| 1. | Draai met een 5 mm-dop (1125R- en 1125CR-modellen) of met een 8 mm-dop (alle overige modellen) de klemschroef van de koppelingshendel los zodat de steun van de koppelingshendel op het stuur kan draaien. |
Afbeelding 1. Plaats de boorarmatuur op de linkerkant van het stuur | ||||||||||
| 2. | Zie Afbeelding 1. Neem de boorarmatuur (1) uit de set. Controleer of de stelschroef (2) niet tot in de boring van de armatuur uitsteekt. Schuif de armatuur (met de stelschroef binnenin en naar de voorkant toe) op de linkerkant van het stuur (4). Zet de stelschroef in lijn met het locatiegat van de schakelaarbehuizing (5) in het stuur en draai de stelschroef goed aan. OPMERKING Dek het voorspatbord en de inlaatkap (en op 1125R- en 1125CR-modellen de linker radiateurkap) af met schone poetslappen om krassen in de buitenlaag te voorkomen. | |||||||||||
| 3. | Draai de steun van de koppelingshendel omhoog om ruimte voor de boor te maken. Steek het 9/64 inch boortje uit de set in een van de gaten (3) in de armatuur en boor een gat, helemaal door de stuurwand heen. Steek het boortje in het tweede gat (3) in de armatuur en boor een gat door de stuurwand, direct tegenover het eerste gat. Verwijder de armatuur van het stuur. Verwijder alle metaalschilfers van het boren zorgvuldig van het stuur. | |||||||||||
| 4. | Zie Afbeelding 17. Pak de linker verwarmde handgreep (1) en twee zelftappende schroeven (8) uit de set en let op de twee gleuven op het binnenboorduiteinde van de handgreep. Schuif de handgreep met de draad omlaag op het linker uiteinde van het stuur en zet de gaten in de gleuven in lijn met de gaten die u in stap 3 in het stuur hebt geboord. Trek de kraag van de handgreep terug en steek een van de schroeven in elke gleuf, waarbij de schroefdraad door het gat in de handgreep en in het gat in het stuur steekt. Bevestig de schroeven met een T-20 TORX®-dopsleutel in de gaten in het stuur. Haal aan tot 1,6–1,8 N·m (14–16 in-lbs). OPMERKING Pas op dat u de richtpennen op de schakelaarbehuizingen niet afbreekt. | |||||||||||
| 5. | Raadpleeg de servicehandleiding en volg de instructies om de schakelaar van de linkerkant van het stuur opnieuw op het stuur te monteren. | |||||||||||
| 6. | Draai de steun van de koppelingshendel naar de oorspronkelijk positie omlaag. Alleen 1125 CR: Lijn de steun van de koppelingshendel uit met de referentielijnen op het stuur. Haal bij ALLE modellen de klemschroef van de koppelingshendel aan tot 6,8–9,5 N·m (60–84 in-lbs). | |||||||||||
| 7. | Pak de nieuwe schakelaar voor de rechterkant van het stuur en de verwarmde gashendel uit de set. Schuif de gashendel met de draad omlaag op de rechterkant van het stuur. Raadpleeg de servicehandleiding voor het installeren van de gashendel, de gas- en stationairkabels en de stuurschakelaar op het voertuig. Bevestig de draden en kabels NOG NIET op het voertuig. OPMERKING Alleen bij Ulysses-modellen: Als er een Buell™ Quest™ Global Positioning System (GPS) op het voertuig is geïnstalleerd, legt u de draad van de verwarmde gashendel tussen de twee GPS-draden. | |||||||||||
| 8. | Bij Lightning- en Ulysses-modellen: Bij Firebolt-modellen: Bij 1125R-modellen: Bij 1125CR-modellen: a. Draai de vier schroeven waarmee de bovenste stuurklem is bevestigd, iets los. b. Verschuif het stuur naar vereist om de draad van de verwarmde gashendel en de draadboom van de rechter stuurschakelaar onder het stuur te kunnen leggen, achter de voorvork, langs de baan van de bestaande draad naar de voorste kuip. Het kan nodig zijn om de op rubber gemonteerde metergroep iets omhoog te duwen aan de rechterkant, zodat de schakelaarconnector onder de metergroep door kan worden geleid. c. Verwijder de stuurklemschroeven één voor één. Zie Hoofdstuk 1 in de servicehandleiding voor instructies bij het hergebruik van bevestigingsmiddelen met borgmiddelen. d. Maak de schroef en het schroefgat schoon. Breng twee druppels Loctite® 271 (rood) draadborgmiddel aan op de schroefdraad en installeer de schroef, maar draai hem nog niet helemaal aan. Herhaal dit voor de resterende schroeven. e. Zet het stuur in de stand voor optimaal comfort van de bestuurder. Haal beide voorste schroeven aan tot 14–16 N·m (10–12 ft-lbs) en haal vervolgens beide achterste schroeven aan tot 14–16 N·m (10–12 ft-lbs). f. Verwijder de kabelbinders waarmee de draadbomen van de schakelaars op de linker- en rechterkant van het stuur op de bovenste vorkklem (balhoofdplaat) zijn bevestigd. g. Leid de draadboom van de rechter schakelaar langs hetzelfde traject als de oorspronkelijke schakelaardraden, buiten de opening tussen het frame en de kuipsteun. h. Leid beide draadbomen van de verwarmde handgrepen door de opening tussen het frame en de kuipsteun. Leid de draadboom van de rechter stuurschakelaar en de draadbomen van de twee handgrepen verder langs de hoofddraadboom van het voertuig naar de connectorlocatie achter de koplamp. i. Leid de draadboom van de rechter schakelaar langs hetzelfde traject als de oorspronkelijke schakelaardraden, door de opening tussen het frame en de kuipsteun. j. Leid de draadboom van de rechter verwarmde handgreep door dezelfde opening in de kuipsteun. k. Leid de draadboom van de rechter stuurschakelaar en de draadbomen van de verwarmde handgreep verder langs de hoofddraadboom van het voertuig naar de connectorlocatie achter de koplamp. l. Leid de draadboom van de rechter schakelaar langs hetzelfde traject als de oorspronkelijke schakelaardraden, door de opening in het koplamphuis. m. Leid de draadboom van de rechter verwarmde handgreep door dezelfde opening in het koplamphuis. n. Leid de draadboom van de rechter stuurschakelaar en de draadbomen van de verwarmde handgreep verder langs de hoofddraadboom van het voertuig naar de connectorlocatie achter de koplamp. OPMERKING Bij ALLE modellen: Het gebruik van een 'hangende lus' van extra kabel is belangrijk om ervoor te zorgen dat de rechter verwarmde handgreep zal blijven werken wanneer hij voor gasgeven wordt bewogen. | |||||||||||
| 9. | Zie Afbeelding 2. Let op de markering (1) op de draad van de rechter handgreep en zet hem in lijn met de binnenboordrand (2) van de stuurschakelaar. Dit geeft voldoende speling in de draad, zodat hij tijdens het gasgeven niet strak komt te staan. Bij Lightning- en Ulysses-modellen: Gebruik een kabelbinder (3) uit de set om de draad van de rechter handgreep te bevestigen op de gas- en stationairkabels net binnenboord van de gaskabelstellers zoals afgebeeld. Bij Firebolt- en 1125R-modellen: Gebruik een kabelbinder (3) uit de set om de draad van de rechter handgreep te bevestigen op de draadboom van de stuurschakelaar; zie Afbeelding 3. Bij 1125CR-modellen: Gebruik een kabelbinder (3) uit de set om de bedrading van de rechter handgreep aan de bedrading van de rechter schakelaar en richtingaanwijzer vast te zetten, net als Afbeelding 3 , waar de 1125R is afgebeeld. |
Afbeelding 2. Zet de draad van de verwarmde handgreep vast op de gas- en stationairkabels (Ulysses-model afgebeeld) Afbeelding 3. Zet de draad van de verwarmde handgreep vast op de draadboom van de stuurschakelaar (1125R-model afgebeeld) |
| 10. | Nadat de eerste kabelbinder is geïnstalleerd, draait u de rechter handgreep om te controleren of de draad geen enkel deel van de handbediening raakt. Als de draad de handbediening WEL ergens raakt, maakt u de lus groter zodat aanraking tijdens het gasgeven wordt voorkomen. |
Afbeelding 4. Zet de bedrading vast op de bovenste vorkklem (Firebolt-modellen) | ||||||||||
| 11. | Bij Firebolt-modellen: Zie Afbeelding 4. Gebruik een tweede kabelbinder (1) om de draad van de rechter verwarmde handgreep, de draadboom van de stuurschakelaar en de draadboom van de remschakelaar vast te zetten op de bovenste vorkklem (2). Bij Lightning-modellen: Gebruik een tweede kabelbinder om de draad van de rechter verwarmde handgreep, de draadboom van de stuurschakelaar en de draadboom van de remschakelaar samen vast te zetten achter de bovenste vorkklem. Zet de draden NIET vast op de bovenste vorkklem. Bij Ulysses-modellen: Zie Afbeelding 5. Gebruik een tweede kabelbinder (2) om de draad van de rechter verwarmde handgreep vast te zetten op de draadboom van de stuurschakelaar en de draadboom van de remschakelaar (3) bij de (onderste) markering die u in stap 5 op de draadboom van de stuurschakelaar hebt aangebracht. Bij 1125R-modellen: Zie Afbeelding 6. Haak de draad van de rechter verwarmde handgreep, de draadboom van de stuurschakelaar en de draadboom van de remschakelaar in de draadgeleider onder de rechterkant van de bovenste vorkklem. Bij ALLE modellen: Test de werking van de gashendel opnieuw om te controleren of er GEEN contact is tussen de draad van de handgreep en onderdelen van het voertuig. OPMERKING Er wordt een lus van extra draad op de linker handgreep gebruikt om knikken van de draad te vermijden en visueel evenwicht met de rechterkant te verkrijgen. |
Afbeelding 5. Zet de draad van de verwarmde handgreep vast op de rem- en stuurschakelaardraadboom (Ulysses-modellen) Afbeelding 6. Haak de draden in de draadgeleider (1125R-modellen)
Afbeelding 7. Zet de markering in lijn met de rand van de schakelaar (Ulysses-model afgebeeld) | ||||||||||
| 12. | Zie Afbeelding 7. Let op de markering (1) op de draad van de linker handgreep en zet hem in lijn met de binnenboordrand (2) van de stuurschakelaar. Bij Firebolt-modellen: Gebruik een kabelbinder uit de set om de draad van de linker handgreep, de draad van de stuurschakelaar en de draadboom van de interlockschakelaar van de koppeling op elkaar vast te zetten. Zie Afbeelding 4. Gebruik een tweede kabelbinder (3) om de draad van de verwarmde handgreep, de draadboom van de stuurschakelaar en de draadboom van de interlockschakelaar vast te zetten op de bovenste vorkklem (2). Bij Lightning-modellen: Gebruik een kabelbinder uit de set om de draad van de linker handgreep, de draadboom van de stuurschakelaar en de draadboom van de interlockschakelaar van de koppeling vast te zetten op het stuur, vlakbij de schakelaarconstructie. Gebruik een tweede kabelbinder om de draad van de verwarmde handgreep, de draadboom van de stuurschakelaar en de draadboom van de interlockschakelaar vast te zetten op het stuur, vlak bij de bovenste vorkklem. Zet de draden NIET vast op de bovenste vorkklem. Bij Ulysses-modellen: Bij 1125R-modellen:Bij 1125CR-modellen: a. Zie Afbeelding 8. Gebruik twee kabelbinders (1 uit 2) uit de set om de draad van de linker handgreep (3) vast te zetten op de draadboom van de stuurschakelaar en de draadboom van de interlockschakelaar van de koppeling aan weerszijden van de draadboomklemmen (4). b. Als de pennen van een draadboomklem tijdens het demonteren zijn gebroken, vervangt u de draadboomklem door een van de nieuwe draadboomklemmen uit de set. Druk de draadboomklemmen in de gaten op de linker- en rechterkant van het stuur. c. Gebruik een kabelbinder uit de set om de draad van de linker handgreep en de draadboom van de stuurschakelaar aan elkaar vast te zetten. d. Haak de draad van de linker verwarmde handgreep, de draadboom van de stuurschakelaar en de draadboom van de interlockschakelaar van de koppeling in de draadgeleider onder de linkerkant van de bovenste vorkklem. e. Leid de draadboom van de linker stuurschakelaar langs hetzelfde traject als de oorspronkelijke schakelaardraden, door de opening tussen het frame en de kuipsteun. f. Leid de draadboom van de linker verwarmde handgreep door dezelfde opening in de kuipsteun. g. Leid de draadboom van de linker stuurschakelaar en de draadbomen van de verwarmde handgreep verder langs de hoofddraadboom van het voertuig naar de connectorlocatie onder de koplamp. h. Gebruik een kabelbinder uit de set om de draad van de linker handgreep, de richtingaazijder en de draadboom van de stuurschakelaar aan elkaar vast te zetten. i. Leid de draadboom van de linker schakelaar langs hetzelfde traject als de oorspronkelijke schakelaardraden, door de opening in het koplamphuis. j. Leid de draadboom van de linker verwarmde handgreep door dezelfde opening in het koplamphuis. k. Leid de draadboom van de linker stuurschakelaar en de draadbomen van de verwarmde handgreep verder langs de hoofddraadboom van het voertuig naar de connectorlocatie onder de koplamp. |
Afbeelding 8. Zet de draad van de verwarmde handgreep vast op de draadboom van de stuurschakelaar (Ulysses-modellen) | ||||||||||
| 13. | Bij Firebolt-modellen: Ga door naar stap 14. Bij Lightning-modellen: Ga door naar stap 18. Bij Ulysses-modellen: Ga door naar stap 23. Bij 1125R-modellen: Ga door naar stap 28. Bij 1125CR-modellen: Ga door naar stap 33. |
| 14. | Ga naar de ruimte onder de kuip. Zie Afbeelding 9. Raadpleeg de servicehandleiding en volg de instructies voor het opnieuw aansluiten van het zwarte vierpolige contact van de schakelaar aan de rechterkant van het stuur op de stekker van de voertuigdraadboom [22A] (1). Als u het eerder hebt losgehaald, sluit u het zwarte achtpolige contact op de schakelaarconstructie aan de linkerkant van het stuur aan op de stekker van de voertuigdraadboom [24A]. |
Afbeelding 9. Sluit de bedrading van de verwarmde handgreep en de stuurschakelaar aan (Firebolt-modellen) | ||||||||||
| 15. | Zoek de grijze aanvullende stroomconnector [160] (2) op de hoofddraadboom van het voertuig. Verwijder de beschermplug en steek de grijze stekker (3) op het uiteinde van de draadboom van de rechter stuurschakelaar in het contact [160B]. Installeer de beschermplug (4) van het grijze contact op het uiteinde van de draadboom van de rechter stuurschakelaar. | |||||||||||
| 16. | Steek de twee driepolige stekkers van de verwarmde handgreep in de twee contacten op het uiteinde van de draadboom van de rechter stuurschakelaar. Moffel de twee connectors van de verwarmde handgreep (5) weg tussen de koplampen. | |||||||||||
| 17. | Neem twee kabelbinders uit de set en zet de draadbundel en connectors onder het dashboard vast. Ga verder naar DE MOTORFIETS TERUGBRENGEN IN RIJKLARE TOESTAND. |
| 18. | Ga naar de ruimte achter het windscherm. Zie Afbeelding 10. Leid de draad van de rechter verwarmde handgreep (1) en de draadboom van de rechter stuurschakelaar (2) achter de knipperlichtautomaat van de richtingaanwijzer (3) en over de claxon (4) naar buiten. Raadpleeg de servicehandleiding voor instructies voor het opnieuw aansluiten van het zwarte vierpolige contact van de schakelaarconstructie aan de rechterkant van het stuur op de stekker van de voertuigdraadboom [22A]. Als u het eerder hebt losgehaald, sluit u het zwarte achtpolige contact op de schakelaarconstructie aan de linkerkant van het stuur aan op de stekker van de voertuigdraadboom [24A]. |
Afbeelding 10. Sluit de bedrading van de verwarmde handgreep en de stuurschakelaar aan (Lightning-modellen) | ||||||||||||
| 19. | Leid de draad van de linker verwarmde handgreep en een van de draden van de verwarmde handgreep uit de draadboom van de rechter schakelaar (2) achter de connector van de instrumentengroep (5) onder het gietstuk op het midden van het dashboard door. Steek de driepolige stekker van de handgreepdraad in het contact op het uiteinde van de schakelaardraadboom. Steek de stekker van de draad van de rechter verwarmde handgreep in het andere driepolige contact op het uiteinde van de draadboom van de rechter stuurschakelaar. | |||||||||||||
| 20. | Zoek de grijze aanvullende stroomconnector [160] (6) op de hoofddraadboom van het voertuig. Verwijder de beschermplug en steek de grijze stekker op het uiteinde van de draadboom van de rechter stuurschakelaar in het contact [160B]. Installeer de beschermplug op het grijze contact op het uiteinde van de draadboom van de rechter stuurschakelaar. | |||||||||||||
| 21. | Stop de twee draadconnectors van de verwarmde handgreep weg achter de knipperlichtautomaat van de richtingaanwijzer (3). OPMERKING De bedrading mag niet op de claxon liggen. Dat is van invloed op het volume en de geluidskwaliteit van de claxon. | |||||||||||||
| 22. | Neem een kabelbinder uit de set en leg hem om de steun van de knipperlichtautomaat van de richtingaanwijzer om de bundel met draden en connectors onder en op de steun vast te zetten, op enige afstand van de claxon. Ga door naar het gedeelte EINDMONTAGE. |
| 23. | Ga naar de ruimte onder het vliegenscherm. Op de rechterkant (gashendelkant): Zie Afbeelding 11. Neem een kabelbinder (1) uit de set en zet de nieuwe draadboom van de rechter stuurschakelaar (2) en de draad van de verwarmde handgreep (3) vast op dezelfde manier als met de kabelbinder die u onder stap 3 van VERWIJDEREN VAN DE HANDGREEP hebt verwijderd. Op de rechterkant (koppelingsbediening): Zie Afbeelding 12. Neem een kabelbinder uit de set en zet de draad van de verwarmde handgreep vast op de draadboom van de linker stuurschakelaar, op de hier aangegeven plaats. |
Afbeelding 11. Zet de draadboom en draad van de rechterkant vast (Ulysses-modellen) Afbeelding 12. Zet de draadboom en draad van de linkerkant vast (Ulysses-modellen) | ||||||||||||
| 24. | Raadpleeg de servicehandleiding voor instructies voor het opnieuw aansluiten van het zwarte vierpolige contact van de schakelaarconstructie aan de rechterkant van het stuur op de stekker van de voertuigdraadboom [22A]. Als u het eerder hebt losgehaald, sluit u het zwarte achtpolige contact op de schakelaarconstructie aan de linkerkant van het stuur aan op de stekker van de voertuigdraadboom [24A]. | |||||||||||||
| 25. | Zie Afbeelding 13. Leid de draad van de linker verwarmde handgreep en een van de draden van de verwarmde handgreep uit de draadboom van de rechter schakelaar (1) achter de connector van de instrumentengroep (4) onder het gietstuk op het midden van het dashboard door. Steek de driepolige stekker van de handgreepdraad (3) in het contact op het uiteinde van de schakelaardraadboom. Steek de stekker van de draad van de rechter verwarmde handgreep (3) in het andere driepolige contact op het uiteinde van de draadboom van de rechter stuurschakelaar. |
Afbeelding 13. Aansluiten van de verwarmde handgreep en aanvullende stroom (Ulysses-modellen) | ||||||||||||
| 26. | Haal de twee helften los van de grijze connector [160] (5) die stroom levert aan het aanvullende stroomcontact op het instrumentenpaneel. Als de connector [160] er uitziet zoals afgebeeld:
Steek de twee grijze connectors (6) op het uiteinde van de draadboom van de rechter stuurschakelaar in de passende helften van connector [160]. Als er een Buell™ Quest™ Global Positioning System (GPS) op
het voertuig is geïnstalleerd, is deze al op het contact [160B] aangesloten. Ga als volgt te werk: De uiteindelijke verbinding (zonder GPS-set) hoort er uit te zien als Afbeelding 14. a. Trek de GPS-draad uit het contact van de hoofddraadboom van het voertuig [160B]. b. Steek de stekker van de draadboom van de rechter stuurschakelaar in het contact van de hoofddraadboom van het voertuig [160B]. c. Sluit het contact van de draadboom van de rechter stuurschakelaar aan op de stekker van de GPS-draad. | |||||||||||||
| 27. | Neem een kabelbinder uit de set en leg hem om de bovenkant van het dashboard om de draadbundel en connectors eronder te grijpen, en zet ze vast op het dashboard (zie Afbeelding 15 ). Ga door naar het gedeelte EINDMONTAGE. |
| 1 | Aanvullende stroomconnectors |
| 2 | Connectors van verwarmde handgreep op draadboom rechter stuurschakelaar |
| 1. | Bij Lightning-modellen: Plaats het windscherm op de voorste linker- en rechtermodule. Installeer de vier schroeven en ringen die u eerder hebt verwijderd en haal ze aan tot 1,1–1,4 N·m (10–12 in-lbs). Bij Ulysses-modellen:Bij 1125R-modellen:Bij 1125CR-modellen: Plaats het windscherm op het koplamphuis. Bevestig het windscherm op het koplamphuis met de eerder verwijderde twee bolkopschroeven en nylon ringen. Lijn het windscherm uit voor een optimaal uiterlijk en draai de 5,6–6,1 N·m (50–54 in-lbs). a. Plaats het windscherm op de voorste linker- en rechtermodule. Installeer de zes schroeven en ringen die u eerder hebt verwijderd en haal ze aan tot 1,1–1,4 N·m (10–12 in-lbs). b. Druk de deflectors vast op de doppen op het uiteinde van het stuur. Als ze zijn losgedraaid, haalt u de schroeven voor bevestiging van de deflectors aan tot 2,7–4,1 N·m (24–36 in-lbs). c. Plaats de kuip op de kuipsteun. Bevestig de kuip losjes op het onderste deel van de kuipsteun met de twee bolkopschroeven en nylon ringen die u eerder hebt verwijderd. d. Pak een van de spiegel/richtingaanwijzers die u eerder hebt verwijderd. Leid de draadboom van de richtingaanwijzer door het middelste gat in het bovenste deel van de kuip en omlaag langs de binnenkant van de kuipsteun, tussen de kuip en de steun door. Zie Afbeelding 16. Plaats de draadboom in de daartoe bestemde uitsparingen om afknelling tussen de kuip en de steun te voorkomen. e. Steek de montagetappen van de spiegel door de twee buitenste gaten in de kuip en steun. Bevestig de spiegel/richtingaanwijzer losjes op de steun met de vier zeskantige borgmoeren die u eerder hebt verwijderd. f. Herhaal stap 1b en 1c met de overgebleven spiegel/richtingaanwijzer. Zet de kuip en de spiegel/richtingaanwijzers in lijn tot het geheel er goed uitziet en haal de vier borgmoeren aan tot 8–11 N·m (72–96 in-lbs). Haal de twee bolkopschroeven aan tot 13–14,5 N·m (115–128 in-lbs). g. Sluit de paarse draad en de zwarte draad op de voertuigdraadboom aan op de linker richtingaanwijzer. Sluit de bruine draad en de zwarte draad op de voertuigdraadboom aan op de rechter richtingaanwijzer. | Afbeelding 16. Plaats de richtingaanwijzerdraad in de kuipsteun |
| 1. | Voor ALLE modellen: Zorg ervoor dat draden, de koppelingskabel, gas/stationairkabels en remleidingen niet te strak worden getrokken als het stuur geheel naar links of rechts wordt gedraaid. | |
MEDEDELING Haal de bouten op de accupolen niet te strak aan. Houd de aanbevolen aanhaalmomenten aan. Indien de bouten van de accupolen te strak worden aangehaald, kunnen de accupolen beschadigd raken. (00216a) | ||
| 2. | Controleer of de contact-/koplampsleutelschakelaar in de stand OFF (uit) staat. Breng een dunne laag Harley-Davidson smeermiddel voor elektrische contacten (99861-02), vaseline of corrosiewerend middel aan op de accupool. Schroef de bevestiger door de negatieve accukabel (zwart) in het draadgat van de minpool (-) van de accu. Haal de bevestiging aan tot 8–11 N·m (72–96 in-lbs). | |
| 3. | Raadpleeg de servicehandleiding en volg de instructies voor het bevestigen van het zadel. | |
Trek het zadel na de montage even omhoog om er zeker van te zijn dat het in de positie is vergrendeld. Tijdens het rijden kan een loszittend zadel verschuiven, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00070b) | ||
| 4. | Zet de contact-/koplampsleutelschakelaar in de stand ON (aan), maar start de motor niet. Controleer of elke stuurschakelaar goed werkt. Test de werking van de koplampen, richtingaanwijzers, achterlichten en remlichten. Draai het stuur naar de linker en rechter stuuraanslagen, om te controleren of het stuur bij elke aanslag goed functioneert. OPMERKING Het duurt enige minuten voordat de verwarmbare handgrepen warm aanvoelen. | |
| 5. | Draai de afstellers voor de gas- en stationairkabels in de richting waardoor de kabelbehuizing wordt verkort. Raadpleeg de servicehandleiding en volg de aanwijzingen voor het afstellen van de gas- en stationairkabels. |
Item | Beschrijving (aantal) | Onderdeelnummer |
|---|---|---|
1 | Handgreep, verwarmd (links) | N0050.5AA |
2 | Handgreep (gashendel), verwarmd (rechts) | N0051.5AA |
3 | Bedieningselement, rechter stuurhelft | N0158.5AA |
4 | Boorarmatuurset (incl. stelschroef met kegelpunt) | C2031.1AK |
5 | Klem, draadboom (4) | 70345-84 |
6 | Kabelbinder, recht (7) | Y0303.2B |
7 | Kabelbinder, verankerd ('fir tree') (2) | 10177 |
8 | Schroef, zelftappend (2) | CA0044.3AK |
9 | Boortje, hoog toerental, 9/64 inch (niet afgebeeld) | Niet afzonderlijk verkrijgbaar |