SET MET SOFTAIL-ZADEL EN RUGSTEUN VOOR RIJDER
J044112010-02-26
ALGEMEEN
Setnummers
51985-08, 51998-08, 51922-09
Modellen
Zie voor modelgerelateerde informatie de P&A-catalogus of het gedeelte Parts and Accessories (onderdelen en accessoires) op www.harley-davidson.com (alleen Engelstalig).
Setinhoud
Vereiste aanvullende onderdelen
Voor FLSTFSE2-modellen van 2006 moeten de passagiersvoetsteunen en de bevestigingsset (50749-05) voor passagiersvoetsteunen afzonderlijk worden aangeschaft.
Voor sommige modellen van 2006 en eerder moet de bevestigingssteun (51949-09) afzonderlijk worden aangeschaft. Raadpleeg de P&A-catalogus of een Harley-Davidson dealer.
INSTALLATIE
OPMERKING
Bedek de gespoten delen met beschermend materiaal om beschadigingen te voorkomen.
Voor FXST-, FXSTS- en FXSTB-modellen:
1. Verwijder het bestaande zadel van de motorfiets door de bout uit de achterste zadelsteun te verwijderen en het voorste zadeluitsteeksel los te maken.
2. Zie Afbeelding 3. Verwijder de huidige zadelriem en gooi deze weg, maar bewaar de bevestigingsmaterialen.
3. Bevestig de zadelriem (11) uit de set op de locatie van de accessoire zadelriem met de bout (12) en onderlegring (13).
4. Voor modellen waarvoor de bevestigingssteun (51949-09) moet worden aangeschaft: Vervang de achterste zadelsteun (15) door de achterste zadelsteun uit set 51949-09 (F).
WAARSCHUWING
Trek het zadel na de montage even omhoog om er zeker van te zijn dat het in de positie is vergrendeld. Tijdens het rijden kan een loszittend zadel verschuiven, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00070b)
5. Schuif de achterkant van het zadel door de zadelriem en haak het voorste zadeluitsteeksel van het zadel vast in het frame. Bevestig de zadelsteun aan het spatbord met de bout (C).
FXSTC-modellen:
OPMERKING
Raadpleeg de instructies in de gebruikers- of servicehandleiding voor het verwijderen van het standaardzadel en de bevestigingsmaterialen.
1. Verwijder de huidige zadelriem en bevestigingsmaterialen, en gooi deze weg.
2. Verwijder de plug uit de achterste bevestigingsopening van het spatbord, en gooi deze weg.
3. Zie Afbeelding 1. Gebruik de sluitmoer (1), onderlegring (2) en kabelbinder uit de set. Bevestig de moer en onderlegring in de achterste opening van het spatbord. Een kabelbinder kan als bevestigingshulpmiddel worden gebruikt.
4. Plaats de sluitmoer (1) op de kabelbinder, zodat het brede uiteinde van de moer op het oog van de kabelbinder rust. Rijg de kabel van onder het spatbord en door de achterste opening in het spatbord. Trek de kabelbinder aan om de moer strak tegen de onderkant van het spatbord te houden.
5. Duw het uitsteeksel op de sluitmoer in de inkeping in de opening in het spatbord en schuif de sluitring (2) vanaf de achterkant op zijn plaats (hiermee komt de sluitmoer op zijn plaats vast te zitten). Verwijder vervolgens de kabelbinder.
6. Bij set 51985-08: Zie Afbeelding 3. Bevestig de zadelriem (11) uit de set met de bout (12) en onderlegring (13). Bij sets 51998-08 en 51922-09: Zie Afbeelding 3. Bevestig de zadelriem (19) met de bout (17), de ring (18), het afstandsstuk (20) en de borgmoer (G).
7. Voor modellen waarvoor de bevestigingssteun (51949-09) moet worden aangeschaft: Vervang de achterste zadelsteun (15) door de achterste zadelsteun uit set 51949-09 (F).
WAARSCHUWING
Trek het zadel na de montage even omhoog om er zeker van te zijn dat het in de positie is vergrendeld. Tijdens het rijden kan een loszittend zadel verschuiven, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00070b)
8. Schuif de achterkant van het zadel door de zadelriem en haak het voorste zadeluitsteeksel vast in het frame. Bevestig de zadelsteun aan het spatbord met de bout (C).
1Sluitmoer
2Sluitring
3Kabelbinder (installatiehulpmiddel)
Afbeelding 1. Bevestigen van de sluitmoer
FLST-, FLSTC-, FLSTSC-, FLSTF- en FLSTSB-modellen:
OPMERKING
Raadpleeg de gebruikers- of servicehandleiding voor instructies over het verwijderen van het standaardzadel en bevestigingsmaterialen.
WAARSCHUWING
Monteer deze zadelsets niet op motorfietsen die niet zijn uitgerust met een geschikte steunriem en passagiersvoetsteunen. Als de voetsteunen en steunriem niet zijn geïnstalleerd, zou de passagier van de rijdende motorfiets kunnen vallen of de bestuurder kunnen vastpakken, waardoor de bestuurder de macht over het stuur kan verliezen met ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00410b)
1. Verwijder de huidige zadelriem en bevestigingsmaterialen, en gooi deze weg.
2. Bij sets 51998-08 en 51922-09: Zie Afbeelding 3. Bevestig de zadelriem (19) met de bout (17), de ring (18), het afstandsstuk (20) en de borgmoer (G).
3. Voor modellen waarvoor de bevestigingssteun (51949-09) moet worden aangeschaft: Vervang de achterste zadelsteun (15) door de achterste zadelsteun uit set 51949-09 (F).
WAARSCHUWING
Trek het zadel na de montage even omhoog om er zeker van te zijn dat het in de positie is vergrendeld. Tijdens het rijden kan een loszittend zadel verschuiven, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00070b)
4. Schuif de achterkant van het zadel door de zadelriem en haak het voorste lipje van het zadel (10) in de sleuf aan de achterkant van de brandstoftank en vervolgens in het frame. Bevestig de zadelsteun aan het spatbord met de bout (C).
1Bevestig de flensmoer (2)
2Bevestigingsplaats zadelriem
Afbeelding 2. Bevestigen van de zadelriem en flensmoer (FLSTF-modellen)
SERVICEONDERDELEN
Afbeelding 3. Serviceonderdelen: Softail-zadel en rugsteun voor rijder
Tabel 1. Serviceonderdelen: Softail-zadel en rugsteun voor rijder
Item
Beschrijving (aantal)
Onderdeelnummer
1
Sets 51985-08 en 51998-08 Rugsteun (bevat items 2 t/m 9)
51991-08A
1
Set 51922-09 Rugsteun (bevat items 2 t/m 9)
51942-09
2
Extrusieprofiel, schuif van de rugsteun voor de rijder
52188-08
Bevestigingsmaterialenset (omvat onderdelen 3 t/m 5, 7, 8 en 16)
51666-06
3
Onderlegring, niet-metallisch (2)
6410
4
Bout, bolkop (1)
4928
5
Borgmoer, zwart, dun
Niet afzonderlijk verkrijgbaar
6
Knop, rugsteunafstelling
51868-06A
7
Bout, zeskantig
Niet afzonderlijk verkrijgbaar
8
Onderlegring, niet-metallisch
Niet afzonderlijk verkrijgbaar
9
Hoofdscharnierpunt, rugsteun voor de rijder
Niet afzonderlijk verkrijgbaar
10
Zadel
Niet afzonderlijk verkrijgbaar
11
Zadelriem
51188-86
12
Bout
3767B
13
Onderlegring
6036
14
Flensmoer (2)
8021
15
Zadelbevestigingssteun
51652-97
16
Borgmoer, zwart, dik
Niet afzonderlijk verkrijgbaar
17
Bout
4180
18
Onderlegring
6379W
19
Zadelriem
51224-09
20
Afdichtring
6019
Items genoemd in het instructieblad, maar niet opgenomen in de set:
A
Tapeindplaat, met één tapeind
B
Tapeindplaat, met twee tapeinden
C
Bout, zadelbevestiging
D
FX-modellen – set 51985-08
E
FL-modellen (behalve FLSTFSE2) – set 51985-08
F
Bevestigingssteun van zadel (voor sommige modellen van 2006 en eerder – afzonderlijk aanschaffen)
G
Standaard borgmoer op modellen van 2000 en later
H
Bij sets 51998-08 en 51922-09
I
Standaard borgmoer (indien daarmee uitgerust)