MODULAIRE REMLEIDINGSETS
J042842021-03-30
ALGEMEEN
Setnummer
Tabel 1. Bovenste remleiding sets (banjo hoek 0° - recht)
Diamant zwart
Set
Diamondback
Set
Lengte
N.v.t.
41800024A
20 inch
N.v.t.
41800025A
21 inch
N.v.t.
41800026A
22 inch
N.v.t.
41800027A
23 inches
N.v.t.
41800028A
24 inches
41800341
41800029A
25 inches
N.v.t.
41800030A
26 inches
41800104A
41800031A
28 inches
41800580
41800042A
30 inches
N.v.t.
41800043A
32 inches
N.v.t.
41800044A
34 inches
Tabel 2. Bovenste remleidingsets - Banjohoek 35°
Diamant zwart
Set
Diamondback
Set
Lengte
41800106A
41800051A
19 inch
N.v.t.
41800052A
20 inch
41800108A
41800053A
21 inch
41800110A
41800054A
22 inch
N.v.t.
41800055A
23 inches
N.v.t.
41800056A
24 inches
N.v.t.
41800057A
25 inches
N.v.t.
41800058A
26 inches
41800112A
41800059A
28 inches
41800114A
41800060A
30 inches
41800116A
41800061A
32 inches
41800118A
41800062A
34 inches
Tabel 3. Bovenste remleidingsets - Banjohoek 90°
Diamant zwart
Set
Diamondback
Set
Lengte
41800120A
41800080A
20 inch
N.v.t.
41800082A
21 inch
N.v.t.
41800084A
22 inch
N.v.t.
41800088A
23 inches
41800122A
41800090A
24 inches
N.v.t.
41800092A
25 inches
N.v.t.
41800094A
26 inches
N.v.t.
41800096A
28 inches
N.v.t.
41800098A
30 inches
N.v.t.
41800100A
32 inches
N.v.t.
41800102A
34 inches
Tabel 4. Onderste remleiding sets
Diamant zwarte Set
Diamondback Set
Lengte
Lengte, banjo hoek remklauw
48920-10
42371-07
20,25 inch.
78°
38116-10
42110-07
21,5 inches.
78°
48924-10
42366-07
22,75 inches.
78°
N.v.t.
45770-08
23,25 inches.
78°
48926-10
42108-07
24,0 inches.
78°
38135-11A
38132-11A
N.v.t.
65°
N.v.t.
38186-11A
N.v.t.
65°
41800022B
41800308A
N.v.t.
65°
41800076A
41800032A
N.v.t.
78°
N.v.t.
41800050
N.v.t.
78°
41800369
41800370
N.v.t.
60°
41800375
41800374
20,25 inch.
60°
OPMERKING
Diamondback™ en Diamond-Black bovenste remleidingen zijn verkrijgbaar in een verscheidenheid aan hoofdremcilinder banjo hoeken en remleiding lengtes. Bij bepaalde modificaties aan de motorfiets (zoals een optioneel stuur) zijn langere of kortere remleidingen noodzakelijk. Raadpleeg de P&A catalogus of een Harley-Davidson-dealer voor meer informatie.
Modellen
Voor modelgerelateerde informatie raadpleegt u de P&A-detailhandel catalogus of het gedeelte 'Parts and Accessories' (Onderdelen en accessoires) op www.harley-davidson.com (alleen Engelstalig).
Vereiste gereedschappen en materialen
Verse en niet-verontreinigde remvloeistof is noodzakelijk. Bekijk de gebruikershandleiding of de servicehandleiding van dit jaar/model motorfiets om de juiste remvloeistof vast te leggen.
WAARSCHUWING
Remmen zijn van cruciaal belang voor de veiligheid. Neem contact op met een Harley-Davidson-dealer indien de remmen moeten worden gerepareerd of vervangen. Remmen waaraan niet het juiste onderhoud is uitgevoerd, kunnen de remwerking negatief beïnvloeden, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00054a)
WAARSCHUWING
De veiligheid van de rijder is afhankelijk van de correcte installatie van deze set. Montage door de dealer is vereist bij voertuigen met ABS-remmen. Voor de juiste installatie van deze set is het gebruik van speciale gereedschappen, die alleen via een Harley-Davidson-dealer verkrijgbaar zijn vereist. Een remsysteem waaraan niet het juiste onderhoud is uitgevoerd, kan de remwerking negatief beïnvloeden, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00578b)
Na het losnemen van de accuklem is het gebruik van smeermiddel elektrische contactpunten (onderdeelnr. 99861-02) of gelijkwaardig vereist. Dit item is verkrijgbaar bij een Harley-Davidson-dealer.
WAARSCHUWING
De veiligheid van de berijder en de passagier is afhankelijk van de correcte montage van deze set. Volg de juiste stappen uit de servicehandleiding. Als u niet zeker weet of u de procedure correct kunt uitvoeren of als u niet beschikt over het juiste gereedschap, laat de installatie dan over aan een Harley-Davidson-dealer. Incorrecte montage van deze set kan ernstig of dodelijk letsel tot gevolg hebben. (00333b)
OPMERKING
In dit instructieblad wordt verwezen naar informatie in de servicehandleiding. Voor deze montage is een servicehandleiding voor dit modeljaar/motorfietsmodel vereist. Deze is verkrijgbaar bij een Harley-Davidson-dealer.
Setinhoud
VOORBEREIDING
OPMERKING
Voor motorfietsen met sirene:
  • Controleer of de handsfree afstandsbediening aanwezig is.
  • Zet de contactsleutelschakelaar in de stand IGNITION (ontsteking).
Bij ALLE modellen met hoofdzekering:
WAARSCHUWING
Om te voorkomen dat de motorfiets per ongeluk start, met ernstig of dodelijk letsel tot gevolg, moet eerst de hoofdzekering worden verwijderd. (00251b)
  1. Raadpleeg de servicehandleiding en volg de instructies voor het verwijderen van de hoofdzekering.
Bij ALLE modellen met hoofdstroomonderbreker:
WAARSCHUWING
Om te voorkomen dat de motorfiets per ongeluk start, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg, dient u voordat u verder gaat de accukabels (de minkabel (-) eerst) los te koppelen. (00307a)
WAARSCHUWING
Koppel eerst de minkabel (-) van de accu los. Mocht de pluskabel (+) in contact komen met massa terwijl de minkabel (-) nog is aangesloten, dan kan de accu door de vonken die dan ontstaan, exploderen, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00049a)
1. Raadpleeg de servicehandleiding en volg de aanwijzingen op om het zadel te verwijderen en de accukabels los te koppelen, de negatieve kabel eerst. Bewaar alle bevestigingsmaterialen van het zadel.
OPMERKING
Veeg onmiddellijk alle gemorste remvloeistof af met een schone, droge , zachte doek. Veeg de betreffende plaats vervolgens af met een schone, vochtige en zachte doek (kleine gemorste plekken) of was deze af met veel zeepwater (grote gemorste plekken).
Dek nabijgelegen motorfietsoppervlakken af met een H-D werkplaatsdeken of beschermende polyethyleendoek om te voorkomen dat de laklaag wordt beschadigd door het weglekken of spetteren van DOT 4-remvloeistof.
VOORZICHTIG
Indien DOT 5-remvloeistof in de ogen komt, kan dit irritatie, zwelling en rode ogen veroorzaken. Voorkom dat het in uw ogen komt. Spoel uw ogen bij contact met veel water uit en raadpleeg een arts. Indien grote hoeveelheden DOT 5-remvloeistof worden ingeslikt, kan dit het spijsverteringsstelsel irriteren. Raadpleeg een arts als u deze hebt ingeslikt. In goed geventileerde ruimten gebruiken. BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN. (00144b)
WAARSCHUWING
Contact met DOT 4-remvloeistof kan ernstige problemen met de gezondheid veroorzaken. Het niet dragen van geschikte huid- en oogbescherming kan ernstig of dodelijk letsel tot gevolg hebben.
  • Bij inademing: Blijf kalm, zorg voor frisse lucht, roep medische hulp in.
  • Bij aanraking met de huid: Verontreinigde kleding uittrekken. Spoel direct de huid af met veel water voor 15-20 minuten. Roep medische hulp in indien irritatie optreedt.
  • Bij aanraking met de ogen: Spoel de aangedane ogen voor tenminste 15 minuten uit onder stromend water met de oogleden opengehouden. Roep medische hulp in indien irritatie optreedt.
  • Indien ingeslikt: Spoel de mond en drink overvloedig water. Geen braken opwekken. Contact Gif Controle. Roep onmiddellijk medische hulp in.
  • Zie de veiligheidsvoorschriften (SDS) voor meer informatie op sds.harley-davidson.com
(00240e)
MEDEDELING
DOT 4-remvloeistof beschadigt gelakte frameoppervlakken waarmee het in contact komt. Wees altijd voorzichtig en bescherm oppervlakken tegen gemorste vloeistof wanneer aan de remmen wordt gewerkt. Het niet opvolgen van deze instructie kan cosmetische schade tot gevolg hebben. (00239c)
2. Laat de remvloeistof uit het reservoir van de voorrem en de remleidingen lopen volgens de servicehandleiding.
INSTALLATIE, MODELLEN ZONDER ABS
Verwijderen van de oorspronkelijke voorremleiding
OPMERKING
Dek het voorspatbord en de brandstoftank af met Harley-Davidson werkplaatshoezen of schone handdoeken om krassen te voorkomen. Anders kan de laklaag worden beschadigd.
MEDEDELING
Verwijder voorzichtig de componenten van de remleiding. Beschadiging van het zittingoppervlak kan lekkage veroorzaken. (00320a)
  1. Koppel de bestaande voorremleiding los van de voorste hoofdremcilinder en de voorremklauwen. Bewaar de banjobouten van de hoofdremcilinder en remklauwen. Gooi alle afdichtringen weg.
  2. OPMERKING
    Sommige FXCW- en FXCWC-modellen uit 2009 gebruiken geen P-klemmen, schroeven of sluitringen om de originele remleiding vast te houden.
  3. Voor alle modellen behalve FXCW en FXCWC: Haal de bestaande P-klemmen en montagehardware weg met behoud van de originele remleiding op de volgende plaatsen: Bewaar de bevestigingsmaterialen voor later gebruik. Gooi de P-klemmen weg.
    1. Onder de onderste vorkklem.
    2. Langs de rechterkant van het balhoofd bij de bovenste drievoudige klem en/of tussen de bovenste en onderste vorkklemmen.
  4. Voor alle modellen BEHALVE FXCW en FXCWC: Noteer zorgvuldig de routing van voorremleiding en richting van de banjo-fittingen en verwijder vervolgens de bestaande voorremleiding. Betreffend FXCW- en FXCWC-modellen: Noteer zorgvuldig de richting van de banjo-fittingen en verwijder vervolgens de bestaande voorremleiding.
Installeren van de omvlochten voorremleiding
MEDEDELING
Voorkom lekkage. Zorg ervoor dat de pakkingen, banjobout(en) en remleiding schoon en onbeschadigd zijn voordat u deze monteert. (00323a)
  1. Controleer of u de juiste bovenste en onderste remleidingsets hebt.
  • In sommige gevallen is de bovenste remleidingset al gespecificeerd.
  • In andere gevallen moet de juiste bovenste remleiding set (zie Tabel 1 , Tabel 2 of Tabel 3 ) vastgesteld worden met behulp van de meetgereedschap set voor kabels en remleidingen. Neem contact op met een Harley-Davidson-dealer voor ondersteuning.
  • Bekijk Tabel 4 voor het bepalen van de juiste onderste remleiding set voor uw model motorfiets.
WAARSCHUWING
Vervang de remleidingpakkingen. Het opnieuw gebruiken van oorspronkelijke pakkingen kan ertoe leiden dat de remmen niet meer functioneren, waardoor u de controle over de motorfiets kunt verliezen met ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00318a)
3. Zie Afbeelding 1 . Plaats de banjo fitting (1) van de bovenste remleiding (2) op de hoofdcilinder (3) en plaats daarbij de afdichtringen (4) uit de set voor de bovenste remleiding aan beide kanten van de banjo fitting.
4. Installeer de hoofdcilinder oogbout (5, eerder opgeslagen) goed vast, maar draai deze op dit moment niet volledig vast.
1Banjofitting
2Bovenste remleiding
3Hoofdcilinder
4Afdichtring, grotere I.D. (2)
5Banjobout
Afbeelding 1. Bovenste remleiding (FLSTF weergegeven)
1Banjofitting
2Onderste remleiding
3Remklauw
4Afdichtring (2)
5Banjobout
Afbeelding 2. Onderste remleiding (FLSTF weergegeven)
5. Zie Afbeelding 2 . Installeer de banjo fitting (1) op de onderste remleiding (2) bij de remklauw (3) en plaats daarbij de afdichtringen (4) uit de set voor de onderste remleiding aan beide kanten van de banjo fitting.
a. Plaats de banjofitting zo dat c van de motor af wijst onder een hoek van ongeveer 10° ten opzichte van de loodlijn.
b. Installeer de remklauw oogbout (5, eerder opgeslagen) en draai vast aan 23–30 N·m (17–22 ft-lbs) .
6. Zie Afbeelding 3 . Leid de rest van de onderste remleiding onder de onderste vorkklem door. Voor alle modellen behalve FXCW en FXCWC: Ga door naar stap 9. Betreffende FXCW en FXCWC modellen: Ga door naar stap 12.
Afbeelding 3. Onderste remleiding (FLSTF getoond)
Routering van de bovenste voorremleiding (met uitzondering van FXCW en FXCWC)
7. Leid het bovenste deel van de bovenste remleiding langs het stuur (volgens de routing, afgebeeld in Afbeelding 1 ), vervolgens:
a. Voor Dyna- en FX SOFTAIL modellen: op de remleiding op de plaats, die wordt weergegeven in Afbeelding 4 .
b. Voor FL SOFTAIL modellen: Installeer twee kleine P-klemmen van de set op de remleiding op de plaatsen weergeven in Afbeelding 5 .
OPMERKING
De P-klem(en) moeten doorgaans zo worden georiënteerd dat de remleiding uit de buurt van het motorvoertuig wordt gehouden. Sommige aangepaste stuurtoepassingen vereisen echter dat de P-klem zo wordt georiënteerd dat de remleiding naar het motorvoertuig wordt gehouden.
1P-klem
2Bovenste remleiding
3Onderste balhoofdplaat
Afbeelding 4. Verloop van bovenste remleiding (Een P-klem)
1P-klem (2)
2Bovenste remleiding
3Onderste balhoofdplaat
Afbeelding 5. Verloop van bovenste remleiding (Twee P-klemmen)
8. Voor Dyna en FX SOFTAIL modellen: Bekijk Afbeelding 6 . Verwijder de P-klemschroef (1) en de stervormige sluitring (2) eerder. Plaats de sluitring op de schroefdraden, gevolgd door het elektrische geaarde uitsteeksel (3) en een nieuwe kleine P-klem (4) uit de bovenste remleiding set. Installeer de schroef losjes in de bovenste vorkklem (5), zodat de remleiding nog kan worden aangepast. Voor FL SOFTAIL modellen: Laat de P-klem bevestigingsmiddelen eerder verwijderen en installeer de klemmen losjes op het rechter achterpaneel, zodat aanpassingen aan de remleiding nog steeds kunnen worden uitgevoerd.
9. Zie Afbeelding 4 of Afbeelding 5 . Voer het resterende deel van de bovenste remleiding onder de onderste vorkklem door. Ga door naar stap 15.
1Schroef
2Stervormige onderlegring
3Geaard uitsteeksel
4P-klem
5Bovenste balhoofdplaat
Afbeelding 6. Elektrisch geaard uitsteeksel bevestiging (Dyna Modellen en FX Softails met uitzondering van FXCW en FXCWC)
1Bovenste remleiding
2Rechterkant van stuurverhoger
3Middelste opening van bovenste balhoofdplaat
4Onderste balhoofdplaat
5Gepolsterde P-klem
6Onderste remleiding
7Kabelbinder (2)
Afbeelding 7. Routering van de bovenste voorremleiding (FXCW en FXCWC)
Routering van de bovenste voorremleiding (FXCW en FXCWC)
  1. Zie Afbeelding 7 . Leid de bovenste remleiding (1) achter de stuurverhoger (2) en door de middelste opening (3) van de bovenste vorkklem. Draai de remleiding naar buiten achter de rechter vork langs en onder de onderste vorkklem (4).
Bovenste/onderste voorremleiding aansluiting (ALLE modellen)
10. Houd de bovenste remleiding vrouwelijke fitting (met draaimoer) onder de onderste vorkklem langs, ongeveer op de locatie van het montagegat met schroefdraad houdende P-klem. Breng de onderste remleiding met mannelijke fitting aan om te voldoen aan de bovenste remleiding met vrouwelijke fitting.
11. Schroef de mannelijke en vrouwelijke fittingen aan elkaar door de draaimoer op de vrouwelijke fitting te draaien.
a. Draai losjes vast, wees voorzichtig om de bovenste of onderste remleidingen niet te draaien tijdens het aandraaien.
b. Met gebruik van twee 7/16 inches. open-einde moersleutels, die de stijve onderste fitting op hun plaats houden, draai de draaimoer 45 graden (1/8 draai) (1/8 draai) vast, of 5,1–7,3 N·m (45–65 in-lbs) . Let erop, dat alleen de draaimoer draait.
12. Haal de gepolsterde P-klem uit de bovenste remleiding set. Plaats de P-klem aan de onderkant van de onderste vorkklem, zodat de vlakke kant van de klem zich tegen de onderkant van de onderste vorkklem bevindt, en voor Dyna-, FXCW/C- en FX SOFTAIL modellen: de lus van de gepolsterde klem loopt naar de voorkant van het motorvoertuig. Zie Afbeelding 8 . Voor FL SOFTAIL modellen: de lus van de gepolsterde klem loopt naar de achterkant van het motorvoertuig. Zie Afbeelding 9 .
1Vrouwelijke fitting met draaimoer
2Mannelijke fitting
3Gepolsterde P-klem
4Standaard bout
Afbeelding 8. Gepolsterde P-Klem bevestiging (voorwaartse positie)
1Vrouwelijke fitting met draaimoer
2Mannelijke fitting
3Gepolsterde P-klem
4Standaard bout
Afbeelding 9. Gepolsterde P-klem bevestiging (achterwaartse positie)
13. Open de gepolsterde P-klem ver genoeg om de lus over de fitting aansluiting te plaatsen. Sluit de P-klem rond de aansluiting, zorg ervoor dat de klem beide zijden gelijk overlapt en pas op dat u de remleiding niet draait.
14. Voor alle modellen behalve FXCW en FXCWC: Monteer de gepolsterde P-klem met originele schroef (4) die eerder is verwijderd. Voor FXCW- en FXCWC modellen: Monteer gepolsterde P-klem met behulp van nieuwe schroef en platte sluitring van onderste remleiding set. Haal de schroef goed aan.
Koppel: 10,8–13,6 N·m (8–10 ft-lbs) zeskantbout
MONTAGE, SOFTAIL ABS MODELLEN
WAARSCHUWING
De veiligheid van de rijder is afhankelijk van de correcte installatie van deze set. Montage door de dealer is vereist bij voertuigen met ABS-remmen. Voor de juiste installatie van deze set is het gebruik van speciale gereedschappen, die alleen via een Harley-Davidson-dealer verkrijgbaar zijn vereist. Een remsysteem waaraan niet het juiste onderhoud is uitgevoerd, kan de remwerking negatief beïnvloeden, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00578b)
Verwijderen van de oorspronkelijke voorremleiding
OPMERKING
Dek het voorspatbord en de brandstoftank af met Harley-Davidson werkplaatshoezen of schone handdoeken om krassen te voorkomen. Anders kan de laklaag worden beschadigd.
MEDEDELING
Verwijder voorzichtig de componenten van de remleiding. Beschadiging van het zittingoppervlak kan lekkage veroorzaken. (00320a)
  1. Verwijder beide metalen klemmen die de remleidingen tegen de framebuizen houden. Bewaar de clips.
  2. Maak een aantekening van de wielsnelheidssensor (WSS) routering, klem en kabelbinder locatie. Verwijder de kabelbinders waarmee de bedrading van de WSS aan de remleiding bevestigd is. Bewaar de clips.
  3. Verwijder de schouderschroef die het spruitstuk van remleiding tegen de onderste vorkklem vasthoudt. Bewaar de borstbout voor de montage met de nieuwe remleiding. Ontkoppel de remleiding van de remklauw en de hydraulische bedieningsmodule. Gooi de afdichtringen weg, maar bewaar de oogbouten.
  4. Snijd de kabelbinder dat de remleiding tegen de ontluchtingsbuis houdt. Ontkoppel de remleiding van de hydraulische besturingsmodule (HCU) en de hoofdcilinder. Gooi de afdichtringen weg, maar bewaar de oogbouten.
Installeren van de omvlochten voorremleiding
WAARSCHUWING
Vervang de remleidingpakkingen. Het opnieuw gebruiken van oorspronkelijke pakkingen kan ertoe leiden dat de remmen niet meer functioneren, waardoor u de controle over de motorfiets kunt verliezen met ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00318a)
MEDEDELING
Voorkom lekkage. Zorg ervoor dat de pakkingen, banjobout(en) en remleiding schoon en onbeschadigd zijn voordat u deze monteert. (00323a)
15. Installeer beide helften van het nieuwe spruitstuk van de remleiding losjes op de onderste vorkklem met behulp van de schouderschroef die in stap 3 is opgeslagen.
16. Zie Afbeelding 2 . Installeer de banjo fitting (1) op de onderste remleiding (2) bij de remklauw (3) en plaats daarbij de afdichtringen (4) uit de set voor de onderste remleiding aan beide kanten van de banjo fitting.
a. Plaats de banjofitting zo dat c van de motor af wijst onder een hoek van ongeveer 10° ten opzichte van de loodlijn.
b. Installeer de remklauw oogbout (5, eerder opgeslagen) en draai vast aan 23–30 N·m (17–22 ft-lbs) .
17. Sluit remleidingen aan op de hydraulische besturingseenheid met nieuwe afdichtingsringen uit de kit en oogbouten die zijn opgeslagen in stap 3 en 4. Haal de oogbouten aan.
Koppel: 13,6–19 N·m (10–14 ft-lbs) zeskantbout
18. Draai de spruitstuk schouderschroef goed vast.
Koppel: 4,29–5,42 N·m (38–48 in-lbs) zeskantbout
19. Schroef de mannelijke en vrouwelijke fittingen aan elkaar door de draaimoer op de vrouwelijke fitting te draaien.
a. Draai losjes vast, wees voorzichtig om de bovenste of onderste remleidingen niet te draaien tijdens het aandraaien.
b. Met gebruik van twee 7/16 inches. open-einde moersleutels, die de stijve onderste fitting op hun plaats houden, draai de draaimoer 45 graden (1/8 draai) (1/8 draai) vast, of 5,1–7,3 N·m (45–65 in-lbs) . Let erop, dat alleen de draaimoer draait.
20. Verloop van remleiding:
a. Voor FL modellen met vorkkap Verwijder de bovenste schroef op het vorkkap. Neem de kleine P-klem (6) uit de bovenste remleiding set (zie Tabel 5 ). Voer de bovenste remleiding door de P-klem en gebruik de bout om hem vast te zetten op dezelfde locatie op de vorkkap. Bevestig de remleiding NIET aan het onderste gat in de vorkkap. Positioneer de remleiding zo dat hij zonder spanning van het remleidingverdeelstuk naar de P-klem loopt. Bij sommige sturen kan het nodig zijn de P-klem te draaien. Draai de bout aan tot 2,26–3,39 N·m (20–30 in-lbs) .
b. Voor FX-modellen behalve FXCWC: Haal de schroef op de bovenste vorkklem eraf. Neem de kleine P-klem (6) uit de bovenste remleiding set (zie Tabel 5 ). Leid de remleiding door de P-klem en gebruik de schroef om deze op dezelfde plaats aan de bovenste vorkklem vast te maken. Stel de remleiding in om soepel van het spruitstuk naar de P-klem te leiden. Draai de bout aan tot 4,52–6,78 N·m (40–60 in-lbs) .
c. Voor FXCWC modellen: Bekijk Afbeelding 7 . Leid de bovenste remleiding (1) achter de stuurverhoger (2) en door de middelste opening (3) van de bovenste vorkklem. Draai de remleiding naar buiten achter de rechter vork langs en onder de onderste vorkklem (4).
OPMERKING
Voor installatie met valbeugels moet u de remleiding achter de valbeugel leiden.
Draai de koppelingskabelklem 180 graden ruimte bij de remleiding.
21. Plaats de originele remleidingsklemmen over de nieuwe harde slang van de remleiding en bevestig deze aan het frame. Leid de WSS bedrading op dezelfde manier als de oorspronkelijke montage. Plaats de WSS klemmen voor vasthouden van bedrading over de nieuwe remleiding en bedrading.
INSTALLATIE, Dyna MODELLEN MET ABS
WAARSCHUWING
De veiligheid van de rijder is afhankelijk van de correcte installatie van deze set. Montage door de dealer is vereist bij voertuigen met ABS-remmen. Voor de juiste installatie van deze set is het gebruik van speciale gereedschappen, die alleen via een Harley-Davidson-dealer verkrijgbaar zijn vereist. Een remsysteem waaraan niet het juiste onderhoud is uitgevoerd, kan de remwerking negatief beïnvloeden, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00578b)
Verwijderen van de oorspronkelijke voorremleiding
OPMERKING
Dek het voorspatbord en de brandstoftank af met Harley-Davidson werkplaatshoezen of schone handdoeken om krassen te voorkomen. Anders kan de laklaag worden beschadigd.
MEDEDELING
Verwijder voorzichtig de componenten van de remleiding. Beschadiging van het zittingoppervlak kan lekkage veroorzaken. (00320a)
  1. Maak een aantekening van de wielsnelheidssensor (WSS) routering, klem en kabelbinder plaats. Verwijder de kabelbinders waarmee de bedrading van de WSS aan de remleiding bevestigd is. Bewaar de clips.
  2. Zie Afbeelding 11 . Verwijder de borstbout (2) waarmee het remleidingverdeelstuk (1) aan de onderste vorksteel is bevestigd. Bewaar de borstbout voor de montage met de nieuwe remleiding. Ontkoppel de remleiding van de remklauw. Gooi de afdichtringen weg, maar bewaar de oogbouten.
  3. Zie Afbeelding 10. Ontkoppel de remleidingen (1 en 2) los bij het spruitstuk van de onderste remleiding.
  4. Ontkoppel de remleiding van de hoofdcilinder van de voorrem. Gooi de afdichtringen weg, maar bewaar de oogbouten.
Installeren van de omvlochten voorremleiding
WAARSCHUWING
Vervang de remleidingpakkingen. Het opnieuw gebruiken van oorspronkelijke pakkingen kan ertoe leiden dat de remmen niet meer functioneren, waardoor u de controle over de motorfiets kunt verliezen met ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00318a)
MEDEDELING
Voorkom lekkage. Zorg ervoor dat de pakkingen, banjobout(en) en remleiding schoon en onbeschadigd zijn voordat u deze monteert. (00323a)
22. Zie Afbeelding 11 . Plaats het remleiding spruitstuk (1) aan de onderkant van de vorkpen met het onderste gedeelte van de remleiding naar beneden naar de achterkant van de voorvorken naar de remklauw.
23. Bevestig het spruitstuk aan de vorkpen met de eerder verwijderde schroef (2). Haal de bouten aan.
Koppel: 4,1–5,4 N·m (36–48 in-lbs) Borstbout
24. Zie Afbeelding 10. Sluit ABS remleidingen (1 en 2) aan op gevlochten spruitstuk van de remleiding. Draai de buismoeren vast.
Koppel: 13,5–16,3 N·m (10–12 ft-lbs) Remleidingen
WAARSCHUWING
Vervang de remleidingpakkingen. Het opnieuw gebruiken van oorspronkelijke pakkingen kan ertoe leiden dat de remmen niet meer functioneren, waardoor u de controle over de motorfiets kunt verliezen met ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00318a)
25. Zie Afbeelding 10. Installeer bij remklauw een nieuwe stalen en rubberen afdichtingsring van onderste remleiding set aan elke kant van de banjo fitting van de remleiding (4). Steek de oogbout (3, eerder verwijderd) door de sluitringen en fitting. Schroef de bout in de remklauw en haal deze aan.
Koppel: 29,8–36,6 N·m (22–27 ft-lbs) zeskantmoer
26. Verkrijg nieuwe bovenste remleiding montage. Leid de bovenste remleiding van de hoofdcilinder langs de voorkant van het stuur, achter de bovenste vorkklem en naar de mannelijke fitting aan de bovenkant van de onderste remleiding.
WAARSCHUWING
Vervang de remleidingpakkingen. Het opnieuw gebruiken van oorspronkelijke pakkingen kan ertoe leiden dat de remmen niet meer functioneren, waardoor u de controle over de motorfiets kunt verliezen met ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00318a)
27. Zie Afbeelding 1 . Installeer banjo fitting (1) van nieuwe bovenste remleiding bij hoofdcilinder met gebruik van een nieuwe afdichtingsring (4) van bovenste remleiding set aan elke kant van de fitting.
28. Draai de oogbout (5, eerder verwijderd) strak, maar haal deze op dit moment nog niet volledig aan.
29. Zie Afbeelding 6 . Installeer de standaard P-klem (4) over de bovenste remleiding en bevestig deze aan de bovenste vorkklem met zelftappende schroef en borgring uit de set.
30. Check de routering van de bovenste remleiding van de hoofdcilinder, langs het stuur en door de P-klem, naar de aansluiting van de bovenste en onderste remleidingen. Controleer of de remleiding niet in contact komt met onderdelen van de motorfiets. Stel indien nodig de positie van de P-klem af.
31. Verbind vrouwelijke fitting op de bovenste remleiding met mannelijke fitting op spruitstuk. Schroef vrouwelijke fitting op mannelijke fitting losjes vast.
OPMERKING
Wanneer u moersleutels gebruikt om de fitting definitief aan te halen, draait u alleen de draaimoer . Laat geen mannelijke fitting of spruitstuk buis draaien.
32. Met gebruik van twee moersleutels, die de strakke onderste fitting op hun plaats houden, draai de draaimoer 45 graden (1/8 draai) of 5,1-7,3 Nm (45-65 in ponden) vast. Let erop, dat alleen de draaimoer draait.
1Remleiding
2Remleiding
3Banjobout
4Banjofitting
Afbeelding 10. Dyna modellen met ABS
1Verdeelstuk
2Borstbout
Afbeelding 11. Dyna ABS onderste voorremleiding en spruitstuk
Controle en afstelling routing remleiding
1. Til met gebruik van een motorlift het frame van het motorvoertuig op, zodat de voorvorken een maximale verlenging bereiken. Controleer of de onderste remleiding niet strak getrokken wordt wanneer de voorvorkpoten volledig uitgestrekt zijn.
2.
OPMERKING
Bij het plaatsen van accessoire-remleidingen is de bedoeling:
  • aanleg zonder scherpe bochten of knikken
  • vrije, onbeperkte beweging van stuurslot tot stuurslot
  • vermijding van afknelpunten tijdens de gehele stuurbeweging
  • Vermijding van mogelijke uitsteeksels zoals het contactslot met aangebrachte sleutel
  • Om contact te vermijden met gelakte oppervlakken tijdens de stuurbeweging (spatbord, brandstoftank, overige onderdelen)
  • Licht contact met het frame, de framebuizen of de balhoofdplaat kan voorkomen, maar alleen bij volledige stuuruitslag
Aanpassingen aan het verloop van de remleiding kunnen het volgende omvatten:
  • Het gebruik van een P-klem in plaats van een standaard voorgevormde houders (op sommige modellen)
  • Oriëntatie van de fitting van de onderste spruitstuk-adapter (op sommige modellen)
  • De lengte van de leiding tussen de montagepunten en de hoeken van de banjofitting
  • Oriëntatie van de P-klem
  • Oriëntatie van de banjofitting
Controleer of alle remleidingen correct zijn aangelegd. Hierbij moet het stuur van blokkering tot blokkering worden gedraaid en worden gecontroleerd of geen van de remleidingen blijft steken, knikt, tegen omliggende onderdelen aanschuurt of bekneld raakt tussen onderdelen. Als er sprake is van een van de bovenstaande problemen, controleert u het verloop van de remleidingen en past u het verloop waar nodig aan.
3. Pas de remleidingen en/of banjo fitting richting aan als de remleidingen motoronderdelen verstoren of aanraken, of als de routering er niet goed uitziet.
4. Wanneer de aanpassingen zijn voltooid, haalt u de oogbout van de hoofdremcilinder aan. Haal de bouten aan.
Koppel: 23–30 N·m (17–22 ft-lbs) Banjobout
5. Voor alle modellen behalve FXCW en FXCWC Bekijk Afbeelding 4 of Afbeelding 5 . Draai de P-klemschroef(ven) aan de vorkklem vast terwijl u de P-klem(en) en het elektrisch gegaard uitsteeksel (indien van toepassing) in de juiste richting houdt. Installeer kabelbinders op dezelfde plaatsen als de originele kabelbinders, indien van toepassing. Voor FXCW -en FXCWC modellen: Bekijk Afbeelding 7 . Gebruik de twee kabelbinders (7) uit de onderste remleiding set om de bovenste remleiding op de getoonde plaatsen aan de kabelboom van de stuurschakelaar te bevestigen. Zorg ervoor dat de remleiding niet in aanraking komt met de elektrisch geaarde uitsteeksel onder de stuurverhoger bout.
OPMERKING
Voor 2006 en latere Dyna modellen met de contactschakelaar/sleutel plaats aan de voorzijde van het frame direct achter het balhoofd:
Als de remleiding tijdens de volledige bocht naar rechts van het stuur in aanraking komt met de sleutel of sleutelhanger, draait u de gepolsterde klem (onder de onderste vorkklem) naar de linkerkant van het voertuig om het verticale deel van de remleiding zo ver mogelijk naar rechts te verplaatsen, om de remleiding uit de buurt van de contactsleutel te houden.
Als de remleiding in contact komt met de onderste vorkklem, draai dan de gepolsterde klem naar de rechterkant van het voertuig om de nodige speling te bieden
EINDMONTAGE
Aftappen en testen van de voorremleiding
OPMERKING
Check of de brandstoftank, het voorspatbord, de verchroomde delen en de treeplanken met een beschermende polyethyleendoek zijn afgedekt.
1. Verwijder de kap van de hoofdcilinder van de voorrem, indien nog niet verwijderd.
2. Zet de motorfiets rechtop zodat de hoofdcilinder in een waterpas positie staat.
OPMERKING
Dit instructieblad heeft betrekking op motormodellen die gebruik maken van DOT 4- of DOT 5 hydraulische remvloeistof. De gebruikershandleiding en onderhoudshandleiding voor deze motorfiets en de hoofdcilinderkap geven allemaal aan welk type remvloeistof voor uw motorfiets moet worden gebruikt.
Mix geen verschillende soorten remvloeistof met elkaar; deze zijn niet compatibel. Het mengen van verschillende vloeistoftypen kan het remvermogen negatief beïnvloeden en ertoe leiden dat de remmen niet meer functioneren, waardoor ernstig of dodelijk letsel kan ontstaan.
3. Voeg DOT 4 hydraulische remvloeistof of DOT 5 hydraulische remvloeistof (controleer de gebruikershandleiding, onderhoudshandleiding of hoofdcilinderkap voor het juiste type voor dit model motorfiets) alleen toe aan het hoofdcilinderreservoir totdat het vloeistofniveau vanaf de bovenkant 3,2 mm (1/8 inch) is. Gebruik de remvloeistof niet opnieuw. Gebruik uitsluitend remvloeistof uit een afgedichte container.
WAARSCHUWING
Controleer of het ontluchtingsgaatje van de hoofdremcilinder niet geblokkeerd is. Als het ontluchtingsgaatje geblokkeerd is, kunnen de remmen gaan slepen of vergrendelen en kunt u de controle over de motorfiets verliezen, waardoor ernstig of dodelijk letsel kan ontstaan. (00317a)
4. Controleer de juiste werking van het ontluchtingsgaatje van de hoofdremcilinder. Pas langzaam toe aan en laat de voorremhendel los. Als alle interne componenten goed werken, zal er een klein beetje vloeistof door het vloeistofoppervlak in het reservoir omhoogkomen.
WAARSCHUWING
Na het verrichten van onderhoud aan de remmen en alvorens met de motorfiets te gaan rijden, dienen de remmen een paar keer 'gepompt' te worden om druk in het remsysteem op te bouwen. Onvoldoende remdruk kan de remwerking negatief beïnvloeden, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00279a)
5. Ontlucht het remsysteem volgens de instructies in de servicehandleiding.
6. Check hoofdcilinder, remklauw banjo fittingen en man/vrouw aansluiting onder onderste vorkklem op tekenen van lekkage.
7. Zet de ontluchtingsnippel vast.
Koppel: 9–11,3 N·m (80–100 in-lbs) zeskantmoer
8. Plaats de dop van de ontluchtingsklep.
9. Vul het hoofdcilinderreservoir met remvloeistof aan totdat het vloeistofpeil zich ongeveer 3,2 m (1/8 inch) van de bovenkant bevindt.
OPMERKING
Voordat u de hoofdcilinderkap installeert, moet u controleren of de balg van de afdekpakking niet is verbreed. Als de balg wordt uitgebreid, wordt remvloeistof uit het reservoir geworpen tijdens de afdekinstallatie, wat de afwerking van het motorvoertuig kan beschadigen.
10. Let erop dat de vorm van het hoofdcilinderkap aan een kant dunner is dan aan de andere kant. Installeer kap (met pakking samengeperst) op het reservoir van de hoofdcilinder:
a. voor 2007 en eerder modellen zodat het dunnere uiteinde boven de remleiding fitting wordt gepositioneerd.
b. voor modellen uit 2008 en later, zodat het dikkere uiteinde boven de remleiding fitting wordt gepositioneerd.
c. ALLE modellen: Installeer twee schroeven om de kap op het reservoir te installeren. Haal de bouten aan tot 0,7–0,9 N·m (6–8 in-lbs) .
TERUGBRENGEN IN RIJKLARE TOESTAND
OPMERKING
Controleer of de contactsleutelschakelaar in de stand OFF (uit) staat voordat de hoofdzekering wordt geplaatst of de accukabels worden aangesloten.
WAARSCHUWING
Sluit eerst de pluskabel (+) van de accu aan. Mocht de pluskabel (+) in contact komen met massa terwijl de minkabel (-) nog is aangesloten, dan kan de accu door de vonken die dan ontstaan, exploderen, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00068a)
1. Check of de contact-/koplamp sleutelschakelaar op UIT staat.
2. Modellen met hoofdstroomonderbreker: raadpleeg de servicehandleiding en volg de instructies voor het aansluiten van accukabels (positieve kabel eerst). Breng een dunne laag Harley-Davidson smeermiddel voor elektrische contacten (H-D onderdeelnr. 99861-02), vaseline of corrosiewerend middel op de accupolen aan. Modellen met hoofdzekering: Raadpleeg de servicehandleiding en volg de instructies voor het plaatsen van de hoofdzekering.
WAARSCHUWING
Trek het zadel na de montage even omhoog om er zeker van te zijn dat het in de positie is vergrendeld. Tijdens het rijden kan een loszittend zadel verschuiven, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00070b)
3. Plaats het zadel (indien verwijderd) volgens de instructies in de servicehandleiding.
WAARSCHUWING
Na het repareren van het remsysteem dient u de remmen met lage snelheid te testen. Als de remmen niet goed functioneren kan testen bij hoge snelheden er toe leiden dat u de controle over de motorfiets kunt verliezen, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00289a)
4. ALLE modellen: Proefrit met motorfiets. Als de rem sponsachtig aanvoelt, herhaal dan de ontluchtingsprocedure.
SERVICEONDERDELEN
Afbeelding 12. ABS installatie, modulaire voorremleidingen (typisch; FL SOFTAIL weergegeven)
Tabel 5. Serviceonderdelen: Bovenste remleiding sets
Onderdeel
Beschrijving (aantal)
Onderdeelnummer
A
Bovenste remleiding (1)
Niet afzonderlijk verkrijgbaar
4
Sluitring, afdichting (grote ID) (2)
41733-88
5
Kabelbinder (3)
10065
6
P-klem, klein (2)
10059A
7
P-klem, gepolsterd (1)
(niet in gebruik voor ABS-toepassingen)
42364-07
Tabel 6. Serviceonderdelen: Onderste remleiding sets (behalve 38132-11A, 38135-11A, 38186-11A, 41800022A of 41800308)
Onderdeel
Beschrijving (aantal)
Onderdeelnummer
1
Onderste remleiding (1)
Niet afzonderlijk verkrijgbaar
3
Sluitring, afdichting (kleine ID) (2)
41731-01
5
Kabelbinder (2)
10065
8
Schroef (alleen voor set 45770-08)
3594
9
Onderlegring, plat
(alleen voor set 45770-08)
6703
Tabel 7. Serviceonderdelen: Onderste remleiding sets 38132-11A, 38135-11A, 38186-11A, 41800022A of 41800308, 41800368, 41800371
Onderdeel
Beschrijving (aantal)
Onderdeelnummer
1
Remleiding, onderste (remklauw naar HCU)
Niet afzonderlijk verkrijgbaar
2
Remleiding, gemiddeld
(HCU naar bovenste remleiding)
Niet afzonderlijk verkrijgbaar
3
Sluitring, afdichting (kleine ID) (2)
(Alleen voor 41800368 en 41800371)
Onderlegring, afdichting (kleine ID) (4)
(Voor alle andere sets)
41756-09
.
41731-01
.
4
Sluitring, afdichting (grote ID) (2)
41733-88
5
Kabelbinder (2)
10065
Tabel 8. Serviceonderdelen: Onderste remleiding sets 41800050, 41800032A, 41800076A
Onderdeel
Beschrijving (aantal)
Onderdeelnummer
1
Remleiding, onderste
Niet afzonderlijk verkrijgbaar
3
Sluitring, afdichting (kleine ID) (2)
41731-01
10
Schroef
4240
11
Borgring
7118
Tabel 9. Items vermeld in Tekst
Onderdeel
Beschrijving (aantal)
A
Bovenste remleiding (zie tabellen 1-3)
B
Hydraulische regeleenheid (HCU)
C
Banjobouten
D
Schroef
E
remleiding klem (2)
F
Remklauw, voorrem