstig of dodelijk letsel tot gevolg hebben. (00333b)
OPMERKING
In dit instructieblad wordt verwezen naar informatie in de servicehandleiding. Voor installatie is een servicehandleiding voor uw model motorfiets vereist. Deze is verkrijgbaar bij een Harley-Davidson dealer.
Setinhoud
INSTALLEREN
Voorbereiding
WAARSCHUWING
Om te voorkomen dat de motorfiets per ongeluk start, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg, dient u voordat u verder gaat de accukabels (de minkabel (-) eerst) los te koppelen. (00307a)
WAARSCHUWING
Koppel eerst de minkabel (-) van de accu los. Mocht de pluskabel (+) in contact komen met massa terwijl de minkabel (-) nog is aangesloten, dan kan de accu door de vonken die dan ontstaan, exploderen, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00049a)
1. Raadpleeg de servicehandleiding en volg de instructies om het zadel te verwijderen en de accukabels los te koppelen, de minkabel (-) eerst. Bewaar alle bevestigingsmaterialen van het zadel.
WAARSCHUWING
Tijdens het uitvoeren van servicewerkzaamheden aan het brandstofsysteem is roken verboden en zijn open vuren en vonken in de nabijheid niet toegestaan. Benzine is uitermate ontvlambaar en zeer explosief, wat ernstig of dodelijk letsel tot gevolg kan hebben. (00330a)
2. FLSTC-modellen: Maak de brandstoftank los. Raadpleeg het hoofdstuk BRANDSTOFTANK VERWIJDEREN in het betreffende deel (motor met carburateur of injectie) van de servicehandleiding.
VOORZICHTIG
Indien DOT 5-remvloeistof in de ogen komt, kan dit irritatie, zwelling en rode ogen veroorzaken. Voorkom dat het in uw ogen komt. Spoel uw ogen bij contact met veel water uit en raadpleeg een arts. Indien grote hoeveelheden DOT 5-remvloeistof worden ingeslikt, kan dit het spijsverteringsstelsel irriteren. Raadpleeg een arts als u deze hebt ingeslikt. In goed geventileerde ruimten gebruiken. BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN. (00144b)
WAARSCHUWING
Contact met DOT 4-remvloeistof kan ernstige problemen met de gezondheid veroorzaken. Het niet dragen van geschikte huid- en oogbescherming kan ernstig of dodelijk letsel tot gevolg hebben.
  • Bij inademing: Blijf kalm, zorg voor frisse lucht, roep medische hulp in.
  • Bij aanraking met de huid: Verontreinigde kleding uittrekken. Spoel direct de huid af met veel water voor 15-20 minuten. Roep medische hulp in indien irritatie optreedt.
  • Bij aanraking met de ogen: Spoel de aangedane ogen voor tenminste 15 minuten uit onder stromend water met de oogleden opengehouden. Roep medische hulp in indien irritatie optreedt.
  • Indien ingeslikt: Spoel de mond en drink overvloedig water. Geen braken opwekken. Contact Gif Controle. Roep onmiddellijk medische hulp in.
  • Zie de veiligheidsvoorschriften (SDS) voor meer informatie op sds.harley-davidson.com
(00240e)
MEDEDELING
DOT 4-remvloeistof beschadigt gelakte frameoppervlakken waarmee het in contact komt. Wees altijd voorzichtig en bescherm oppervlakken tegen gemorste vloeistof wanneer aan de remmen wordt gewerkt. Het niet opvolgen van deze instructie kan cosmetische schade tot gevolg hebben. (00239c)
  • Als D.O.T. 4-remvloeistof op een gelakt oppervlak komt, spoel dit dan ONMIDDELLIJK met schoon water af.
1Ontluchtingsklep van de remklauw
Afbeelding 1. Aftappen van de remvloeistof
OPMERKING
Bij modellen met één voorrem is slechts één kunststofslang nodig. Bij modellen met dubbele voorremmen moet op elke remklauw een kunststofslang worden bevestigd.
  1. ALLE modellen: Tap de remvloeistof uit de voorremmen af. Zie Afbeelding 1. Open de dop van de ontluchtingsnippel van elke voorremklauw. Pak een kunststofslang voor elke voorrem. Duw een uiteinde van de slang over elke ontluchtingsklep van de remklauw. Steek het vrije uiteinde van de slang in een geschikte opvangbak.
  2. Open de ontluchtingsklep ongeveer een halve draai en knijp de voorremhendel in om de remvloeistof uit het voorremsysteem te laten lopen. Gebruik remvloeistof niet opnieuw.
  3. Ga door met 'Verwijderen van het oorspronkelijke stuur' voor uw model motorfiets.
Verwijderen van het oorspronkelijke stuur: FLSTC
OPMERKING
Bedek het voorspatbord en de voorkant van de brandstoftank met schone werkplaatsdoeken om krassen en beschadiging aan de laklaag te voorkomen.
MEDEDELING
Verwijder voorzichtig de componenten van de remleiding. Beschadiging van het zittingoppervlak kan lekkage veroorzaken. (00320a)
1. Noteer het precieze verloop van de voorremleiding en de stand van de banjofittings. Maak de remleiding los van de voorremklauw en de voorste hoofdremcilinder. Bewaar de banjobouten, maar gooi de twee remleidingpakkingen van elke banjofitting weg. Raadpleeg het hoofdstuk VOORSTE HOOFDREMCILINDER in de servicehandleiding.
2. Verwijder de oude remleiding van de motorfiets.
3. Verwijder met behulp van een T-27 TORX®-dopsleutel de voorste hoofdremcilinder en koppelingshendel van het stuur.
OPMERKING
Raadpleeg, indien nodig de onderdelencatalogus voor een vervangende standaard koppelingskabel voor uw bouwjaar en model motorfiets.
Vraag een Harley-Davidson dealer naar de diverse beschikbare Genuine motoraccessoires zoals omvlochten koppelingskabels, gas- en stationairkabels en remleidingen.
4. Raadpleeg het hoofdstuk VERWIJDEREN VAN DE KOPPELINGSHENDEL in de servicehandleiding, en volg de instructies voor het losmaken van de koppelingskabel van de koppelingshendel. Als de koppelingskabel is vervangen, koppel de koppelingskabel los van het zijdeksel en verwijder de kabel van de motorfiets.
OPMERKING
Molex-connectors worden gebruikt voor de kabels van de bedieningselementen op het stuur bij modellen vanaf 2007. Bij modellen t/m 2006 worden Deutsch-connectors gebruikt. Raadpleeg het hoofdstuk MOLEX ELEKTRISCHE CONNECTORS of DEUTSCH ELEKTRISCHE CONNECTORS in de servicehandleiding voor de demontage- en hermontageprocedures.
Noteer het verloop van de kabels van de bedieningselementen op het stuur, voordat u deze losmaakt.
5. Trek de kabels van de bedieningselementen op het stuur uit de grijze en zwarte 6-voudige hoofddraadboomconnectors onder de brandstoftank.
6. Raadpleeg het hoofdstuk STUURSCHAKELAARS; BEDIENINGSELEMENTEN OP RECHTER STUURHELFT in de servicehandleiding voor het verwijderen van de rechter schakelaarbehuizing en draadboom. Dit is nodig om toegang te krijgen tot de gaskabels.
7. Raadpleeg het hoofdstuk GASHENDEL van de servicehandleiding voor het losmaken van de gaskabels van de huidige rechter handgreep/gashendelmof.
8. Raadpleeg het hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN OP LINKER STUURHELFT in de servicehandleiding voor het verwijderen van de linker schakelaarbehuizing en draadboom.
9. Zie Afbeelding 2. Verwijder de vier zeskantige inbusschroeven (1) waarmee de bovenste stuurklem (2) aan de stuurverhogers (3) is bevestigd, en gooi deze weg. Gooi de klem weg. Verwijder het stuur (4) van de motorfiets.
1Klemschroef (4)
2Klem
3Stuurverhoger (2)
4Stuur
5Montageschroef stuurverhoger (2)
Afbeelding 2. Stuurklemmen en -verhogers (FLSTC)
10. Als de linker handgreep niet aan het stuur is vastgelijmd: Verwijder de handgreep en leg deze weg om later aan het nieuwe stuur te bevestigen.
OPMERKING
Noteer de volgorde van montage van de stuurverhogerbevestigingsmaterialen om zeker te zijn van een juiste hermontage.
11. Verwijder de standaard stuurverhogers, en gooi deze weg. Bewaar de resterende bevestigingsmaterialen voor later gebruik.
OPMERKING
Gebruik Molex-connectors bij modellen vanaf 2007. Bij modellen t/m 2006 worden Deutsch-connectors gebruikt. Raadpleeg het hoofdstuk MOLEX of DEUTSCH ELEKTRISCHE CONNECTORS in de servicehandleiding voor de procedures voor de demontage en hermontage van de klemmen.
Verwijder IN GEEN GEVAL de kabels uit de pinhuizen van de Molex- of Deutsch-stuurschakelaarconnector onder de brandstoftank.
12. Noteer de kabelkleuren en -posities in elk gat van de contacthuizen vanaf de schakelaars. Raadpleeg het bedradingsschema en het hoofdstuk ELEKTRISCHE CONNECTORS in de servicehandleiding. Verwijder de kabels uit de contacthuizen.
13. Bind de kabelklemuiteinden van elke bron met tape vast om aparte bundels te maken. Tape elke bundel zo strak vast dat deze door het gat met de doorvoertule en gemakkelijk door het nieuwe stuur kan worden gestoken. Ga door met 'Nieuwe stuurkabels'.
Verwijderen van het oorspronkelijke stuur: FLHR, FLHRC
OPMERKING
Bedek het voorspatbord en de brandstoftank met schone werkplaatsdoeken om krassen en beschadiging aan de laklaag te voorkomen.
MEDEDELING
Verwijder voorzichtig de componenten van de remleiding. Beschadiging van het zittingoppervlak kan lekkage veroorzaken. (00320a)
1. Verwijder met een T-40 TORX®-dopsleutel de bolkopschroef aan de onderkant van de balhoofdplaat en steun waarmee het T-verdeelstuk van de remleiding is bevestigd, en bewaar deze.
2. Noteer het precieze verloop van de voorremleiding en de stand van de banjofittings. Maak de remleiding los van de voorremklauwen en de voorste hoofdremcilinder. Bewaar de banjobouten, maar gooi de twee pakkingen van elke banjofitting weg. Raadpleeg het hoofdstuk VOORSTE HOOFDREMCILINDER in de servicehandleiding.
3. Verwijder de oude remleidingen van de motorfiets.
4. Verwijder met behulp van een T-27 TORX®-dopsleutel de voorste hoofdremcilinder en koppelingshendel van het stuur.
OPMERKING
Raadpleeg, indien nodig de onderdelencatalogus voor een vervangende standaard koppelingskabel voor uw bouwjaar en model motorfiets.
Vraag een Harley-Davidson dealer naar de diverse beschikbare Genuine motoraccessoires zoals omvlochten koppelingskabels, gas- en stationairkabels en remleidingen.
5. Raadpleeg het hoofdstuk VERWIJDEREN VAN DE KOPPELINGSHENDEL in de servicehandleiding, en volg de instructies voor het losmaken van de koppelingskabel van de koppelingshendel. Als de koppelingskabel is vervangen, koppel de koppelingskabel los van het zijdeksel en verwijder de kabel van de motorfiets.
6. Verwijder de koplamp uit de koplampbehuizing. Raadpleeg het hoofdstuk KOPLAMP in de servicehandleiding.
OPMERKING
Molex-connectors worden gebruikt voor de kabels van de bedieningselementen op het stuur bij modellen vanaf 2007. Bij modellen t/m 2006 worden Deutsch-connectors gebruikt. Raadpleeg het hoofdstuk MOLEX ELEKTRISCHE CONNECTORS of DEUTSCH ELEKTRISCHE CONNECTORS in de servicehandleiding voor de demontage- en hermontageprocedures.
7. Trek de kabels van de bedieningselementen op het stuur uit de grijze en zwarte 6-voudige hoofddraadboomconnectors aan de binnenkant van de koplampbehuizing. Trek de kabels van de elektronische cruise-control uit de twee 4-wegs connectors, als de motorfiets daarmee is uitgerust.
8. Raadpleeg het hoofdstuk STUURSCHAKELAARS; BEDIENINGSELEMENTEN OP RECHTER STUURHELFT in de servicehandleiding voor het verwijderen van de rechter schakelaarbehuizing en draadboom. Dit is nodig om toegang te krijgen tot de gaskabels.
9. Raadpleeg het hoofdstuk GASHENDEL van de servicehandleiding voor het losmaken van de gaskabels van de huidige rechter handgreep/gashendelmof.
10. Raadpleeg het hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN OP LINKER STUURHELFT in de servicehandleiding voor het verwijderen van de linker schakelaarbehuizing en draadboom.
1Koplamp
2Stuurkap
3Stuurslotplaat
4Koplampbehuizing (linkerhelft)
5Sierstrip voor koplampbehuizing
6Moer
7Platkopschroef (2)
8Pankopschroef
9Platte onderlegring
10Moer met onderlegring
Afbeelding 3. Koplamp, koplampbehuizing en stuurkap (FLHR-modellen)
11. Zie Afbeelding 3. Verwijder de flensmoer (6) aan de binnenkant van de koplampbehuizing (4) om de sierstrip (5) aan de bovenkant van de koplampbehuizing los te maken. Bewaar de moer en sierstrip voor de latere montage.
12. Wrik de stuurslotstickerplaat (3) voorzichtig uit de standaard stuurkap (2). Verwijder de gehele kunststofplaat; verwijder de sticker echter niet van de plaat.
13. Verwijder en bewaar de twee kruisplatkopschroeven (7) onder de stickerplaat waarmee de stuurkap aan het stuurslot is bevestigd.
14. Verwijder de kruispankopschroef (8), moer (10) en platte onderlegring (9) waarmee de voorkant van de stuurkap (2) aan de koplampbehuizing is bevestigd. Gooi de stuurkap weg, maar bewaar de schroef, moer en onderlegring.
1Klemschroef (4)
2Platte onderlegring (4)
3Bovenste klem (2)
4Stuur
5Stuurverhoger (2)
6Montageschroef stuurverhoger (2)
Afbeelding 4. Stuurklemmen- en verhogers (FLHR-modellen)
15. Zie Afbeelding 4. Verwijder de schroeven (1) en platte onderlegringen (2) waarmee de bovenste stuurklemmen (3) aan de stuurverhogers (5) zijn bevestigd, en gooi deze weg. Gooi de klemmen weg. Verwijder het stuur (4) van de motorfiets.
16. Als de linker handgreep niet aan het stuur is vastgelijmd: Verwijder de handgreep en leg deze weg om later aan het nieuwe stuur te bevestigen.
OPMERKING
Noteer de volgorde van montage van de stuurverhogerbevestigingsmaterialen om zeker te zijn van een juiste hermontage.
17. Verwijder de standaard stuurverhogers, en gooi deze weg. Bewaar de resterende bevestigingsmaterialen voor later gebruik.
OPMERKING
Gebruik Molex-connectors bij modellen vanaf 2007. Bij modellen t/m 2006 worden Deutsch-connectors gebruikt. Raadpleeg het hoofdstuk MOLEX of DEUTSCH ELEKTRISCHE CONNECTORS in de servicehandleiding voor de procedures voor de demontage en hermontage van de klemmen.
Verwijder IN GEEN GEVAL de kabels uit de pinhuizen van de Molex- of Deutsch-stuurschakelaarconnector aan de binnenkant van de koplampbehuizing.
18. Noteer de kabelkleuren en -posities in elk gat van de contacthuizen vanaf de schakelaars. Raadpleeg het bedradingsschema en het hoofdstuk ELEKTRISCHE CONNECTORS in de servicehandleiding. Verwijder de kabels uit de contacthuizen.
19. Bind de kabelklemuiteinden van elke bron met tape vast om aparte bundels te maken. Tape elke bundel zo strak vast dat deze door het gat met de doorvoertule en gemakkelijk door het nieuwe stuur kan worden gestoken. Ga door met 'Nieuwe stuurkabels'.
Nieuwe stuurkabels
1. Verwijder de kunststofkabelborgklemmen waarmee beide schakelaardraadbomen aan het oorspronkelijke stuur zijn bevestigd.
2. Zie Afbeelding 6. Schuif een doorvoertule (2) op elke schakelaarkabelbundel, waarbij de doorvoertule dicht bij het schakelaaruiteinde moet worden geplaatst.
3. Breng een beetje vloeibare zeep, ruitenreiniger of multifunctioneel smeermiddel zoals WD-40®, aan op de rechter schakelaarkabelbundel.
WAARSCHUWING
De kabels in de schakelaarbehuizingen dienen exact zoals afgebeeld te worden aangelegd. Knelpunten in de schakelaarbehuizingen kunnen tot kortsluiting of doorgesneden kabels leiden, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen, wat ernstig of dodelijk letsel tot gevolg kan hebben. (00415b)
4. Zie Afbeelding 5. Leid de kabelbundel door de schakelaarbehuizing zoals afgebeeld. Steek de kabelbundel voorzichtig in het rechter gat en naar het midden van het nieuwe stuur.
1Schroef van de bovenste schakelaarbehuizing
2Schroef van de onderste schakelaarbehuizing
3Knelpunten
Afbeelding 5. Kabelverloop in de schakelaarbehuizing (rechter behuizing afgebeeld)
WAARSCHUWING
Trek de draden voorzichtig door het gat in het stuur om te voorkomen dat de draden worden gestript. Gestripte draden kunnen kortsluiting veroorzaken en elektrische onderdelen van de motorfiets beschadigen, waardoor u de controle over de motorfiets kunt verliezen, met ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00418b)
5. Trek het met tape vastgeplakte uiteinde van de kabelbundel door het kabeluitgangsgat in het midden aan de onderkant van het stuur.
WAARSCHUWING
De doorvoerrubbers in beide draadholtes in het stuur moeten op hun plaats blijven zitten nadat de kabels door het stuur zijn getrokken. Bevinden de doorvoerrubbers zich niet op hun plaats, dan kunnen de kabels worden beschadigd, waardoor kortsluiting kan ontstaan met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00416d)
6. Herhaal stap 3 t/m 5 voor de linker schakelaarkabels.
7. Zie Afbeelding 6. Plaats de schakelaarkabeldoorvoertules (2) in de schakelaarkabelgaten in het stuur.
8. Maak de remhendel- en koppelinghendelklemmen losjes vast aan het nieuwe stuur.
9. Maak de stuurschakelaarbehuizingen losjes vast aan het nieuwe stuur.
10. Zie Afbeelding 6 :
a. Snijd het 102 mm (4 in) lange stuk van de krimpkous (3) uit de set in twee gelijke delen.
b. Schuif een kousgedeelte over het uiteinde van elke schakelaarkabelbundel die uit het middelste gat van het stuur naar buiten komt.
11. Verwijder de tape van de uiteinden van de kabelbundels.
12. Controleer of er stroom loopt tussen het stuur en elke kabel in de kabelbundels. Is dit het geval, dan kan er sprake zijn van een kortsluiting. De kabels en het verloop ervan in de schakelaarbehuizing moeten dan worden gecontroleerd.
OPMERKING
De krimpkous op de kabelbundels die in het midden aan de onderkant van het stuur naar buiten komen, moeten worden vastgemaakt om te voorkomen dat de kabels worden beschadigd en er geen kortsluiting ontstaat bij het kabeluitgangsgat van het stuur.
WAARSCHUWING
Draden die midden onder het stuur naar buiten komen, moeten worden beschermd tegen slijtage. Plaats hiervoor een krimpkous bij de draaduitgangsholte van het stuur. Als de draden niet met een krimpkous worden beschermd, kan dit leiden tot kortsluiting of doorgesneden draden, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen, met ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00432c)
13. Plaats de krimpkous (die in stap 10 op de kabelbundels werd gemonteerd) in het midden van het kabeluitgangsgat van het stuur.
WAARSCHUWING
Volg de instructies van de fabrikant bij het gebruik van de UltraTorch UT-100 of een ander stralingswarmteapparaat. Het niet volgen van de instructies van de fabrikant kan brand veroorzaken, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00335a)
  • Richt de hitte niet op onderdelen van het brandstofsysteem. Extreme hitte kan ontbranden/exploderen van brandstof veroorzaken, wat ernstig of dodelijk letsel tot gevolg kan hebben.
  • Richt de hitte niet op andere onderdelen van het elektrische systeem, behalve de connectors waarop u warmtekrimp toepast.
  • Houd uw handen uit de buurt van de punt van het gereedschap en het warmtekrimphulpstuk.
  1. Gebruik een warmtepistool of geschikt stralingswarmteapparaat om de krimpkous om de kabelbundels te laten krimpen. Ga door met 'Installeren van een nieuw stuur'.
Installeren van een nieuw stuur
  1. Zie Afbeelding 6. Zorg dat u nieuwe stuurverhogers heeft; deze zijn afzonderlijk verkrijgbaar. Installeer de nieuwe verhogers op de bovenste balhoofdplaat met behulp van de eerder bewaarde bevestigingsmaterialen, in dezelfde volgorde die gebruikt werd bij het verwijderen. Draai de stuurverhogerbouten aan, maar nog niet helemaal vast.
  2. Centreer het nieuwe stuur op de verhogers. Om ervoor te zorgen dat het stuur is gecentreerd, controleer of de geribbelde plaatsen aan de buitenkant van elke verhoger zich op hetzelfde niveau bevinden.
  3. Plaats de nieuwe bovenste stuurklemmen (afzonderlijk verkrijgbaar) en bevestig deze met de nieuwe klemschroeven en platte onderlegringen. Draai de schroeven aan, maar nog niet helemaal vast.
  4. FLHR-modellen: Ga na stap 5 verder. FLSTC-modellen: Voer de schakelaarkabelbundels omlaag door de grote ovale opening in de bovenste balhoofdplaat.
  5. Volg de in de demontagestappen vermelde doorvoerinstructies (de kabelbundel voor de linker schakelaar aan de linkerzijde van het frame, en de kabelbundel voor de rechter schakelaar aan de rechterzijde van het frame) tot de kabels bij de pinhuizen van de schakelaarkabels onder de brandstoftank aangekomen zijn. Monteer alle tijdens de demontage bewaarde klemmen of kabelgeleidingen.
ALLE modellen:
OPMERKING
Molex-connectors worden gebruikt voor de kabels van de bedieningselementen op het stuur bij modellen vanaf 2007. Bij modellen t/m 2006 worden Deutsch-connectors gebruikt. Raadpleeg het hoofdstuk MOLEX ELEKTRISCHE CONNECTORS of DEUTSCH ELEKTRISCHE CONNECTORS in de servicehandleiding voor de hermontageprocedures.
14. Raadpleeg de notities die u hebt gemaakt tijdens de demontagestappen, het bedradingsschema en het toepasselijke hoofdstuk ELEKTRISCHE CONNECTORS in de servicehandleiding. Steek elke contactklem van de linker schakelaarkabelbundel in het juiste gat van het grijze contacthuis dat eerder werd verwijderd.
15. Steek elke contactklem van de rechter schakelaarkabelbundel in het juiste gat van het zwarte contacthuis dat eerder werd verwijderd.
16. FLHR-modellen:FLSTC-modellen: Sluit het grijze contacthuis van de bedieningselementen op het stuur aan op het grijze 6-voudige pinhuis onder de linkerzijde van de brandstoftank. Sluit het zwarte contacthuis aan op het zwarte 6-voudige pinhuis rechtsonder de brandstoftank.
a. Pak twee verlengdraadbomen voor de schakelaarkabel (afzonderlijk verkrijgbaar). Sluit het grijze verlengdraadboom-pinhuis aan op het grijze 6-voudige contacthuis vanaf het midden aan de onderkant van het stuur, en het zwarte verlengdraadboom-pinhuis op het zwarte contacthuis van het stuur.
b. Indien aanwezig, sluit de 4-wegs cruise-control draadbomen op dezelfde wijze aan op de verlengstukken.
c. Voer de contacthuizen van de draadverlenging in de koplampbehuizing naar binnen.
d. Sluit het grijze contacthuis van de draadverlenging aan op het grijze 6-voudige pinhuis binnen in de koplampbehuizing. Sluit het zwarte contacthuis aan op het zwarte 6-voudige pinhuis binnen in de koplampbehuizing.
e. Ga na stap 9 verder.
WAARSCHUWING
Tijdens het uitvoeren van servicewerkzaamheden aan het brandstofsysteem is roken verboden en zijn open vuren en vonken in de nabijheid niet toegestaan. Benzine is uitermate ontvlambaar en zeer explosief, wat ernstig of dodelijk letsel tot gevolg kan hebben. (00330a)
17. FLSTC-modellen: Plaats de brandstoftank terug. Raadpleeg het hoofdstuk BRANDSTOFTANK INSTALLEREN in het betreffende deel (motor met carburateur of injectie) van de servicehandleiding.
ALLE modellen
MEDEDELING
Een onjuist uitgelijnd stuur of onjuiste uitgelijnde onderdelen kunnen met de brandstoftank in contact komen als het stuur naar links of naar rechts wordt gedraaid. Daardoor kan cosmetische schade aan de brandstoftank ontstaan. (00372b)
18. Draai het voorwiel langzaam helemaal naar de rechter vorkaanslag en dan helemaal naar de linker vorkaanslag en controleer of het stuur geen contact maakt met de brandstoftank. Als het stuur contact maakt en het stuur goed is gecentreerd, verhoog dan de stuurhoek, indien nodig, totdat er voldoende speling is.
19. Draai de bovenste klemschroeven van het stuur als volgt vast:
a. Draai de voorste schroeven aan totdat de bovenste stuurklemmen contact maken met de stuurverhoger.
b. Haal de achterste schroeven aan tot 16,3–21,7 N·m (12–16 ft-lbs).
c. Haal de voorste schroeven aan tot 16,3–21,7 N·m (12–16 ft-lbs).
OPMERKING
Na het vastdraaien is er een kleine spleet tussen de bovenste klemmen en de verhogers naar de achterkant van het stuur.
20. Verwijder één voor één de in stap 1 gemonteerde stuurverhogerbouten. Breng twee druppels Loctite® 271 (rood) op de schroefdraad van iedere bout aan en monteer deze opnieuw. Haal de bouten van de stuurverhoger aan tot 34–41 N·m (25–30 ft-lbs).
21. Raadpleeg het hoofdstuk INSTALLEREN VAN DE RECHTER STUURSCHAKELAAR in de servicehandleiding en volg de instructies voor het installeren van de gaskabels en een nieuwe (afzonderlijk verkrijgbaar) of de oorspronkelijke rechter handgreep/gashendelmof.
22. Pas de positie van de schakelaarbehuizing en de remhendel op het stuur aan volgens het comfort en de houding van de bestuurder. De hoofdremcilinder moet zich in een horizontale stand bevinden.
OPMERKING
Draai de bovenste remhendelklemschroef vast voordat de onderste schroef wordt vastgedraaid.
23. Haal met een T-27 TORX-dopsleutel eerst de onderste en daarna de bovenste klemschroeven van de remhendel aan tot 8–9 N·m (71–80 in-lbs).
OPMERKING
Draai de onderste schakelaarbehuizingschroef vast voordat de bovenste schroef wordt vastgedraaid. Daardoor zal een eventuele spleet zich in de schakelaarbehuizing aan de voorkant bevinden, wat het mooiste resultaat oplevert.
24. Haal met een T-25 TORX-dopsleutel eerst de onderste en daarna de bovenste schroeven van de schakelaarbehuizing aan tot 4–5,1 N·m (35–45 in-lbs).
25. Controleer of de rechter handgreep/gashendelmof ronddraait en automatisch terugkeert en niet aan het stuur of de schakelaarbehuizing blijft vastzitten.
OPMERKING
Als de stuurhandgrepen van een patroon zijn voorzien, lijn dan het patroon op de linker handgreep uit met het patroon op de rechter handgreep, waarbij de gashendel zich in de volledig gesloten stand moet bevinden.
26. Installeer een nieuwe (afzonderlijk verkrijgbaar) of oorspronkelijke handgreep aan het linker uiteinde van het nieuwe stuur volgens het instructieblad van de handgreep of raadpleeg het hoofdstuk INSTALLEREN VAN DE LINKER HANDGREEP in de servicehandleiding.
27. Pas de posities aan van de schakelaarbehuizing en de koppelingshendel op het stuur aan het vereiste comfort en de houding van de bestuurder.
28. Haal met een T-27 TORX-dopsleutel eerst de bovenste en daarna de onderste klemschroeven van de koppelingshendel aan tot 8–9 N·m (71–80 in-lbs).
29. Haal met een T-25 TORX-dopsleutel eerst de onderste en daarna de bovenste schroeven van de schakelaarbehuizing aan tot 4–5,1 N·m (35–45 in-lbs).
Eindmontage
FLSTC-modellen
Ga door naar het gedeelte 'ALLE modellen', na stap 7.
FLHR-Modellen
1. Om schade aan de remleiding- en gaskabels te voorkomen, controleer of de sierstrippen zich nog steeds aan de binnenranden van de koplampbehuizing bevinden. Vervang de strippen als deze ontbreken, gebarsten of gebroken zijn.
2. Pak een nieuwe stuurklemkap (afzonderlijk verkrijgbaar) en de twee platte kruiskopschroeven (eerder bewaard).
3. Plaats de kap op de flens aan de bovenkant van de koplampbehuizing. Bevestig de twee schroeven om de stuurklemkap aan het stuurslotmechanisme vast te maken. Haal de schroeven aan tot 1,1–2,3 N·m (10–20 in-lbs).
4. Druk de oorspronkelijke stuurslotstickerplaat op zijn plaats op de stuurkap.
5. Pak de kruispankopschroef, moer en platte onderlegring die eerder werden verwijderd. Steek de schroef door het gat aan de voorkant van de stuurkap en de bovenkant van de koplampbehuizing. Bevestig de moer en platte onderlegring aan de schroefdraden, aan de binnenkant van de koplampbehuizing. Haal de schroef aan tot 1,1–2,3 N·m (10–20 in-lbs).
6. Pak de sierstrip voor de koplampbehuizing en zaagvormige flensmoer die eerder werden verwijderd. Steek de haak van de sierstrip in de sleuf in de stuurkap. Steek de laspen van de sierstrip in het gat aan de bovenkant van de koplampbehuizing en maak de flensmoer aan de binnenkant van de koplampbehuizing vast. Haal de moer aan tot 1,7–2,3 N·m (15–20 in-lbs).
7. Draai de koplamp in de koplampbehuizing. Raadpleeg het hoofdstuk KOPLAMP; INSTALLEREN in de servicehandleiding.
ALLE modellen
WAARSCHUWING
Vervang de remleidingpakkingen. Het opnieuw gebruiken van oorspronkelijke pakkingen kan ertoe leiden dat de remmen niet meer functioneren, waardoor u de controle over de motorfiets kunt verliezen met ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00318a)
MEDEDELING
Voorkom lekkage. Zorg ervoor dat pakkingen, banjobout(en), remleiding en remklauwboring schoon en onbeschadigd zijn, voordat u met de montage begint. (00321a)
  1. Controleer de nieuwe remleiding(en) zorgvuldig op beschadiging of defecten en vervang de remleiding als deze is beschadigd. Volg bij de installatie de instructies meegeleverd bij de remleidingen.
  2. Ontlucht de remmen. Raadpleeg het hoofdstuk ONTLUCHTEN VAN DE HYDRAULISCHE REMMEN in de servicehandleiding.
  3. Maak de koppelingskabel weer vast aan de koppelingshendel of monteer een nieuwe koppelingskabel (afzonderlijk verkrijgbaar) zoals aangegeven in het hoofdstuk KOPPELINGSHENDEL in de servicehandleiding.
VEILIGHEIDSCONTROLE
WAARSCHUWING
Controleer of het stuur soepel en zonder beperkingen kan bewegen. Eventuele beperkingen kunnen ervoor zorgen dat u de controle over de motorfiets verliest, waardoor ernstig of dodelijk letsel kan ontstaan. (00371a)
  • Zorg ervoor dat kabels, koppelingskabels, gas-/stationairkabels en remleidingen niet te strak worden getrokken als het stuur geheel naar links of rechts wordt gedraaid.
WAARSCHUWING
Sluit eerst de pluskabel (+) van de accu aan. Mocht de pluskabel (+) in contact komen met massa terwijl de minkabel (-) nog is aangesloten, dan kan de accu door de vonken die dan ontstaan, exploderen, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00068a)
1. Controleer of de contact-/koplampsleutelschakelaar in de stand OFF (uit) staat. Smeer een dunne laag vaseline of corrosievertragend materiaal op beide accupolen. Raadpleeg de servicehandleiding en volg de instructies voor het opnieuw aansluiten van de accukabels (de pluskabel eerst).
WAARSCHUWING
Controleer of alle lampen en schakelaars goed werken voordat u de motorfiets gebruikt. Indien de bestuurder slecht zichtbaar is, kan dit ernstig of dodelijk letsel tot gevolg hebben. (00316a)
2. Zet de contact-/koplampsleutelschakelaar in de stand IGNITION (ontsteking), maar start de motor niet. Controleer of elke stuurschakelaar goed werkt.
3. Draai het stuur naar de linker en rechter stuuraanslagen, om te controleren of het stuur bij elke aanslag goed functioneert.
4. Knijp de voorremhendel meerdere malen in, om de werking van het remlicht te controleren.
5. Raadpleeg de servicehandleiding en volg de instructies voor het installeren van het zadel.
WAARSCHUWING
Trek het zadel na de montage even omhoog om er zeker van te zijn dat het in de positie is vergrendeld. Tijdens het rijden kan een loszittend zadel verschuiven, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00070b)
WAARSCHUWING
Controleer, voordat u de motor start, of de gashendel automatisch terugkeert naar de stationaire stand wanneer deze wordt losgelaten. Een gashendel die voorkomt dat de motor automatisch naar de stationaire stand terugkeert, kan ertoe leiden dat u de controle over de motorfiets verliest, waardoor ernstig of dodelijk letsel kan ontstaan. (00390a)
WAARSCHUWING
Na het repareren van het remsysteem dient u de remmen met lage snelheid te testen. Als de remmen niet goed functioneren kan testen bij hoge snelheden er toe leiden dat u de controle over de motorfiets kunt verliezen, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00289a)
SERVICEONDERDELEN
Afbeelding 6. Serviceonderdelen
Tabel 1. Serviceonderdelen
Item
Beschrijving (aantal)
Onderdeelnummer
1
Stuur
56552-02
2
Stuurdoorvoertule (2)
11403A
3
Krimpkous
72162-02
Items genoemd in de tekst, maar niet in de set inbegrepen:
A
Standaard (OE) stuurslotplaat (FLHR-modellen)
B
Standaard (OE) platte kruiskopschroeven (2) (FLHR-modellen)
C
Standaard (OE) kruispankopschroeven (FLHR-modellen)
D
Stuurkap (FLHR-modellen, afzonderlijk verkrijgbaar)
E
Stuurverhoger (2, in afzonderlijk verkrijgbare set)
F
Bovenste stuurklem (2, in afzonderlijk verkrijgbare set)
G
Bovenste stuurklemschroef (2, in afzonderlijk verkrijgbare set)
H
Platte onderlegring (2, in afzonderlijk verkrijgbare set)