ALARMSYSTEEMSETS SMART SIREN EN SMART SIREN II
J038432009-08-14
ALGEMEEN
Setnummers
68352-04B, 68352-06B en 69033-09
Modellen
Voor modelgerelateerde informatie, raadpleegt u de P&A-catalogus of het gedeelte Parts and Accessories (onderdelen en accessoires) op www.harley-davidson.com (alleen Engelstalig).
Vereiste aanvullende onderdelen
De motorfiets moet af fabriek zijn uitgerust met een Harley-Davidson®-alarmsysteem, voordat deze set kan worden geïnstalleerd. Raadpleeg de P&A-catalogus of de rubriek Onderdelen en Accessoires op www.harley-davidson.com (alleen Engels) voor beschikbare alarmsystemen en modelgerelateerde informatie.
Setinhoud
VOORBEREIDING
1. Raadpleeg STROOMUITVAL in de gebruikershandleiding en volg de instructies om te voorkomen dat het alarmsysteem de sirene activeert.
WAARSCHUWING
Om te voorkomen dat de motorfiets per ongeluk start, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg, dient u voordat u verder gaat de accukabels (de minkabel (-) eerst) los te koppelen. (00307a)
WAARSCHUWING
Koppel eerst de minkabel (-) van de accu los. Mocht de pluskabel (+) in contact komen met massa terwijl de minkabel (-) nog is aangesloten, dan kan de accu door de vonken die dan ontstaan, exploderen, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00049a)
2. Raadpleeg de gebruikershandleiding en volg de instructies om het zadel te verwijderen en de accukabels los te koppelen, de minkabel (-) eerst. Bewaar alle bevestigingsmaterialen van het zadel.
OPMERKING
Bij Sportster®-modellen van 2004 en later kan de minkabel van de accu het makkelijkst losgekoppeld worden bij het motorcarter.
3. Verwijder de accu van het voertuig.
INSTALLEREN
1. Zie Afbeelding 1. Zoek de connector van de sirene (2) in de hoofdkabelboom achter de kabelboomafscherming vlak voor de accu. De connector is afgeschermd met een stofkap. Trek de stofkap van de connector en voer de connector omlaag en achter de afscherming vandaan.
2. Selecteer de juiste kabelboom voor de sirene (3) voor het betreffende modeljaar uit de set. Leid de 3-pins connector (1) van de kabelboom van de sirene vanaf de onderkant van de motorfiets omhoog tussen het deksel van de primaire aandrijving en de framebuis. Steek de stekker in de connector van de kabelboom van de sirene (2) aan de hoofdkabelboom.
13-pins connector aan kabelboom van sirene
23-pins connector [142B] aan kabelboom
3Kabelboom van sirene
4Achterste dwarsstang van frame (niet zichtbaar)
Afbeelding 1. Sluit de kabelboom van de sirene aan op de hoofdkabelboom
3. Bevestig met een kabelbinder uit de set de connectors aan de diagnosekabelboom. Leid de lange kabel van de kabelboom van de sirene over de achterste dwarsstang van het frame (4).
OPMERKING
Bevestig de kabelboom van de sirene zo veel mogelijk uit het zicht en zodanig dat de kabelboom verwijderd blijft van bewegende delen, scherpe randen en hete onderdelen.
4. Zie Afbeelding 2. Installeer de sirene (1) en lijn de klankschijf uit met de gaatjes in de onderste steun (2). Voor sirene met antenne (afgebeeld): Voer de antennekabel van de sirene (5) naast de connector door de uitsparing in de steun. ALLE sirenes: Plaats de sirene helemaal in de steun.
1Sirene
2Onderste sirenesteun
3Schuimrubbertape
4Bovenste sirenesteun
5Sireneantenne
Afbeelding 2. Sirene en steunen samenvoegen
1Sirene
2Kabelboom van sirene
Afbeelding 3. De sirene op de kabelboom aansluiten
5. Verwijder de papieren plakstrook van de schuimrubbertape (3) en breng de tape aan midden op de onderzijde van de bovenste steun (4), zoals afgebeeld.
6. Zie Afbeelding 3. Sluit de lange kabel van de kabelboom van de sirene (2) aan op de sirene (1).
7. Zie Afbeelding 4. Plaats de eenheid van sirene en steunen (1) met de connector (2) wijzend naar de linkerzijde van de motorfiets. Steek de eenheid boven de achterste dwarsgedeelte van het frame en schuif de eenheid naar achteren tot de voorzijde van de steunen vrij zijn van de voorste dwarsstang. Beweeg de voorzijde van de eenheid omhoog tot de flenzen van de steunen zich boven de voorste dwarsstang bevinden. Schuif de steunen naar voren en laat de flenzen van de steunen op beide dwarsstangen rusten.
OPMERKING
Bevestig de kabelboom van de sirene zo veel mogelijk uit het zicht en zodanig dat de kabelboom verwijderd blijft van bewegende delen, scherpe randen en hete onderdelen.
Voor sirene met antenne (afgebeeld): De antenne van de sirene (3) niet samen met de kabelboom bevestigen. Laat de antenne vrij hangen.
1Eenheid van sirene en steun
23-pins connector van sirene
Afbeelding 4. Sirene en steunen installeren
1Sirene en steunen
2Zeskant dopbout en moer (2)
3Sireneantenne
Afbeelding 5. Bevestig de eenheid van sirene en steunen aan het frame
8. ALLE sirenes: Duw de kabelboom in de uitsparing en bevestig de kabelboom met kabelbinders uit de set.
OPMERKING
Voor meer gemak bij het monteren en tussenruimte na montage kunt u de dopbouten het beste vanaf de bovenkant door de steunen en de dwarsgedeelte van het frame steken.
9. Zie Afbeelding 5. Lijn de gaten in de steunen voor de sirene uit met de gaten uiterst rechts in de dwarsgedeelten van het frame. Bevestig de steunen met de twee zeskante dopbouten en borgmoeren uit de set.
10. Voor sirene ZONDER antenne: Ga na stap 18 verder. Voor sirene MET antenne: Maak het boven- en binnenoppervlak van de linker framebuis schoon met een mengsel van 50 tot 70% isopropylalcohol en 30 tot 50% water. Laat het oppervlak goed drogen.
1Sireneantenne
2Klittenbandbevestiging (haakjes) met kleeflaag
3Klittenbandbevestiging (lusjes) met gladde achterkant
Afbeelding 6. Bevestig de antenne van de sirene aan het frame
11. Zie Afbeelding 6. Neem de klittenbandbevestiging (haakjes) met kleeflaag (2) uit de set. Trek de papieren beschermlaag van de kleefstrook van de bevestiging en plak de bevestiging op het schoongemaakte deel van de framebuis.
12. Leg de antennedraad van de sirene (1) over het midden van de geïnstalleerde bevestigingshelft en buig de antenne over de lengte van de bevestiging recht.
OPMERKING
Voor een goede werking van de antenne mag het dunne deel de metalen delen van het voertuig nergens raken.
13. Haal een klittenbandbevestiging (lusjes) met gladde achterkant (3) uit de set. Bevestig de klittenbandbevestigingen aan elkaar op de framebuis en grijp daarbij de antennedraad zodat die goed op zijn plaats wordt gehouden.
14. Bevestig een kabelbinder uit de set rond de framebuis, ongeveer 6 mm (¼ in) inwaarts vanaf beide uiteinden van de klittenbandbevestiging om deze op zijn plaats te houden.
OPMERKING
Controleer of de contactsleutelschakelaar in de stand OFF (uit) staat voordat de hoofdzekering wordt geplaatst en de accukabels worden aangesloten.
15. Bij ALLE sirenes: Raadpleeg de gebruikershandleiding en volg de instructies bij de volgende handelingen:
a. Plaats de accu in de motorfiets.
b. Breng een dunne laag Harley-Davidson smeermiddel voor elektrische contacten (H-D onderdeelnr. 99861-02), vaseline of corrosiewerend middel op de accupolen aan.
WAARSCHUWING
Sluit eerst de pluskabel (+) van de accu aan. Mocht de pluskabel (+) in contact komen met massa terwijl de minkabel (-) nog is aangesloten, dan kan de accu door de vonken die dan ontstaan, exploderen, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00068a)
MEDEDELING
Haal de bouten op de accupolen niet te strak aan. Houd de aanbevolen aanhaalmomenten aan. Indien de bouten van de accupolen te strak worden aangehaald, kunnen de accupolen beschadigd raken. (00216a)
16. Sluit de accukabels aan (pluskabel eerst).
17. Sluit de hoofdzekering aan. Installeer het linker zijdeksel.
WAARSCHUWING
Trek het zadel na de montage even omhoog om er zeker van te zijn dat het in de positie is vergrendeld. Tijdens het rijden kan een loszittend zadel verschuiven, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00070b)
18. Raadpleeg de gebruikershandleiding en volg de instructies voor het monteren van het zadel.
OPMERKING
Vlak nadat de sirene is geïnstalleerd, kan hij soms niet goed werken. Nikkel-metaalhydride (NiMH) oplaadbare batterijen lopen snel leeg tijdens opslag. Ze verliezen dagelijks wel 1-2% van hun lading en zullen na enige maanden opslag op kamertemperatuur grotendeels ontladen zijn. Als de batterijen langdurig opgeslagen zijn geweest zonder te worden geladen, zullen ze misschien meerdere malen geladen en ontladen moeten worden om hun volledige capaciteit te herstellen.
Gebruik de motorfiets ten minste vier uur om de NiMH-batterij te laden.
SIRENEDIAGNOSE
  • Indien de sirene is ingeschakeld en de interne batterij is leeg, kortgesloten of ontkoppeld, of langer dan 24 uur is opgeladen, dan reageert de sirene bij het inschakelen met drie geluidssignalen in plaats van twee.
  • Het kan zijn dat de interne batterij van de sirene niet wordt opgeladen indien het laadsysteem van het voertuig minder dan 12,5 V produceert.
  • Indien de sirene niet twee of drie geluidssignalen geeft na een geldige inschakelopdracht van het alarmsysteem, dan bevindt de sirene zich in de modus zonder geluidssignaal, is niet aangesloten, werkt niet of er is een onderbreking of kortsluiting opgetreden in de sirenebedrading toen de sirene werd uitgeschakeld.
  • Indien de sirene overschakelt op de interne 9 V-accu van de sirene, dan kunnen de richtingaanwijzerlampen wel of niet om de beurt knipperen. Indien het alarmsysteem de sirene activeert, dan knipperen de richtingaanwijzerlampen om de beurt. Indien de sirene is ingeschakeld en er een beveiligingsgebeurtenis optreedt en de sirene wordt door de interne batterij opgeladen, dan klinkt de sirene 20 tot 30 seconden en schakelt dan 5 tot 10 seconden uit. Indien de sirene door de interne batterij wordt opgeladen, dan wordt de alarmcyclus tien keer herhaald.
VERVANGING VAN DE BATTERIJ
De 9 V-batterij in de sirene is oplaadbaar en hoeft niet op regelmatige basis te worden vervangen. De levensduur van de batterij is onder normale omstandigheden ongeveer drie tot zes jaar.
OPMERKING
Als vervangen van de batterij noodzakelijk is, mag er uitsluitend een nikkel-metaalhydride (NiMH) batterij van 9 V in de sirene gebruikt worden. Deze zijn verkrijgbaar bij plaatselijke (elektronica)zaken die batterijen verkopen.
Vervangen van de batterij:
  1. Raadpleeg STROOMUITVAL in de gebruikershandleiding en volg de instructies om te voorkomen dat het alarmsysteem de sirene activeert.
  2. Neem de sirenebox van het voertuig. Zie de montageprocedures voor de sirene in dit instructieblad.
  3. Open het batterijdeksel door een bladschroevendraaier in een van de gleuven op de zijkant van de sirenebox te steken. Druk totdat een hoek van het batterijdeksel iets omhoog komt.
  4. Steek de schroevendraaier in de tweede gleuf en druk totdat het batterijdeksel openspringt. Verwijder het deksel en de pakking.
  5. Haal de oude batterij uit de sirenebox en haal de klemconnector voorzichtig los van de batterij. Laat het vet op de contactpunten zitten.
  6. Breng overal op de contactpunten van de klemconnector en de nieuwe NiMH-batterij van 9 V vet van de oude verbinding aan.
  7. OPMERKING
    Als niet genoeg vet over is om de contactpunten helemaal te bedekken, kunt u contactsmeermiddel (H-D onderdeelnr. 99861-02) gebruiken, dat verkrijgbaar is bij een Harley-Davidson-dealer.
  8. Druk de connector op de nieuwe batterij en plaats de batterij in de sirenebox.
  9. Plaats de sirenebox op een werkoppervlak met de batterijopening omhoog. Plaats de pakking en het batterijdeksel op de sirenebox met de afgeronde hoeken naar buiten gericht.
  10. Duw het deksel op de sirenebox en druk de lippen met de schroevendraaier in totdat de lippen in de gleuven in de box vallen.
  11. Plaats de sirenebox in het voertuig.
  12. Gooi de oude NiMH-batterij weg in overeenstemming met de plaatselijke bepalingen.
SERVICEONDERDELEN
Afbeelding 7. Serviceonderdelen, Smart Siren en Smart Siren II-sets
Tabel 1. Serviceonderdelen
Item
Beschrijving (aantal)
Onderdeelnummer
1
Smart Siren, alarmsysteem (zonder antenne, item A)
68958-07C
Smart Siren II, alarmsysteem (met antenne, item A)
68970-06A
2
Onderste steun voor sirene
70474-04A
3
Bovenste steun voor sirene
70498-08
4
Schuimrubbertape
70499-08
5
Zeskantige dopbout, 5/16-18 x 19 mm (¾ in) lang (2)
3987
6
Zeskantige borgmoer, 5/16-18, met nylon inzetstuk (2)
94028-92T
7
Draadboom, sirene (modellen van 2004 en 2005)
91702-04
8
Draadboom, sirene (modellen van 2006 en later)
91734-06
9
Kabelbinder (7)
10140
10
Klittenbandbevestiging, zelfklevende rug, 210 x 38 mm ( x  in). Alleen bij set 68352-06B.
Niet afzonderlijk verkrijgbaar
11
Klittenbandbevestiging (lusjes), met gladde achterkant, 210 x 38 mm ( x  in). Alleen bij set 68352-06B.
59274-01
Items genoemd in de tekst:
A
Antenne, Smart Siren II
B
Batterij, 9 V NiMH (lokaal aangeschaft)