STUURSET, VERLAAGD BEREIK, FLHR-MODEL
J033052008-06-13
ALGEMEEN
Setnummer
56152-04B
Modellen
Voor informatie over de modelgeschiktheid, raadpleegt u de P&A-catalogus of het gedeelte Parts and Accessories (onderdelen en accessoires) op www.harley-davidson.com (alleen Engelstalig).
Vereiste aanvullende onderdelen
Raadpleeg de P&A-catalogus of het gedeelte Parts and Accessories (onderdelen en accessoires) op www.harley-davidson.com (alleen Engelstalig) voor de afzonderlijke aankoop van extra onderdelen of accessoires voor uw model.
Verse, niet-vervuilde remvloeistof is tevens nodig. Raadpleeg uw handleiding of servicehandleiding voor het jaar en model van uw motorfiets, voor het juiste type remvloeistof.
Bij motorfietsen waarbij de linker handgreep is vastgelijmd, moet een nieuwe handgreep worden gemonteerd (afzonderlijk verkrijgbaar). Raadpleeg de onderdelencatalogus voor de vervangende standaard (OE) handgrepen.
Vraag een Harley-Davidson dealer naar de diverse handgrepen die in de catalogus met Genuine motoraccessoires worden aangegeven.
WAARSCHUWING
De veiligheid van de berijder en de passagier is afhankelijk van de correcte montage van deze set. Volg de juiste stappen uit de servicehandleiding. Als u niet zeker weet of u de procedure correct kunt uitvoeren of als u niet beschikt over het juiste gereedschap, laat de installatie dan over aan een Harley-Davidson-dealer. Incorrecte montage van deze set kan ernstig of dodelijk letsel tot gevolg hebben. (00333b)
OPMERKING
In dit instructieblad wordt verwezen naar informatie in de servicehandleiding. Voor deze installatie is een servicehandleiding voor dit model motorfiets vereist. Deze is verkrijgbaar bij een Harley-Davidson dealer.
Setinhoud
INSTALLEREN
Voorbereiding
WAARSCHUWING
Om te voorkomen dat de motorfiets per ongeluk start, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg, dient u voordat u verder gaat de accukabels (de minkabel (-) eerst) los te koppelen. (00307a)
WAARSCHUWING
Koppel eerst de minkabel (-) van de accu los. Mocht de pluskabel (+) in contact komen met massa terwijl de minkabel (-) nog is aangesloten, dan kan de accu door de vonken die dan ontstaan, exploderen, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00049a)
  1. Raadpleeg de servicehandleiding en volg de instructies om het zadel te verwijderen en de accukabels los te koppelen, de minkabel eerst. Bewaar alle bevestigingsmaterialen van het zadel.
  2. Voor alle modellen behalve FLHRS: De voorremleidingen kunnen aan de remhendel/hoofdremcilinder gemonteerd blijven. Ondersteun de gehele remhendel/hoofdremcilinder tijdens het vervangen van het stuur, om te voorkomen dat de voorremleidingen geknikt of beschadigd worden, en ga vervolgens verder naar 'Verwijderen van het oorspronkelijke stuur'. Alleen voor FLHRS-modellen: Tap de remvloeistof uit de voorremmen af. Raadpleeg de servicehandleiding.
Verwijderen van het oorspronkelijke stuur
OPMERKING
Bedek het voorspatbord en de voorkant van de brandstoftank met schone werkplaatsdoeken om krassen Anders kan de laklaag worden beschadigd.
FLHR- en FLHRC-modellen: Verwijder het windscherm. Raadpleeg de servicehandleiding.
MEDEDELING
Verwijder voorzichtig de componenten van de remleiding. Beschadiging van het zittingoppervlak kan lekkage veroorzaken. (00320a)
1. Verwijder met een T-40 TORX®-dopsleutel de bolkopschroef aan de onderkant van de balhoofdplaat en de steun waarmee het T-verdeelstuk van de remleiding is bevestigd, en bewaar deze.
2. Alleen voor FLHRS-modellen: Noteer het precieze verloop van de voorremleiding en de stand van de banjofittings. Maak de remleidingen los van de voorremklauwen en de voorste hoofdremcilinder. Bewaar de banjobouten, maar gooi de twee pakkingen van elke banjofitting weg. Raadpleeg de servicehandleiding.
3. Verwijder de oude remleidingen van de motorfiets.
4. Bij modellen met op het stuur gemonteerde richtingaanwijzers moeten de kunststofkabelborgklemmen waarmee de draadbomen van de richtingaanwijzers aan het stuur zijn bevestigd, worden verwijderd.
5. Bij ALLE modellen: Verwijder met behulp van een T-27 TORX®-dopsleutel de voorste hoofdremcilinder en koppelingshendel van het stuur.
6. Raadpleeg de servicehandleiding en volg de instructies voor het losmaken van de koppelingskabel van de koppelingshendel.
7. Verwijder de koplamp uit de koplampbehuizing. Raadpleeg de servicehandleiding.
OPMERKING
Molex-connectors worden gebruikt voor de kabels van de bedieningselementen op het stuur bij modellen vanaf 2007. Bij modellen t/m 2006 worden Deutsch-connectors gebruikt. Raadpleeg de servicehandleiding voor het losmaken en aansluiten.
8. Trek de kabels van de bedieningselementen op het stuur uit de grijze en zwarte 6-voudige hoofddraadboomconnectors aan de binnenkant van de koplampbehuizing. Scheid de 6-voudige richtingaanwijzerconnectorhelften. Trek de bedrading van de elektronische cruise-control uit de twee 4-voudige connectors, als de motorfiets daarmee is uitgerust.
OPMERKING
Noteer het verloop van de richtingaanwijzerkabels, voordat u deze losmaakt.
9. Bij modellen met op het stuur gemonteerde richtingaanwijzers moeten de 6-voudige richtingaanwijzerconnectorhelften worden gescheiden.
10. Raadpleeg de servicehandleiding voor het verwijderen van het rechter schakelaarhuis en de draadboom. Dit is nodig om toegang te krijgen tot de gaskabels.
11. Raadpleeg de servicehandleiding voor het losmaken van de gaskabels van de huidige rechter handgreep/gashendelmof.
12. Raadpleeg de servicehandleiding voor het verwijderen van het linker schakelaarhuis en de draadboom.
13. Zie Afbeelding 1. Verwijder aan de binnenkant van de koplampbehuizing (4) de flensmoer (7) om de sierstrip (5) aan de bovenkant van de koplampbehuizing los te maken. Bewaar de moer en sierstrip voor latere montage.
14. Wrik de stuurslotstickerplaat (3) voorzichtig uit de standaard stuurkap (2). Verwijder de gehele kunststofplaat; verwijder de sticker echter niet van de plaat.
15. Verwijder en bewaar de twee platte kruiskopschroeven (8) onder de stickerplaat waarmee de stuurkap aan het stuurslot is bevestigd.
OPMERKING
Bij FLHRS-modellen moeten de stuurkap (2) en windgeleider (6) tijdens de volgende stappen gemonteerd blijven.
1Koplamp
2Stuurkap
3Stuurslotplaat
4Koplampbehuizing (linkerhelft)
5Sierstrip voor koplampbehuizing
6Windgeleider (alleen FLHRS)
7Moer
8Platkopschroef (2)
9Pankopschroef
10Platte onderlegring
11Moer met onderlegring
12Flensschroef (3)
Afbeelding 1. Koplampbehuizing, koplamp en stuurkap
16. Voor FLHR- en FLHRC-modellen:Voor FLHRS-modellen:
a. Draai de kruispankopschroef (9), moer (11) en platte onderlegring (10) waarmee de voorzijde van de stuurkap (2) aan de koplampbehuizing is bevestigd los, maar verwijder deze items niet.
b. Til de stuurklemkap iets omhoog en terwijl u de helften van de koplampbehuizing van elkaar scheidt, schuif dan de kap naar voren, waarbij de as van de schroef door de spleet glijdt, tot de kap vrij is van de koplampbehuizing.
c. Draai de kruispankopschroef (9), moer (11) en platte onderlegring (10) waarmee de voorkant van de stuurkap (2) en windgeleider (6) aan de koplampbehuizing is bevestigd los, maar verwijder deze items niet.
d. Terwijl u in de koplampbehuizing grijpt, verwijdert u de schroefkop uit de sleuf in de windgeleiderlip; vervolgens trekt u de schroef omlaag en door de koplampbehuizing naar buiten.
17. Zie Afbeelding 2. Verwijder de schroeven (1) en platte onderlegringen (2) waarmee de bovenste stuurklemmen (3) aan de stuurverhogers (5) zijn bevestigd en bewaar deze. Verwijder de klemmen en gooi deze weg. Verwijder het stuur (4) van de motorfiets.
1Klemschroef (4)
2Platte onderlegring (4)
3Bovenste klem (2)
4Stuur
5Stuurverhoger (2)
Afbeelding 2. Stuurklemmen en -verhogers
18. Als de linker handgreep niet aan het stuur is vastgelijmd: Verwijder de handgreep en leg deze weg om later aan het nieuwe stuur te bevestigen.
OPMERKING
Gebruik Molex-connectors bij modellen vanaf 2007. Bij modellen t/m 2006 worden Deutsch-connectors gebruikt. Raadpleeg de servicehandleiding voor de procedures voor het verwijderen en installeren.
Verwijder de draden NIET uit de pinhuizen van de Molex- of Deutsch-stuurschakelaarconnector aan de binnenkant van de koplampbehuizing.
Verwijder de draden NIET uit het pinhuis van de Multilock-connector aan de binnenkant van de koplampbehuizing.
19. Noteer de draadkleuren en -posities in elke holte van de contacthuizen vanaf de schakelaars. Raadpleeg het bedradingsschema en de instructies in de servicehandleiding. Verwijder de draden uit de contacthuizen. Bij modellen met aan het stuur gemonteerde richtingaanwijzers, noteert u de draadkleuren en -posities in elke holte van het Multilock-contacthuis vanaf de richtingaanwijzers. Raadpleeg het bedradingsschema en de instructies in de servicehandleiding. Verwijder de draden uit het contacthuis.
20. Bind de draadklemuiteinden van elke bron met tape vast om aparte bundels te maken. Tape elke bundel zo strak vast dat deze door het gat van het doorvoerrubber en gemakkelijk door het nieuwe stuur kan worden gestoken.
Nieuwe stuurdraden
1. Verwijder de kunststof draadborgklemmen waarmee beide schakelaardraadbomen aan het oorspronkelijke stuur zijn bevestigd.
2. Zie Afbeelding 5. Schuif één grote doorvoerrubber (2) op elke schakelaardraadbundel, waarbij het doorvoerrubber dicht bij het schakelaaruiteinde moet worden geplaatst.
3. Bij modellen zonder op het stuur gemonteerde richtingaanwijzers: Plaats de gatafdekpluggen (4) uit de set in het kleinere gat voor de richtingaanwijzerbedrading dat zich aan beide uiteinden van het stuur bevindt. Ga door naar stap 8. Bij modellen met op het stuur gemonteerde richtingaanwijzers: schuif één kleine doorvoerrubber (3) op elke richtingaanwijzerdraadbundel, waarbij het doorvoerrubber dicht bij het richtingaanwijzeruiteinde moet worden geplaatst.
4. Breng een beetje vloeibare zeep, ruitenreiniger of multifunctioneel smeermiddel aan op de draadbundel van de rechter richtingaanwijzer.
5. Voer het kabeluiteinde van de rechter richtingaanwijzer voorzichtig in het kleine ronde gat in het doorvoerrubber nabij het rechter uiteinde van het nieuwe stuur naar binnen en vervolgens naar de grote opening in het midden van het stuur.
WAARSCHUWING
Trek de draden voorzichtig door het gat in het stuur om te voorkomen dat de draden worden gestript. Gestripte draden kunnen kortsluiting veroorzaken en elektrische onderdelen van de motorfiets beschadigen, waardoor u de controle over de motorfiets kunt verliezen, met ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00418b)
6. Trek het met tape vastgeplakte uiteinde van de draadbundel door het kabeluitgangsgat in het midden van het stuur.
7. Herhaal stap 4 t/m 6 voor de draden van de linker richtingaanwijzer.
8. Breng een beetje vloeibare zeep, ruitenreiniger of multifunctioneel smeermiddel aan op de draadbundel van de rechter schakelaar.
1Schroef van de bovenste schakelaarbehuizing
2Schroef van de onderste schakelaarbehuizing
3Knelpunten
Afbeelding 3. Draadverloop in de schakelaarbehuizing (rechter behuizing afgebeeld)
WAARSCHUWING
De kabels in de schakelaarbehuizingen dienen exact zoals afgebeeld te worden aangelegd. Knelpunten in de schakelaarbehuizingen kunnen tot kortsluiting of doorgesneden kabels leiden, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen, wat ernstig of dodelijk letsel tot gevolg kan hebben. (00415b)
9. Zie Afbeelding 3. Leid de schakelaardraadbundel zoals afgebeeld door de schakelaarbehuizing. Voer de draadbundel voorzichtig in het langwerpige schakelaarkabelgat nabij het rechter uiteinde van het stuur naar binnen en vervolgens naar het midden van het stuur.
WAARSCHUWING
De doorvoerrubbers in beide draadholtes in het stuur moeten op hun plaats blijven zitten nadat de kabels door het stuur zijn getrokken. Bevinden de doorvoerrubbers zich niet op hun plaats, dan kunnen de kabels worden beschadigd, waardoor kortsluiting kan ontstaan met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00416d)
10. Trek het met tape vastgeplakte uiteinde van de draadbundel door het draaduitgangsgat in het midden aan de onderkant van het stuur.
11. Herhaal stap 8 t/m 10 voor de schakelaardraden van de linker stuurhelft.
12. Zie Afbeelding 5. Plaats de schakelaardraaddoorvoerrubbers (2) in de schakelaardraadgaten in het stuur.
OPMERKING
De ronde schakelaardraaddoorvoerrubbers hebben een zeer strakke pasvorm. Maak een draaiende beweging om te voorkomen dat de doorvoerrubbers worden beschadigd.
13. Bij modellen met op het stuur gemonteerde richtingaanwijzers: Plaats de richtingaanwijzerdoorvoerrubbers (3) in de richtingaanwijzerdraadgaten in het stuur.
14. Maak de remhendel- en koppelingshendelklemmen losjes vast aan het nieuwe stuur.
15. Maak de stuurschakelaarbehuizingen losjes vast aan het nieuwe stuur.
16. Zie Afbeelding 5 :
a. Snijd het 102 mm (4 in) lange stuk van de krimpkous (5) uit de set in twee gelijke delen.
b. Schuif een kousgedeelte over het uiteinde van elke schakelaardraadbundel, die uit het middelste gat van het stuur naar buiten komt.
17. Verwijder de tape van de uiteinden van de draadbundels.
18. Controleer of er stroom loopt tussen het stuur en elke draad in de draadbundels. Is dit het geval, dan kan er sprake zijn van een kortsluiting. De draden en het verloop ervan in de schakelaarbehuizing moeten dan worden gecontroleerd.
OPMERKING
De krimpkous op de draadbundels die in het midden aan de onderkant van het stuur naar buiten komen, moet worden vastgemaakt om te voorkomen dat de draden worden beschadigd en er geen kortsluiting ontstaat bij het draaduitgangsgat van het stuur.
WAARSCHUWING
Draden die midden onder het stuur naar buiten komen, moeten worden beschermd tegen slijtage. Plaats hiervoor een krimpkous bij de draaduitgangsholte van het stuur. Als de draden niet met een krimpkous worden beschermd, kan dit leiden tot kortsluiting of doorgesneden draden, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen, met ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00432c)
19. Plaats de krimpkous (die in stap 16 op de draadbundels werd gemonteerd) in het midden van het draaduitgangsgat van het stuur.
WAARSCHUWING
Volg de instructies van de fabrikant bij het gebruik van de UltraTorch UT-100 of een ander stralingswarmteapparaat. Het niet volgen van de instructies van de fabrikant kan brand veroorzaken, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00335a)
  • Richt de hitte niet op onderdelen van het brandstofsysteem. Extreme hitte kan ontbranden/exploderen van brandstof veroorzaken, wat ernstig of dodelijk letsel tot gevolg kan hebben.
  • Richt de hitte niet op andere onderdelen van het elektrische systeem, behalve de verbinders waarop u warmtekrimp toepast.
  • Houd uw handen uit de buurt van de punt van het gereedschap en het warmtekrimphulpstuk.
  1. Gebruik een warmtepistool of geschikt stralingswarmteapparaat om de krimpkous om de draadbundels te laten krimpen.
Installeren van het nieuwe stuur
1. Zie Afbeelding 5. Centreer het nieuwe stuur op de verhogers. Om ervoor te zorgen dat het stuur is gecentreerd, controleer of de geribbelde plaatsen aan de buitenkant van elke verhoger zich op hetzelfde niveau bevinden.
2. Plaats de nieuwe bovenste stuurklem (6) uit de set en bevestig deze met de eerder bewaarde klemschroeven (F) en platte onderlegringen (G). Draai de schroeven aan, maar nog niet helemaal vast.
OPMERKING
Molex-connectors worden gebruikt voor de kabels van de bedieningselementen op het stuur bij modellen vanaf 2007. Bij modellen t/m 2006 worden Deutsch-connectors gebruikt. Raadpleeg de servicehandleiding voor de juiste aansluitprocedures.
3. Raadpleeg de notities die u hebt gemaakt tijdens de demontagestappen, het bedradingschema en de instructies in de servicehandleiding. Steek elke contactklem van de linker schakelaardraadbundel in het juiste gat van het grijze contacthuis dat eerder werd verwijderd.
4. Steek elke contactklem van de rechter schakelaardraadbundel in het juiste gat van het zwarte contacthuis dat eerder werd verwijderd.
5. Bij modellen met aan het stuur gemonteerde richtingaanwijzers, raadpleegt u de tijdens de demontagestappen gemaakte notities, het bedradingsschema en de instructies in de servicehandleiding. Steek elke contactklem komende van de richtingaanwijzers in het juiste gat in het Multilock-contacthuis dat eerder werd verwijderd. Bevestig de eerder bewaarde klemmen en/of draadgeleiders.
6. Voer de contacthuizen van de schakelaarbedrading (en het contacthuis van de richtingaanwijzer, indien aanwezig) in de koplampbehuizing naar binnen.
OPMERKING
Bij sommige modellen is de montage van verlengingen aan de schakelaarbedrading noodzakelijk, om bij de pinhuizen van de motorfietsdraadboom in de koplampbehuizing te kunnen komen. Raadpleeg de nieuwste P&A-catalogus of het gedeelte Parts and Accessories (onderdelen en accessoires) op www.harley-davidson.com (alleen Engelstalig) voor een lijst met alle benodigde onderdelen of accessoires voor dit model.
7. Koppel het grijze 6-voudige contacthuis van de schakelaarbedrading, dat onderaan uit het midden van het stuur komt, aan het grijze 6-voudige pinhuis. Koppel het zwarte 6-voudige contacthuis van de schakelaarbedrading aan het zwarte 6-voudige pinhuis. Indien aanwezig, sluit de 4-voudige cruise-controldraadbomen op dezelfde wijze aan.
8. Indien deze aanwezig is, koppelt u de 6-voudige Multilock-connector, dat onderaan uit het midden van het stuur komt, aan het zwarte 6-voudige Multilock-pinhuis.
MEDEDELING
Een onjuist uitgelijnd stuur of onjuiste uitgelijnde onderdelen kunnen met de brandstoftank in contact komen als het stuur naar links of naar rechts wordt gedraaid. Daardoor kan cosmetische schade aan de brandstoftank ontstaan. (00372b)
9. Draai het voorwiel langzaam helemaal naar de rechter vorkaanslag en dan helemaal naar de linker vorkaanslag en controleer of het stuur geen contact maakt met de brandstoftank. Als het stuur contact maakt en het stuur goed is gecentreerd, verhoog dan de stuurhoek, zoals nodig, totdat er voldoende speling is.
10. Draai de bovenste klemschroeven van het stuur als volgt vast:
a. Draai de voorste schroeven aan totdat de bovenste stuurklem contact maakt met de stuurverhoger.
b. Haal de achterste schroeven aan tot 16,3–21,7 N·m (12–16 ft-lbs).
c. Haal de voorste schroeven aan tot 16,3–21,7 N·m (12–16 ft-lbs).
OPMERKING
Na het vastdraaien blijft er een kleine spleet tussen de bovenste klem en de verhogers aan de achterkant van het stuur.
11. Raadpleeg de servicehandleiding en volg de instructies voor het installeren van de gaskabels en een nieuwe (afzonderlijk verkrijgbaar) of de oorspronkelijke rechter handgreep/gashendelmof.
12. Pas de positie van de schakelaarbehuizing en de remhendel op het stuur aan volgens het vereiste comfort en de houding van de bestuurder. De hoofdremcilinder moet zich in een horizontale stand bevinden.
OPMERKING
Draai de bovenste remhendelklemschroef vast voordat de onderste schroef wordt vastgedraaid.
13. Haal met een T-27 TORX-dopsleutel eerst de bovenste en daarna de onderste klemschroeven van de remhendel aan tot 8–9 N·m (71–80 in-lbs).
OPMERKING
Draai de onderste schakelaarbehuizingsschroef vast voordat de bovenste schroef wordt vastgedraaid. Daardoor zal een eventuele spleet zich in de schakelaarbehuizing aan de voorkant bevinden, wat het mooiste resultaat oplevert.
14. Haal met een T-25 TORX-dopsleutel eerst de onderste en daarna de bovenste schroeven van de schakelaarbehuizing aan tot 4–5,1 N·m (35–45 in-lbs).
15. Controleer of de rechter handgreep/gashendelmof ronddraait en automatisch terugkeert en niet aan het stuur of de schakelaarbehuizing blijft vastzitten.
OPMERKING
Als de stuurhandgrepen van een patroon zijn voorzien, lijn dan het patroon op de linker handgreep uit met het patroon op de rechter handgreep, waarbij de gashendel zich in de volledig gesloten stand moet bevinden.
16. Installeer een nieuwe (afzonderlijk verkrijgbaar) of oorspronkelijke handgreep aan het linker uiteinde van het nieuwe stuur volgens het instructieblad van de handgreep of raadpleeg de servicehandleiding.
17. Raadpleeg de servicehandleiding. Pas de positie van de schakelaarbehuizing en de koppelingshendel op het stuur aan volgens het vereiste comfort en de houding van de bestuurder.
18. Haal met een T-27 TORX-dopsleutel eerst de bovenste en daarna de onderste klemschroeven van de koppelingshendel aan tot 8–9 N·m (71–80 in-lbs).
19. Haal met een T-25 TORX-dopsleutel eerst de onderste en daarna de bovenste schroeven van de schakelaarbehuizing aan tot 4–5,1 N·m (35–45 in-lbs).
Eindmontage
1. Om schade aan de remleiding- en gaskabels te voorkomen, controleer of de sierstrippen zich nog steeds aan de binnenranden van de koplampbehuizing bevinden. Vervang de strippen als deze ontbreken, gebarsten of beschadigd zijn.
OPMERKING
Bij FLHRS-modellen dienen de stuurkap en windgeleider aan elkaar gemonteerd van de motorfiets verwijderd te worden. Bij ALLE modellen dienen tevens de kruispankopschroef, flensmoer en platte onderlegring aan elkaar gemonteerd te blijven. Indien deze items van elkaar gescheiden werden, dient u ze opnieuw te monteren volgens de instructies in de servicehandleiding.
2. Voor FLHR- en FLHRC-modellen:Voor FLHRS-modellen:
a. Pak de eerder bewaarde stuurklemkap. Scheid de helften van de koplampbehuizing iets van elkaar. Met de platte onderlegring en moer binnen in de koplampbehuizing, schuift u de stuurklemkap naar achteren, waarbij de as van de schroef door de spleet glijdt tot de kap boven de flens aan de bovenzijde van de koplampbehuizing geplaatst is.
b. Pas de helften van de koplampbehuizing in elkaar en haal de schroef aan tot 1,1–2,3 N·m (10–20 in-lbs).
c. Pak de eerder bewaarde stuurklemkap/windgeleider en schroef/moer/platte onderlegring. Plaats de stuurklemkap/windgeleider op de flens aan de bovenzijde van de koplampbehuizing.
d. Zie Afbeelding 4. Terwijl u de schroef vasthoudt, grijp in de koplampbehuizing, steek alleen de schroefkop door de opening naar boven en haak deze in de sleuf in de windgeleiderlip. De moer en platte onderlegring dienen in de koplampbehuizing achter te blijven. Haal de schroef aan tot 1,1–2,3 N·m (10–20 in-lbs).
Afbeelding 4. Bevestigen van de windgeleider aan de koplampbehuizing (FLHRS-modellen)
3. Zie Afbeelding 5. Bevestig de twee kruisplatkopschroeven (B), die eerder werden verwijderd, om de stuurklemkap aan het stuurslot vast te maken.
4. Druk de oorspronkelijke stuurslotstickerplaat (A) op zijn plaats op de stuurkap.
5. Pak de verchroomde sierstrip voor de koplampbehuizing en de moer met zaagvormige flens die eerder werden verwijderd. Steek de laspen van de sierstrip in het gat aan de bovenkant van de koplampbehuizing en maak de flensmoer aan de binnenkant van de koplampbehuizing vast. Haal de moer aan tot 1,7–2,3 N·m (15–20 in-lbs).
6. Draai de koplamp in de koplampbehuizing. Raadpleeg de servicehandleiding.
WAARSCHUWING
Vervang de remleidingpakkingen. Het opnieuw gebruiken van oorspronkelijke pakkingen kan ertoe leiden dat de remmen niet meer functioneren, waardoor u de controle over de motorfiets kunt verliezen met ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00318a)
MEDEDELING
Voorkom lekkage. Zorg ervoor dat pakkingen, banjobout(en), remleiding en remklauwboring schoon en onbeschadigd zijn, voordat u met de montage begint. (00321a)
7. Controleer de nieuwe remleiding zorgvuldig op beschadiging of defecten en vervang deze indien beschadigd. Monteer de remleiding volgens de instructies in de servicehandleiding of de instructies in de remleidingset.
8. Ontlucht de remmen. Raadpleeg de servicehandleiding.
9. ALLE modellen: Maak de koppelingskabel weer aan de koppelingshendel vast, volgens de instructies in de servicehandleiding.
Veiligheidscontrole
WAARSCHUWING
Controleer of het stuur soepel en zonder beperkingen kan bewegen. Eventuele beperkingen kunnen ervoor zorgen dat u de controle over de motorfiets verliest, waardoor ernstig of dodelijk letsel kan ontstaan. (00371a)
  • Zorg ervoor dat kabels, koppelingskabels, gas-/​stationairkabels en remleidingen niet te strak worden getrokken als het stuur geheel naar links of rechts wordt gedraaid.
WAARSCHUWING
Sluit eerst de pluskabel (+) van de accu aan. Mocht de pluskabel (+) in contact komen met massa terwijl de minkabel (-) nog is aangesloten, dan kan de accu door de vonken die dan ontstaan, exploderen, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00068a)
1. Controleer of de contact-/​koplampsleutelschakelaar in de stand OFF (uit) staat. Breng een dunne laag Harley-Davidson smeermiddel voor elektrische contacten (99861-02), vaseline of corrosiewerend middel aan op de accupolen. Raadpleeg de servicehandleiding en volg de instructies voor het aansluiten van de accukabels (de pluskabel eerst).
WAARSCHUWING
Controleer of alle lampen en schakelaars goed werken voordat u de motorfiets gebruikt. Indien de bestuurder slecht zichtbaar is, kan dit ernstig of dodelijk letsel tot gevolg hebben. (00316a)
2. Draai de contact-/​koplampsleutelschakelaar in de stand IGNITION (ontsteking) en controleer de juiste werking van elke schakelaar aan het stuur.
3. Knijp de voorremhendel meerdere malen in om de werking van het remlicht te controleren.
WAARSCHUWING
Trek het zadel na de montage even omhoog om er zeker van te zijn dat het in de positie is vergrendeld. Tijdens het rijden kan een loszittend zadel verschuiven, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00070b)
WAARSCHUWING
Controleer, voordat u de motor start, of de gashendel automatisch terugkeert naar de stationaire stand wanneer deze wordt losgelaten. Een gashendel die voorkomt dat de motor automatisch naar de stationaire stand terugkeert, kan ertoe leiden dat u de controle over de motorfiets verliest, waardoor ernstig of dodelijk letsel kan ontstaan. (00390a)
WAARSCHUWING
Na het repareren van het remsysteem dient u de remmen met lage snelheid te testen. Als de remmen niet goed functioneren kan testen bij hoge snelheden er toe leiden dat u de controle over de motorfiets kunt verliezen, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00289a)
4. Raadpleeg de servicehandleiding en volg de instructies voor het installeren van het zadel.
SERVICEONDERDELEN
Afbeelding 5. Serviceonderdelen
Tabel 1. Serviceonderdelentabel
Item
Beschrijving (aantal)
Onderdeelnummer
1
Stuur
Niet afzonderlijk verkrijgbaar
2
Stuurdoorvoerrubber, groot (2)
11386
3
Stuurdoorvoerrubber, klein (2)
11398
4
Plug (2)
Niet afzonderlijk verkrijgbaar
5
Krimpkous, groot
72162-02
6
Bovenste stuurklem
55918-08
Items genoemd in de tekst, maar niet in de set inbegrepen:
A
Standaard (OE) stuurslotplaat (FLHRS-modellen)
B
Standaard (OE) kruisplatkopschroeven (2)
C
Standaard (OE) kruispankopschroef
D
Stuurkap (FLHR/FLHRC afgebeeld)
E
Standaard (OE) stuurverhoger (2)
F
Standaard (OE) stuurklemschroef (4)
G
Standaard (OE) platte onderlegring (4)