| 1. | Verwijder de inductiemodule en maak het gasklephuis los van het inlaatspruitstuk volgens de instructies in de servicehandleiding. | |||||
| 2. | FL Touring-modellen: Raadpleeg de servicehandleiding voor het verwijderen van de brandstofrail en de brandstoftoevoerleiding. Bewaar de klem van de brandstofleiding voor latere installatie. De onderlegring en O-ring onder de klem kunt u weggooien. | |||||
| 3. | ALLE modellen: Verwijder de brandstofinjectoren volgens de instructies in de servicehandleiding. | |||||
| 4. | Zie Afbeelding 1. Verwijder de twee O-ringen (1) van elk van de injectoren en gooi deze weg. |
Afbeelding 1. Injector | ||||
| 5. | Zie Afbeelding 2. Breng een dunne laag schone motorolie aan op de nieuwe O-ringen (1) van de injectoren uit de set. Monteer de O-ringen op de injectoren. | |||||
| 6. | Druk de injectoren in de boorgaten in de inductiemodule met de elektrische connector naar boven. Draai de injectoren zodanig, dat de elektrische stekkers zich aan de buitenzijde bevinden. | |||||
| 7. | Duw de brandstofrail (B) over de injectoren, totdat de flens van de brandstofrail de pasbus op de inductiemodule raakt. OPMERKING Meet de dikte van de bevestigingsflens van de brandstofrail (C) om te bepalen welke bouten u uit de set moet nemen. Als de dikte van de flens 6 mm (¼ in) bedraagt, neemt u de bouten met een lengte van 14 mm (9/16 in) (3). Als de dikte van de flens 9 mm (⅜ in) bedraagt, neemt u de bouten met een lengte van 17 mm (11/16 in) (4). | |||||
| 8. | Bevestig de brandstofrail op de inductiemodule met twee bouten (item 3 of 4, zie de opmerking hierboven) uit de set. Haal de bouten om de beurt aan tot 3–3,7 N·m (27–33 in-lbs). OPMERKING Neem de juiste bevestigingsbout voor de brandstofleiding uit de set. Als het schroefdraadgat door de bovenkant heen is geboord, zoals in de afbeelding, gebruikt u een bout met een lengte van 17 mm (11/16 in) (4). Als het schroefdraadgat blind is geboord, gebruikt u een bout met een lengte van 14 mm (9/16 in) (3). | |||||
| 9. | Pak de eerder verwijderde klem voor de brandstofleiding (F). Kies de afdichtring (5), de O-ring (6), en de juiste bout uit de set. Lijn het gat in de klem voor de brandstofleiding uit met het gat in de brandstofrail. Bevestig de bout en haal deze aan tot 3–3,7 N·m (27–33 in-lbs). Draai de brandstofleiding (E) zodat deze naar beneden buigt. | |||||
Als de brandstofleiding los zit, lekt hier benzine uit. Benzine is uitermate ontvlambaar en zeer explosief, wat ernstig of dodelijk letsel tot gevolg kan hebben. (00367a) | ||||||
| 10. | Controleer dat de brandstofleiding stevig door de klem wordt vastgehouden. Als dit niet het geval is, maak dan de zojuist gemonteerde onderdelen los en reinig de schroefdraden om ervoor te zorgen dat de brandstofleiding stevig vastzit. | |||||
| 11. | Zie de servicehandleiding voor instructies om het gasklephuis en het inlaatspruitstuk te monteren met de grote O-ring (2) en twee bouten (4) uit de set. Breng 1-2 druppels Loctite 290 (groen) aan op het eind van elke bout. Haal de bouten aan tot 3–3,7 N·m (27–33 in-lbs). | |||||
| 12. | Monteer de inductiemodule op de cilinderkoppen. |
| 1. | Modellen met een hoofdstroomonderbreker: Raadpleeg de servicehandleiding en maak de accukabels vast (rode pluskabel eerst). Breng een dunne laag Harley-Davidson smeermiddel voor elektrische contacten (onderdeelnr. 99861-02), vaseline of corrosiewerend middel aan op de accupolen. | |
Trek het zadel na de montage even omhoog om er zeker van te zijn dat het in de positie is vergrendeld. Tijdens het rijden kan een loszittend zadel verschuiven, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00070b) | ||
| 2. | Bij ALLE modellen: Raadpleeg de servicehandleiding en bevestig het zadel. | |
| 3. | Start de motorfiets en controleer of de motor goed werkt en eventueel brandstof lekt. |
Item | Beschrijving (aantal) | Onderdeelnummer |
|---|---|---|
1 | O-ring, metrische injector (4) | Niet afzonderlijk verkrijgbaar |
2 | O-ring, gasklephuis aan inlaatspruitstuk | Niet afzonderlijk verkrijgbaar |
3 | Bout, TORX® M4-0,7 x 14 mm (0.55 in) (3) | Niet afzonderlijk verkrijgbaar |
4 | Bout, TORX® M4-0,7 x 17 mm (0.67 in) (5) | Niet afzonderlijk verkrijgbaar |
5 | Afdichtring brandstofleiding | Niet afzonderlijk verkrijgbaar |
6 | O-ring, brandstofleiding | Niet afzonderlijk verkrijgbaar |
Items genoemd in de tekst. | ||
A | Inlaatspruitstuk | |
B | Brandstofrail | |
C | Dikte van de flens meten om bout (3) of (4) te kiezen | |
D | Blind of doorlopend schroefdraadgat om bout (3) of (4) voor klem (5) te kiezen | |
E | Brandstofleiding | |
F | Klem voor brandstofleiding (onderdeelnr. 27627-01) | |