Set | Beschrijving |
|---|---|
75265-04A | Zwarte voorkant |
75320-05A | Gesponnen aluminium voorkant |
75324-05A | Zilverkleurige voorkant |
| 1. | Volg de instructies in de servicehandleiding voor het: a. Verwijder de oude aftapplug, laat de motorolie uitstromen en verwijder het oliefilter. b. Inspecteer de O-ring van de olieaftapplug op scheuren of beschadigingen en vervang indien nodig. Veeg alle olie en vuil van de plug af. Plaats de O-ring op de plug. c. Monteer de aftapplug en haal deze aan tot 19–28 N·m (14–21 ft-lbs). d. Verwijder oud pakkingmateriaal van de oliefiltersteun. Smeer de pakking op het nieuwe oliefilter in met motorolie en breng het nieuwe filter aan. Draai het oliefilter handvast aan, totdat de pakking contact maakt met het oppervlak van de filterbevestiging plus nog eens een halve tot driekwart slag. OPMERKING Gebruik de oliefiltersleutel niet bij het aanhalen van het oliefilter. | |
| 2. | Verwijder de rechter en linker afdekkingen volgens de instructies van de servicehandleiding. | |
Om te voorkomen dat de motorfiets per ongeluk start, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg, dient u voordat u verder gaat de accukabels (de minkabel (-) eerst) los te koppelen. (00307a) Koppel eerst de minkabel (-) van de accu los. Mocht de pluskabel (+) in contact komen met massa terwijl de minkabel (-) nog is aangesloten, dan kan de accu door de vonken die dan ontstaan, exploderen, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00049a) | ||
| 3. | Modellen met hoofdZEKERING: Raadpleeg de servicehandleiding en volg de instructies voor het verwijderen van de hoofdzekering. Modellen met hoofdSTROOMONDERBREKER: Raadpleeg de servicehandleiding en volg de instructies om het zadel te verwijderen en de accukabels los te koppelen, de minkabel (-) eerst. Bewaar alle bevestigingsmaterialen van het zadel. | |
| 4. | FLHT/C/U-modellen: Raadpleeg de servicehandleiding voor het verwijderen van de kuip/het windscherm van de bovenkuip. FLTR-modellen: Raadpleeg de servicehandleiding voor het verwijderen van de kuip van de bovenkuip. OPMERKING Hoewel de 50 mm (2 in) olietemperatuurmeter elk van de vier in de fabriek geïnstalleerde meters of pluggen van 50 mm (2 in) kan vervangen, wordt bij deze aanwijzingen aangenomen dat de meter linksonder wordt gemonteerd, gezien vanaf de positie van de rijder. | |
| 5. | Modellen MET luchttemperatuurmeter: Verwijder de luchttemperatuurmeter. Modellen ZONDER luchttemperatuurmeter: Verwijder de plug uit de meteropening linksonder (onder de brandstofmeter). a. Ontkoppel de 3-polige en 2-polige contacthuizen om de verbindingsdraadboom van de luchttemperatuurmeter en lamp los te maken. b. Verwijder de zeskantmoeren van de montagetapeinden en verwijder de bevestigingssteun. c. Verwijder de meter uit de binnenkuip. |
| 1. | Zie Afbeelding 3. Haal de olietemperatuurmeter (1) uit de set. Gezien vanuit de rijderspositie, draai de meter om het horizontale oppervlak met de rijder uit te lijnen en duw de meter in de kuip. | |
| 2. | Schuif de bevestigingssteun van de meter (2) vanaf de voorkant van het voertuig, over de schroefdraad van de metertapeinden om de lipjes van de steun in de binnenkuip te steken. | |
| 3. | Monteer twee borgmoeren (3) en haal aan tot 11–23 N·m (10–20 in-lbs). |
| 1. | Zie Afbeelding 1. Verwijder de ongebruikte leidingplug (3) (NIET de aftapplug voor motorolie, item 2) uit de linkervoorkant van het oliecarter. |
Afbeelding 1. Oliecarter en pluggen, FL Touring-modellen | ||||||||
| 2. | Zie Afbeelding 3. Haal de olietemperatuurzendeenheid (4) en adapterfitting (5) uit de set. Smeer de schone schroefdraden van de adapterfitting in met Loctite 565 schroefdraad afdichtmiddel en steek de fitting in het leidingpluggat in het oliecarter. | |||||||||
| 3. | Smeer de schone schroefdraden van de zender in met Loctite 565 schroefdraad afdichtmiddel en steek de zender in de adapterfitting. |
| 1. | Haal de kabelboom (6) van de olietemperatuurmeter uit de set. Steek de 2-polige connector van het ene einde van de kabelboom in de overeenkomstige connector van de olietemperatuursensor. | |||||||
| 2. | Leiden van de kabelboom: a. Naar de framebuis aan rechterkant. b. Volg de achterremleiding naar de voetbedieningsrempedaal. c. Bevestig de kabelboom aan de frameleidingen met kabelbinders (8) uit de set. OPMERKING Zet de kabelboom NIET vast aan de remleiding. | |||||||
| 3. | Leid de kabelboom omhoog langs de rechterframebuis en door de P-klem bij het balhoofd. Volg de voertuigkabelboom in de kuip en over de linkerzijde waar de olietemperatuurmeter zich bevindt. | |||||||
| 4. | Zoek het tweewegs positieve aansluithuis van de luchttemperatuurmeter [114B] en snijd de aansluitingen en het huis af van de oranje en zwarte draden. | |||||||
| 5. | Gebruik de Packard-krimptang (HD-38125-8) om ongeveer 9,5 mm (3/8-inch) isolatie van de draden van het circuit [114] te strippen en krimp een nr. 6 ringklem (7) uit de set op het uiteinde van iedere draad. | |||||||
| 6. | Strip ongeveer 9,5 mm (3/8 inch) isolatie van de niet-afgesloten gele en zwarte draden van de kabelboom van de olietemperatuurmeter en krimp een nr. 6 ringklem op het uiteinde van iedere draad. | |||||||
| 7. | Verwijder de drie zeskantmoeren met onderlegringen (A) van de aansluiting aan de achterzijde van de meter. Plaats de ringklemmen van de kabelboom op de pennen zoals afgebeeld in Afbeelding 2. Bevestig de ringklemmen met de moeren en draai stevig aan a. Twee zwarte draadklemmen op de GND-pen. b. Oranje draadklem op de POS-pen. c. Gele draadklem op de SIG-pen. |
Afbeelding 2. Meter achterzijde (bovenste) en voorzijde (onderste) | ||||||
| 8. | Controleer het pad van de kabelboom van de olietemperatuurmeter op het volgende: Gebruik een kabelbinder uit de set om de kabelboomdraden van de meter bij elkaar te binden aan de achterzijde van de meter. Gebruik een kabelbinder om het driewegs vlakke aansluithuis [115B] te verbinden met de verbindingskabelboom. a. Knelpunten tussen de ophangingsonderdelen en de draadboom. b. Afstand van de draadboom tot warmtebronnen. c. Knelpunten in de stuurinrichting (draai de voorvorken van vergrendeling naar vergrendeling). d. Aarding van ringklemmen of draden tegen elkaar. |
| 1. | FLHT/C/U-modellen: Raadpleeg de servicehandleiding voor het monteren van de kuip/het windscherm op de bovenkuip. FLTR-modellen: Raadpleeg de servicehandleiding voor het monteren van de kuip op de bovenkuip. | |
| 2. | Plaats de koplamp volgens de procedures in de servicehandleiding. | |
| 3. | Controleer of de contactsleutelschakelaar in de stand OFF (uit) staat. Modellen met hoofdZEKERING: Raadpleeg de servicehandleiding en volg de instructies voor het plaatsen van de hoofdzekering. Modellen met hoofdSTROOMONDERBREKER: Breng een dunne laag Harley-Davidson smeermiddel voor elektrische contacten (onderdeelnr. 99861-02), vaseline of corrosiewerend middel aan op de accupolen. Raadpleeg de gebruikers-/servicehandleiding en volg de instructies voor het aansluiten van de accukabels (de pluskabel eerst). | |
Sluit eerst de pluskabel (+) van de accu aan. Mocht de pluskabel (+) in contact komen met massa terwijl de minkabel (-) nog is aangesloten, dan kan de accu door de vonken die dan ontstaan, exploderen, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00068a) | ||
| 4. | Plaats het zadel en de zijafdekkingen volgens de instructies in de betreffende servicehandleiding. | |
Trek het zadel na de montage even omhoog om er zeker van te zijn dat het in de positie is vergrendeld. Tijdens het rijden kan een loszittend zadel verschuiven, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00070b) | ||
| 5. | Lijn de koplamp uit volgens de instructies in de servicehandleiding. | |
| 6. | Voeg motorolie toe. Zie de servicehandleiding. | |
| 7. | Test de olietemperatuurmeter. Zet het contact op ON (aan), maar start de motor niet. De meter dient op te lichten en de omgevingstemperatuur aan te geven, of op de laagste graduatie te blijven staan. | |
| 8. | Start de motor. Terwijl de motor draait, zal de olietemperatuur stijgen naarmate de motor opwarmt tot 110 °C (230 °F) op bedrijfstemperatuur. |
Onderdeel | Beschrijving (aantal) | Onderdeelnummer |
|---|---|---|
1 | Olietemperatuurmeter | Niet afzonderlijk verkrijgbaar |
2 | Steunbeugel, meter met een diameter van 51 mm (2 inch) | 74655-05 |
3 | Borgmoer, nr. 8-32, met nylon inzetstuk (2) | 7864 |
4 | Zendeenheid, olietemperatuurmeter | 72357-04 |
5 | Adapterbevestiging, 3/8 NPT met buitendraad – 1/8 NPT met binnendraad | Niet afzonderlijk verkrijgbaar |
6 | Draadboom, olietemperatuurmeter | Niet afzonderlijk verkrijgbaar |
7 | Ringklem, nr. 18-22 AWG, nr. 6 tapeind, voorgeïsoleerd (4) | 9856 |
8 | Draadbinder (6) | 10006 |
9 | Afgedichte stootverbinder, blauw (2 niet gebruikt bij deze toepassing) | 70586-93 |
Onderdeel genoemd in de tekst, maar niet in de set inbegrepen: | ||
A | Zeskante moer, nr. 6-32, met borgring (3) | |