| 1. | Verwijder het bestaande zadel van de motorfiets door de bout uit de achterste zadelsteun te verwijderen en het voorste zadeluitsteeksel los te maken. | |
| 2. | Zie Afbeelding 3. Verwijder de huidige zadelriem en gooi deze weg, maar bewaar de bevestigingsmaterialen. | |
| 3. | Bevestig de zadelriem (11) uit de set op de locatie van de accessoire zadelriem met de bout (12) en onderlegring (13). | |
| 4. | Voor modellen waarvoor de bevestigingssteun (51949-09) moet worden aangeschaft: Vervang de achterste zadelsteun (15) door de achterste zadelsteun uit set 51949-09 (F). | |
Trek het zadel na de montage even omhoog om er zeker van te zijn dat het in de positie is vergrendeld. Tijdens het rijden kan een loszittend zadel verschuiven, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00070b) | ||
| 5. | Schuif de achterkant van het zadel door de zadelriem en haak het voorste zadeluitsteeksel van het zadel vast in het frame. Bevestig de zadelsteun aan het spatbord met de bout (C). |
| 1. | Verwijder de huidige zadelriem en bevestigingsmaterialen, en gooi deze weg. | |||||||
| 2. | Verwijder de plug uit de achterste bevestigingsopening van het spatbord, en gooi deze weg. | |||||||
| 3. | Zie Afbeelding 1. Gebruik de sluitmoer (1), onderlegring (2) en kabelbinder uit de set. Bevestig de moer en onderlegring in de achterste opening van het spatbord. Een kabelbinder kan als bevestigingshulpmiddel worden gebruikt. | |||||||
| 4. | Plaats de sluitmoer (1) op de kabelbinder, zodat het brede uiteinde van de moer op het oog van de kabelbinder rust. Rijg de kabel van onder het spatbord en door de achterste opening in het spatbord. Trek de kabelbinder aan om de moer strak tegen de onderkant van het spatbord te houden. | |||||||
| 5. | Duw het uitsteeksel op de sluitmoer in de inkeping in de opening in het spatbord en schuif de sluitring (2) vanaf de achterkant op zijn plaats (hiermee komt de sluitmoer op zijn plaats vast te zitten). Verwijder vervolgens de kabelbinder. | |||||||
| 6. | Bij set 51985-08: Zie Afbeelding 3. Bevestig de zadelriem (11) uit de set met de bout (12) en onderlegring (13). Bij sets 51998-08 en 51922-09: Zie Afbeelding 3. Bevestig de zadelriem (19) met de bout (17), de ring (18), het afstandsstuk (20) en de borgmoer (G). | |||||||
| 7. | Voor modellen waarvoor de bevestigingssteun (51949-09) moet worden aangeschaft: Vervang de achterste zadelsteun (15) door de achterste zadelsteun uit set 51949-09 (F). | |||||||
Trek het zadel na de montage even omhoog om er zeker van te zijn dat het in de positie is vergrendeld. Tijdens het rijden kan een loszittend zadel verschuiven, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00070b) | ||||||||
| 8. | Schuif de achterkant van het zadel door de zadelriem en haak het voorste zadeluitsteeksel vast in het frame. Bevestig de zadelsteun aan het spatbord met de bout (C). |
Afbeelding 1. Bevestigen van de sluitmoer |
| 1. | Verwijder de huidige zadelriem en bevestigingsmaterialen, en gooi deze weg. | |||||
| 2. | Bij sets 51998-08 en 51922-09: Zie Afbeelding 3. Bevestig de zadelriem (19) met de bout (17), de ring (18), het afstandsstuk (20) en de borgmoer (G). | |||||
| 3. | Voor modellen waarvoor de bevestigingssteun (51949-09) moet worden aangeschaft: Vervang de achterste zadelsteun (15) door de achterste zadelsteun uit set 51949-09 (F). | |||||
Trek het zadel na de montage even omhoog om er zeker van te zijn dat het in de positie is vergrendeld. Tijdens het rijden kan een loszittend zadel verschuiven, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00070b) | ||||||
| 4. | Schuif de achterkant van het zadel door de zadelriem en haak het voorste lipje van het zadel (10) in de sleuf aan de achterkant van de brandstoftank en vervolgens in het frame. Bevestig de zadelsteun aan het spatbord met de bout (C). |
Afbeelding 2. Bevestigen van de zadelriem en flensmoer (FLSTF-modellen) |
Item | Beschrijving (aantal) | Onderdeelnummer |
|---|---|---|
1 | Sets 51985-08 en 51998-08 Rugsteun (bevat items 2 t/m 9) | 51991-08A |
1 | Set 51922-09 Rugsteun (bevat items 2 t/m 9) | 51942-09 |
2 | Extrusieprofiel, schuif van de rugsteun voor de rijder | 52188-08 |
Bevestigingsmaterialenset (omvat onderdelen 3 t/m 5, 7, 8 en
16) | 51666-06 | |
3 | Onderlegring, niet-metallisch (2) | 6410 |
4 | Bout, bolkop (1) | 4928 |
5 | Borgmoer, zwart, dun | Niet afzonderlijk verkrijgbaar |
6 | Knop, rugsteunafstelling | 51868-06A |
7 | Bout, zeskantig | Niet afzonderlijk verkrijgbaar |
8 | Onderlegring, niet-metallisch | Niet afzonderlijk verkrijgbaar |
9 | Hoofdscharnierpunt, rugsteun voor de rijder | Niet afzonderlijk verkrijgbaar |
10 | Zadel | Niet afzonderlijk verkrijgbaar |
11 | Zadelriem | 51188-86 |
12 | Bout | 3767B |
13 | Onderlegring | 6036 |
14 | Flensmoer (2) | 8021 |
15 | Zadelbevestigingssteun | 51652-97 |
16 | Borgmoer, zwart, dik | Niet afzonderlijk verkrijgbaar |
17 | Bout | 4180 |
18 | Onderlegring | 6379W |
19 | Zadelriem | 51224-09 |
20 | Afdichtring | 6019 |
Items genoemd in het instructieblad, maar niet opgenomen in de
set: | ||
A | Tapeindplaat, met één tapeind | |
B | Tapeindplaat, met twee tapeinden | |
C | Bout, zadelbevestiging | |
D | FX-modellen – set 51985-08 | |
E | FL-modellen (behalve FLSTFSE2) – set 51985-08 | |
F | Bevestigingssteun van zadel (voor sommige modellen van 2006 en eerder – afzonderlijk aanschaffen) | |
G | Standaard borgmoer op modellen van 2000 en later | |
H | Bij sets 51998-08 en 51922-09 | |
I | Standaard borgmoer (indien daarmee uitgerust) | |