| 1. | Raadpleeg de servicehandleiding en volg de instructies om het zadel te verwijderen en de accukabels los te koppelen, de minkabel (-) eerst. Bewaar alle bevestigingsmaterialen van het zadel. | |
Tijdens het uitvoeren van servicewerkzaamheden aan het brandstofsysteem is roken verboden en zijn open vuren en vonken in de nabijheid niet toegestaan. Benzine is uitermate ontvlambaar en zeer explosief, wat ernstig of dodelijk letsel tot gevolg kan hebben. (00330a) | ||
| 2. | FLSTC-modellen: Maak de brandstoftank los. Raadpleeg het hoofdstuk BRANDSTOFTANK VERWIJDEREN in het betreffende deel (motor met carburateur of injectie) van de servicehandleiding. |
| 1 | Ontluchtingsklep van de remklauw |
| 1. | Noteer het precieze verloop van de voorremleiding en de stand van de banjofittings. Maak de remleiding los van de voorremklauw en de voorste hoofdremcilinder. Bewaar de banjobouten, maar gooi de twee remleidingpakkingen van elke banjofitting weg. Raadpleeg het hoofdstuk VOORSTE HOOFDREMCILINDER in de servicehandleiding. | |||||||||||
| 2. | Verwijder de oude remleiding van de motorfiets. | |||||||||||
| 3. | Verwijder met behulp van een T-27 TORX®-dopsleutel de voorste hoofdremcilinder en koppelingshendel van het stuur. OPMERKING Raadpleeg, indien nodig de onderdelencatalogus voor een vervangende standaard koppelingskabel voor uw bouwjaar en model motorfiets. Vraag een Harley-Davidson dealer naar de diverse beschikbare Genuine motoraccessoires zoals omvlochten koppelingskabels, gas- en stationairkabels en remleidingen. | |||||||||||
| 4. | Raadpleeg het hoofdstuk VERWIJDEREN VAN DE KOPPELINGSHENDEL in de servicehandleiding, en volg de instructies voor het losmaken van de koppelingskabel van de koppelingshendel. Als de koppelingskabel is vervangen, koppel de koppelingskabel los van het zijdeksel en verwijder de kabel van de motorfiets. OPMERKING Molex-connectors worden gebruikt voor de kabels van de bedieningselementen op het stuur bij modellen vanaf 2007. Bij modellen t/m 2006 worden Deutsch-connectors gebruikt. Raadpleeg het hoofdstuk MOLEX ELEKTRISCHE CONNECTORS of DEUTSCH ELEKTRISCHE CONNECTORS in de servicehandleiding voor de demontage- en hermontageprocedures. Noteer het verloop van de kabels van de bedieningselementen op het stuur, voordat u deze losmaakt. | |||||||||||
| 5. | Trek de kabels van de bedieningselementen op het stuur uit de grijze en zwarte 6-voudige hoofddraadboomconnectors onder de brandstoftank. | |||||||||||
| 6. | Raadpleeg het hoofdstuk STUURSCHAKELAARS; BEDIENINGSELEMENTEN OP RECHTER STUURHELFT in de servicehandleiding voor het verwijderen van de rechter schakelaarbehuizing en draadboom. Dit is nodig om toegang te krijgen tot de gaskabels. | |||||||||||
| 7. | Raadpleeg het hoofdstuk GASHENDEL van de servicehandleiding voor het losmaken van de gaskabels van de huidige rechter handgreep/gashendelmof. | |||||||||||
| 8. | Raadpleeg het hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN OP LINKER STUURHELFT in de servicehandleiding voor het verwijderen van de linker schakelaarbehuizing en draadboom. | |||||||||||
| 9. | Zie Afbeelding 2. Verwijder de vier zeskantige inbusschroeven (1) waarmee de bovenste stuurklem (2) aan de stuurverhogers (3) is bevestigd, en gooi deze weg. Gooi de klem weg. Verwijder het stuur (4) van de motorfiets. |
Afbeelding 2. Stuurklemmen en -verhogers (FLSTC) | ||||||||||
| 10. | Als de linker handgreep niet aan het stuur is
vastgelijmd: Verwijder de handgreep en leg deze weg om later aan het nieuwe stuur te bevestigen. OPMERKING Noteer de volgorde van montage van de stuurverhogerbevestigingsmaterialen om zeker te zijn van een juiste hermontage. | |||||||||||
| 11. | Verwijder de standaard stuurverhogers, en gooi deze weg. Bewaar de resterende bevestigingsmaterialen voor later gebruik. OPMERKING Gebruik Molex-connectors bij modellen vanaf 2007. Bij modellen t/m 2006 worden Deutsch-connectors gebruikt. Raadpleeg het hoofdstuk MOLEX of DEUTSCH ELEKTRISCHE CONNECTORS in de servicehandleiding voor de procedures voor de demontage en hermontage van de klemmen. Verwijder IN GEEN GEVAL de kabels uit de pinhuizen van de Molex- of Deutsch-stuurschakelaarconnector onder de brandstoftank. | |||||||||||
| 12. | Noteer de kabelkleuren en -posities in elk gat van de contacthuizen vanaf de schakelaars. Raadpleeg het bedradingsschema en het hoofdstuk ELEKTRISCHE CONNECTORS in de servicehandleiding. Verwijder de kabels uit de contacthuizen. | |||||||||||
| 13. | Bind de kabelklemuiteinden van elke bron met tape vast om aparte bundels te maken. Tape elke bundel zo strak vast dat deze door het gat met de doorvoertule en gemakkelijk door het nieuwe stuur kan worden gestoken. Ga door met 'Nieuwe stuurkabels'. |
| 1. | Verwijder met een T-40 TORX®-dopsleutel de bolkopschroef aan de onderkant van de balhoofdplaat en steun waarmee het T-verdeelstuk van de remleiding is bevestigd, en bewaar deze. | |||||||||||||||||||||
| 2. | Noteer het precieze verloop van de voorremleiding en de stand van de banjofittings. Maak de remleiding los van de voorremklauwen en de voorste hoofdremcilinder. Bewaar de banjobouten, maar gooi de twee pakkingen van elke banjofitting weg. Raadpleeg het hoofdstuk VOORSTE HOOFDREMCILINDER in de servicehandleiding. | |||||||||||||||||||||
| 3. | Verwijder de oude remleidingen van de motorfiets. | |||||||||||||||||||||
| 4. | Verwijder met behulp van een T-27 TORX®-dopsleutel de voorste hoofdremcilinder en koppelingshendel van het stuur. OPMERKING Raadpleeg, indien nodig de onderdelencatalogus voor een vervangende standaard koppelingskabel voor uw bouwjaar en model motorfiets. Vraag een Harley-Davidson dealer naar de diverse beschikbare Genuine motoraccessoires zoals omvlochten koppelingskabels, gas- en stationairkabels en remleidingen. | |||||||||||||||||||||
| 5. | Raadpleeg het hoofdstuk VERWIJDEREN VAN DE KOPPELINGSHENDEL in de servicehandleiding, en volg de instructies voor het losmaken van de koppelingskabel van de koppelingshendel. Als de koppelingskabel is vervangen, koppel de koppelingskabel los van het zijdeksel en verwijder de kabel van de motorfiets. | |||||||||||||||||||||
| 6. | Verwijder de koplamp uit de koplampbehuizing. Raadpleeg het hoofdstuk KOPLAMP in de servicehandleiding. OPMERKING Molex-connectors worden gebruikt voor de kabels van de bedieningselementen op het stuur bij modellen vanaf 2007. Bij modellen t/m 2006 worden Deutsch-connectors gebruikt. Raadpleeg het hoofdstuk MOLEX ELEKTRISCHE CONNECTORS of DEUTSCH ELEKTRISCHE CONNECTORS in de servicehandleiding voor de demontage- en hermontageprocedures. | |||||||||||||||||||||
| 7. | Trek de kabels van de bedieningselementen op het stuur uit de grijze en zwarte 6-voudige hoofddraadboomconnectors aan de binnenkant van de koplampbehuizing. Trek de kabels van de elektronische cruise-control uit de twee 4-wegs connectors, als de motorfiets daarmee is uitgerust. | |||||||||||||||||||||
| 8. | Raadpleeg het hoofdstuk STUURSCHAKELAARS; BEDIENINGSELEMENTEN OP RECHTER STUURHELFT in de servicehandleiding voor het verwijderen van de rechter schakelaarbehuizing en draadboom. Dit is nodig om toegang te krijgen tot de gaskabels. | |||||||||||||||||||||
| 9. | Raadpleeg het hoofdstuk GASHENDEL van de servicehandleiding voor het losmaken van de gaskabels van de huidige rechter handgreep/gashendelmof. | |||||||||||||||||||||
| 10. | Raadpleeg het hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN OP LINKER STUURHELFT in de servicehandleiding voor het verwijderen van de linker schakelaarbehuizing en draadboom. |
Afbeelding 3. Koplamp, koplampbehuizing en stuurkap (FLHR-modellen) | ||||||||||||||||||||
| 11. | Zie Afbeelding 3. Verwijder de flensmoer (6) aan de binnenkant van de koplampbehuizing (4) om de sierstrip (5) aan de bovenkant van de koplampbehuizing los te maken. Bewaar de moer en sierstrip voor de latere montage. | |||||||||||||||||||||
| 12. | Wrik de stuurslotstickerplaat (3) voorzichtig uit de standaard stuurkap (2). Verwijder de gehele kunststofplaat; verwijder de sticker echter niet van de plaat. | |||||||||||||||||||||
| 13. | Verwijder en bewaar de twee kruisplatkopschroeven (7) onder de stickerplaat waarmee de stuurkap aan het stuurslot is bevestigd. | |||||||||||||||||||||
| 14. | Verwijder de kruispankopschroef (8), moer (10) en platte onderlegring (9) waarmee de voorkant van de stuurkap (2) aan de koplampbehuizing is bevestigd. Gooi de stuurkap weg, maar bewaar de schroef, moer en onderlegring. |
Afbeelding 4. Stuurklemmen- en verhogers (FLHR-modellen) | ||||||||||||||||||||
| 15. | Zie Afbeelding 4. Verwijder de schroeven (1) en platte onderlegringen (2) waarmee de bovenste stuurklemmen (3) aan de stuurverhogers (5) zijn bevestigd, en gooi deze weg. Gooi de klemmen weg. Verwijder het stuur (4) van de motorfiets. | |||||||||||||||||||||
| 16. | Als de linker handgreep niet aan het stuur is
vastgelijmd: Verwijder de handgreep en leg deze weg om later aan het nieuwe stuur te bevestigen. OPMERKING Noteer de volgorde van montage van de stuurverhogerbevestigingsmaterialen om zeker te zijn van een juiste hermontage. | |||||||||||||||||||||
| 17. | Verwijder de standaard stuurverhogers, en gooi deze weg. Bewaar de resterende bevestigingsmaterialen voor later gebruik. OPMERKING Gebruik Molex-connectors bij modellen vanaf 2007. Bij modellen t/m 2006 worden Deutsch-connectors gebruikt. Raadpleeg het hoofdstuk MOLEX of DEUTSCH ELEKTRISCHE CONNECTORS in de servicehandleiding voor de procedures voor de demontage en hermontage van de klemmen. Verwijder IN GEEN GEVAL de kabels uit de pinhuizen van de Molex- of Deutsch-stuurschakelaarconnector aan de binnenkant van de koplampbehuizing. | |||||||||||||||||||||
| 18. | Noteer de kabelkleuren en -posities in elk gat van de contacthuizen vanaf de schakelaars. Raadpleeg het bedradingsschema en het hoofdstuk ELEKTRISCHE CONNECTORS in de servicehandleiding. Verwijder de kabels uit de contacthuizen. | |||||||||||||||||||||
| 19. | Bind de kabelklemuiteinden van elke bron met tape vast om aparte bundels te maken. Tape elke bundel zo strak vast dat deze door het gat met de doorvoertule en gemakkelijk door het nieuwe stuur kan worden gestoken. Ga door met 'Nieuwe stuurkabels'. |
| 1. | Verwijder de kunststofkabelborgklemmen waarmee beide schakelaardraadbomen aan het oorspronkelijke stuur zijn bevestigd. | |||||||
| 2. | Zie Afbeelding 6. Schuif een doorvoertule (2) op elke schakelaarkabelbundel, waarbij de doorvoertule dicht bij het schakelaaruiteinde moet worden geplaatst. | |||||||
| 3. | Breng een beetje vloeibare zeep, ruitenreiniger of multifunctioneel smeermiddel zoals WD-40®, aan op de rechter schakelaarkabelbundel. | |||||||
De kabels in de schakelaarbehuizingen dienen exact zoals afgebeeld te worden aangelegd. Knelpunten in de schakelaarbehuizingen kunnen tot kortsluiting of doorgesneden kabels leiden, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen, wat ernstig of dodelijk letsel tot gevolg kan hebben. (00415b) | ||||||||
| 4. | Zie Afbeelding 5. Leid de kabelbundel door de schakelaarbehuizing zoals afgebeeld. Steek de kabelbundel voorzichtig in het rechter gat en naar het midden van het nieuwe stuur. |
Afbeelding 5. Kabelverloop in de schakelaarbehuizing (rechter behuizing afgebeeld) | ||||||
Trek de draden voorzichtig door het gat in het stuur om te voorkomen dat de draden worden gestript. Gestripte draden kunnen kortsluiting veroorzaken en elektrische onderdelen van de motorfiets beschadigen, waardoor u de controle over de motorfiets kunt verliezen, met ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00418b) | ||||||||
| 5. | Trek het met tape vastgeplakte uiteinde van de kabelbundel door het kabeluitgangsgat in het midden aan de onderkant van het stuur. | |||||||
De doorvoerrubbers in beide draadholtes in het stuur moeten op hun plaats blijven zitten nadat de kabels door het stuur zijn getrokken. Bevinden de doorvoerrubbers zich niet op hun plaats, dan kunnen de kabels worden beschadigd, waardoor kortsluiting kan ontstaan met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00416d) | ||||||||
| 6. | Herhaal stap 3 t/m 5 voor de linker schakelaarkabels. | |||||||
| 7. | Zie Afbeelding 6. Plaats de schakelaarkabeldoorvoertules (2) in de schakelaarkabelgaten in het stuur. | |||||||
| 8. | Maak de remhendel- en koppelinghendelklemmen losjes vast aan het nieuwe stuur. | |||||||
| 9. | Maak de stuurschakelaarbehuizingen losjes vast aan het nieuwe stuur. | |||||||
| 10. | Zie Afbeelding 6 : a. Snijd het 102 mm (4 in) lange stuk van de krimpkous (3) uit de set in twee gelijke delen. b. Schuif een kousgedeelte over het uiteinde van elke schakelaarkabelbundel die uit het middelste gat van het stuur naar buiten komt. | |||||||
| 11. | Verwijder de tape van de uiteinden van de kabelbundels. | |||||||
| 12. | Controleer of er stroom loopt tussen het stuur en elke kabel in de kabelbundels. Is dit het geval, dan kan er sprake zijn van een kortsluiting. De kabels en het verloop ervan in de schakelaarbehuizing moeten dan worden gecontroleerd. OPMERKING De krimpkous op de kabelbundels die in het midden aan de onderkant van het stuur naar buiten komen, moeten worden vastgemaakt om te voorkomen dat de kabels worden beschadigd en er geen kortsluiting ontstaat bij het kabeluitgangsgat van het stuur. | |||||||
Draden die midden onder het stuur naar buiten komen, moeten worden beschermd tegen slijtage. Plaats hiervoor een krimpkous bij de draaduitgangsholte van het stuur. Als de draden niet met een krimpkous worden beschermd, kan dit leiden tot kortsluiting of doorgesneden draden, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen, met ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00432c) | ||||||||
| 13. | Plaats de krimpkous (die in stap 10 op de kabelbundels werd gemonteerd) in het midden van het kabeluitgangsgat van het stuur. |
| 14. | Raadpleeg de notities die u hebt gemaakt tijdens de demontagestappen, het bedradingsschema en het toepasselijke hoofdstuk ELEKTRISCHE CONNECTORS in de servicehandleiding. Steek elke contactklem van de linker schakelaarkabelbundel in het juiste gat van het grijze contacthuis dat eerder werd verwijderd. | |
| 15. | Steek elke contactklem van de rechter schakelaarkabelbundel in het juiste gat van het zwarte contacthuis dat eerder werd verwijderd. | |
| 16. | FLHR-modellen:FLSTC-modellen: Sluit het grijze contacthuis van de bedieningselementen op het stuur aan op het grijze 6-voudige pinhuis onder de linkerzijde van de brandstoftank. Sluit het zwarte contacthuis aan op het zwarte 6-voudige pinhuis rechtsonder de brandstoftank. a. Pak twee verlengdraadbomen voor de schakelaarkabel (afzonderlijk verkrijgbaar). Sluit het grijze verlengdraadboom-pinhuis aan op het grijze 6-voudige contacthuis vanaf het midden aan de onderkant van het stuur, en het zwarte verlengdraadboom-pinhuis op het zwarte contacthuis van het stuur. b. Indien aanwezig, sluit de 4-wegs cruise-control draadbomen op dezelfde wijze aan op de verlengstukken. c. Voer de contacthuizen van de draadverlenging in de koplampbehuizing naar binnen. d. Sluit het grijze contacthuis van de draadverlenging aan op het grijze 6-voudige pinhuis binnen in de koplampbehuizing. Sluit het zwarte contacthuis aan op het zwarte 6-voudige pinhuis binnen in de koplampbehuizing. e. Ga na stap 9 verder. | |
Tijdens het uitvoeren van servicewerkzaamheden aan het brandstofsysteem is roken verboden en zijn open vuren en vonken in de nabijheid niet toegestaan. Benzine is uitermate ontvlambaar en zeer explosief, wat ernstig of dodelijk letsel tot gevolg kan hebben. (00330a) | ||
| 17. | FLSTC-modellen: Plaats de brandstoftank terug. Raadpleeg het hoofdstuk BRANDSTOFTANK INSTALLEREN in het betreffende deel (motor met carburateur of injectie) van de servicehandleiding. |
| 18. | Draai het voorwiel langzaam helemaal naar de rechter vorkaanslag en dan helemaal naar de linker vorkaanslag en controleer of het stuur geen contact maakt met de brandstoftank. Als het stuur contact maakt en het stuur goed is gecentreerd, verhoog dan de stuurhoek, indien nodig, totdat er voldoende speling is. | |
| 19. | Draai de bovenste klemschroeven van het stuur als volgt vast: a. Draai de voorste schroeven aan totdat de bovenste stuurklemmen contact maken met de stuurverhoger. b. Haal de achterste schroeven aan tot 16,3–21,7 N·m (12–16 ft-lbs). c. Haal de voorste schroeven aan tot 16,3–21,7 N·m (12–16 ft-lbs). OPMERKING Na het vastdraaien is er een kleine spleet tussen de bovenste klemmen en de verhogers naar de achterkant van het stuur. | |
| 20. | Verwijder één voor één de in stap 1 gemonteerde stuurverhogerbouten. Breng twee druppels Loctite® 271 (rood) op de schroefdraad van iedere bout aan en monteer deze opnieuw. Haal de bouten van de stuurverhoger aan tot 34–41 N·m (25–30 ft-lbs). | |
| 21. | Raadpleeg het hoofdstuk INSTALLEREN VAN DE RECHTER STUURSCHAKELAAR in de servicehandleiding en volg de instructies voor het installeren van de gaskabels en een nieuwe (afzonderlijk verkrijgbaar) of de oorspronkelijke rechter handgreep/gashendelmof. | |
| 22. | Pas de positie van de schakelaarbehuizing en de remhendel op het stuur aan volgens het comfort en de houding van de bestuurder. De hoofdremcilinder moet zich in een horizontale stand bevinden. OPMERKING Draai de bovenste remhendelklemschroef vast voordat de onderste schroef wordt vastgedraaid. | |
| 23. | Haal met een T-27 TORX-dopsleutel eerst de onderste en daarna de bovenste klemschroeven van de remhendel aan tot 8–9 N·m (71–80 in-lbs). OPMERKING Draai de onderste schakelaarbehuizingschroef vast voordat de bovenste schroef wordt vastgedraaid. Daardoor zal een eventuele spleet zich in de schakelaarbehuizing aan de voorkant bevinden, wat het mooiste resultaat oplevert. | |
| 24. | Haal met een T-25 TORX-dopsleutel eerst de onderste en daarna de bovenste schroeven van de schakelaarbehuizing aan tot 4–5,1 N·m (35–45 in-lbs). | |
| 25. | Controleer of de rechter handgreep/gashendelmof ronddraait en automatisch terugkeert en niet aan het stuur of de schakelaarbehuizing blijft vastzitten. OPMERKING Als de stuurhandgrepen van een patroon zijn voorzien, lijn dan het patroon op de linker handgreep uit met het patroon op de rechter handgreep, waarbij de gashendel zich in de volledig gesloten stand moet bevinden. | |
| 26. | Installeer een nieuwe (afzonderlijk verkrijgbaar) of oorspronkelijke handgreep aan het linker uiteinde van het nieuwe stuur volgens het instructieblad van de handgreep of raadpleeg het hoofdstuk INSTALLEREN VAN DE LINKER HANDGREEP in de servicehandleiding. | |
| 27. | Pas de posities aan van de schakelaarbehuizing en de koppelingshendel op het stuur aan het vereiste comfort en de houding van de bestuurder. | |
| 28. | Haal met een T-27 TORX-dopsleutel eerst de bovenste en daarna de onderste klemschroeven van de koppelingshendel aan tot 8–9 N·m (71–80 in-lbs). | |
| 29. | Haal met een T-25 TORX-dopsleutel eerst de onderste en daarna de bovenste schroeven van de schakelaarbehuizing aan tot 4–5,1 N·m (35–45 in-lbs). |
| 1. | Om schade aan de remleiding- en gaskabels te voorkomen, controleer of de sierstrippen zich nog steeds aan de binnenranden van de koplampbehuizing bevinden. Vervang de strippen als deze ontbreken, gebarsten of gebroken zijn. | |
| 2. | Pak een nieuwe stuurklemkap (afzonderlijk verkrijgbaar) en de twee platte kruiskopschroeven (eerder bewaard). | |
| 3. | Plaats de kap op de flens aan de bovenkant van de koplampbehuizing. Bevestig de twee schroeven om de stuurklemkap aan het stuurslotmechanisme vast te maken. Haal de schroeven aan tot 1,1–2,3 N·m (10–20 in-lbs). | |
| 4. | Druk de oorspronkelijke stuurslotstickerplaat op zijn plaats op de stuurkap. | |
| 5. | Pak de kruispankopschroef, moer en platte onderlegring die eerder werden verwijderd. Steek de schroef door het gat aan de voorkant van de stuurkap en de bovenkant van de koplampbehuizing. Bevestig de moer en platte onderlegring aan de schroefdraden, aan de binnenkant van de koplampbehuizing. Haal de schroef aan tot 1,1–2,3 N·m (10–20 in-lbs). | |
| 6. | Pak de sierstrip voor de koplampbehuizing en zaagvormige flensmoer die eerder werden verwijderd. Steek de haak van de sierstrip in de sleuf in de stuurkap. Steek de laspen van de sierstrip in het gat aan de bovenkant van de koplampbehuizing en maak de flensmoer aan de binnenkant van de koplampbehuizing vast. Haal de moer aan tot 1,7–2,3 N·m (15–20 in-lbs). | |
| 7. | Draai de koplamp in de koplampbehuizing. Raadpleeg het hoofdstuk KOPLAMP; INSTALLEREN in de servicehandleiding. |
| 1. | Controleer of de contact-/koplampsleutelschakelaar in de stand OFF (uit) staat. Smeer een dunne laag vaseline of corrosievertragend materiaal op beide accupolen. Raadpleeg de servicehandleiding en volg de instructies voor het opnieuw aansluiten van de accukabels (de pluskabel eerst). | |
Controleer of alle lampen en schakelaars goed werken voordat u de motorfiets gebruikt. Indien de bestuurder slecht zichtbaar is, kan dit ernstig of dodelijk letsel tot gevolg hebben. (00316a) | ||
| 2. | Zet de contact-/koplampsleutelschakelaar in de stand IGNITION (ontsteking), maar start de motor niet. Controleer of elke stuurschakelaar goed werkt. | |
| 3. | Draai het stuur naar de linker en rechter stuuraanslagen, om te controleren of het stuur bij elke aanslag goed functioneert. | |
| 4. | Knijp de voorremhendel meerdere malen in, om de werking van het remlicht te controleren. | |
| 5. | Raadpleeg de servicehandleiding en volg de instructies voor het installeren van het zadel. |
Item | Beschrijving (aantal) | Onderdeelnummer |
|---|---|---|
1 | Stuur | 56552-02 |
2 | Stuurdoorvoertule (2) | 11403A |
3 | Krimpkous | 72162-02 |
Items genoemd in de tekst, maar niet in de set
inbegrepen: | ||
A | Standaard (OE) stuurslotplaat (FLHR-modellen) | |
B | Standaard (OE) platte kruiskopschroeven (2) (FLHR-modellen) | |
C | Standaard (OE) kruispankopschroeven (FLHR-modellen) | |
D | Stuurkap (FLHR-modellen, afzonderlijk verkrijgbaar) | |
E | Stuurverhoger (2, in afzonderlijk verkrijgbare set) | |
F | Bovenste stuurklem (2, in afzonderlijk verkrijgbare set) | |
G | Bovenste stuurklemschroef (2, in afzonderlijk verkrijgbare set) | |
H | Platte onderlegring (2, in afzonderlijk verkrijgbare set) | |