KUIPMONTAGE TWEE-INCH OLIETEMPERATUURMETER
J047902009-08-27
ALGEMEEN
Setnummer
75265-04A, 75320-05A, en 75324-05A
Modellen
Voor modelgerelateerde informatie raadpleegt u de P&A-catalogus of het gedeelte "Parts and Accessories" (onderdelen en accessoires) op www.harley-davidson.com (alleen Engelstalig).
Tabel 1. Olie-/temperatuurmetersets
Set
Beschrijving
75265-04A
Zwarte voorkant
75320-05A
Gesponnen aluminium voorkant
75324-05A
Zilverkleurige voorkant
Vereiste gereedschappen en materialen
Voor een juiste bevestiging van deze set is een Packard-krimptang (HD-38125-8) nodig.
Loctite® 565 draadafdichtmiddel (H-D onderdeelnr. 99818-97) is ook nodig.
Deze onderdelen zijn verkrijgbaar bij een Harley-Davidson-dealer.
WAARSCHUWING
De veiligheid van de berijder en de passagier is afhankelijk van de correcte montage van deze set. Volg de juiste stappen uit de servicehandleiding. Als u niet zeker weet of u de procedure correct kunt uitvoeren of als u niet beschikt over het juiste gereedschap, laat de installatie dan over aan een Harley-Davidson-dealer. Incorrecte montage van deze set kan ernstig of dodelijk letsel tot gevolg hebben. (00333b)
OPMERKING
In dit instructieblad wordt verwezen naar informatie in de servicehandleiding. Voor installatie is een servicehandleiding voor dit model motorfiets en het desbetreffende modeljaar vereist. Deze is verkrijgbaar bij een Harley-Davidson-dealer.
MEDEDELING
U kunt u het oplaadsysteem van het motorvoertuig overbelasten indien u te veel elektrische accessoires aanbrengt. Als de op een bepaald moment gebruikte accessoires samen meer stroom verbruiken dan het laadsysteem kan opwekken, kan de accu als gevolg van het stroomverbruik leegraken waardoor er schade aan het elektrische systeem van de motorfiets kan ontstaan. (00211d)
WAARSCHUWING
Bij het installeren van een elektrische accessoire moet u controleren of het maximale amperage van de zekering of stroomonderbreker die het circuit beschermt dat u wijzigt, niet wordt overschreden. Het overschrijden van het maximale amperage kan leiden tot defecten in het elektrische systeem, hetgeen ernstig of dodelijk letsel tot gevolg kan hebben. (00310a)
Deze set heeft 300 mA extra stroom van het elektrische systeem nodig.
OPMERKING
Gebruik geen oplosmiddelhoudende chemicaliën of was direct op de kunststof of rubberen onderdelen, omdat deze de algehele prestaties en het uiterlijk ervan kunnen aantasten.
Setinhoud
MONTAGE
Gereed maken van de motorfiets
1. Volg de instructies in de servicehandleiding voor het:
a. Verwijder de oude aftapplug, laat de motorolie uitstromen en verwijder het oliefilter.
b. Inspecteer de O-ring van de olieaftapplug op scheuren of beschadigingen en vervang indien nodig. Veeg alle olie en vuil van de plug af. Plaats de O-ring op de plug.
c. Monteer de aftapplug en haal deze aan tot 19–28 N·m (14–21 ft-lbs).
d. Verwijder oud pakkingmateriaal van de oliefiltersteun. Smeer de pakking op het nieuwe oliefilter in met motorolie en breng het nieuwe filter aan. Draai het oliefilter handvast aan, totdat de pakking contact maakt met het oppervlak van de filterbevestiging plus nog eens een halve tot driekwart slag.
OPMERKING
Gebruik de oliefiltersleutel niet bij het aanhalen van het oliefilter.
2. Verwijder de rechter en linker afdekkingen volgens de instructies van de servicehandleiding.
WAARSCHUWING
Om te voorkomen dat de motorfiets per ongeluk start, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg, dient u voordat u verder gaat de accukabels (de minkabel (-) eerst) los te koppelen. (00307a)
WAARSCHUWING
Koppel eerst de minkabel (-) van de accu los. Mocht de pluskabel (+) in contact komen met massa terwijl de minkabel (-) nog is aangesloten, dan kan de accu door de vonken die dan ontstaan, exploderen, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00049a)
3. Modellen met hoofdZEKERING: Raadpleeg de servicehandleiding en volg de instructies voor het verwijderen van de hoofdzekering. Modellen met hoofdSTROOMONDERBREKER: Raadpleeg de servicehandleiding en volg de instructies om het zadel te verwijderen en de accukabels los te koppelen, de minkabel (-) eerst. Bewaar alle bevestigingsmaterialen van het zadel.
4. FLHT/C/U-modellen: Raadpleeg de servicehandleiding voor het verwijderen van de kuip/het windscherm van de bovenkuip. FLTR-modellen: Raadpleeg de servicehandleiding voor het verwijderen van de kuip van de bovenkuip.
OPMERKING
Hoewel de 50 mm (2 in) olietemperatuurmeter elk van de vier in de fabriek geïnstalleerde meters of pluggen van 50 mm (2 in) kan vervangen, wordt bij deze aanwijzingen aangenomen dat de meter linksonder wordt gemonteerd, gezien vanaf de positie van de rijder.
5. Modellen MET luchttemperatuurmeter: Verwijder de luchttemperatuurmeter. Modellen ZONDER luchttemperatuurmeter: Verwijder de plug uit de meteropening linksonder (onder de brandstofmeter).
a. Ontkoppel de 3-polige en 2-polige contacthuizen om de verbindingsdraadboom van de luchttemperatuurmeter en lamp los te maken.
b. Verwijder de zeskantmoeren van de montagetapeinden en verwijder de bevestigingssteun.
c. Verwijder de meter uit de binnenkuip.
Installeer de olietemperatuurmeter
1. Zie Afbeelding 3. Haal de olietemperatuurmeter (1) uit de set. Gezien vanuit de rijderspositie, draai de meter om het horizontale oppervlak met de rijder uit te lijnen en duw de meter in de kuip.
2. Schuif de bevestigingssteun van de meter (2) vanaf de voorkant van het voertuig, over de schroefdraad van de metertapeinden om de lipjes van de steun in de binnenkuip te steken.
3. Monteer twee borgmoeren (3) en haal aan tot 11–23 N·m (10–20 in-lbs).
Installeren van de olietemperatuurzender
1. Zie Afbeelding 1. Verwijder de ongebruikte leidingplug (3) (NIET de aftapplug voor motorolie, item 2) uit de linkervoorkant van het oliecarter.
1Oliecarter
2Aftapplug van motoroliereservoir en O-ring
3Verwijder deze leidingplug
4Aftapplug en O-ring van versnellingsbak
Afbeelding 1. Oliecarter en pluggen, FL Touring-modellen
2. Zie Afbeelding 3. Haal de olietemperatuurzendeenheid (4) en adapterfitting (5) uit de set. Smeer de schone schroefdraden van de adapterfitting in met Loctite 565 schroefdraad afdichtmiddel en steek de fitting in het leidingpluggat in het oliecarter.
3. Smeer de schone schroefdraden van de zender in met Loctite 565 schroefdraad afdichtmiddel en steek de zender in de adapterfitting.
Aanbrengen van de kabelboom
1. Haal de kabelboom (6) van de olietemperatuurmeter uit de set. Steek de 2-polige connector van het ene einde van de kabelboom in de overeenkomstige connector van de olietemperatuursensor.
2. Leiden van de kabelboom:
a. Naar de framebuis aan rechterkant.
b. Volg de achterremleiding naar de voetbedieningsrempedaal.
c. Bevestig de kabelboom aan de frameleidingen met kabelbinders (8) uit de set.
OPMERKING
Zet de kabelboom NIET vast aan de remleiding.
3. Leid de kabelboom omhoog langs de rechterframebuis en door de P-klem bij het balhoofd. Volg de voertuigkabelboom in de kuip en over de linkerzijde waar de olietemperatuurmeter zich bevindt.
4. Zoek het tweewegs positieve aansluithuis van de luchttemperatuurmeter [114B] en snijd de aansluitingen en het huis af van de oranje en zwarte draden.
5. Gebruik de Packard-krimptang (HD-38125-8) om ongeveer 9,5 mm (3/8-inch) isolatie van de draden van het circuit [114] te strippen en krimp een nr. 6 ringklem (7) uit de set op het uiteinde van iedere draad.
6. Strip ongeveer 9,5 mm (3/8 inch) isolatie van de niet-afgesloten gele en zwarte draden van de kabelboom van de olietemperatuurmeter en krimp een nr. 6 ringklem op het uiteinde van iedere draad.
7. Verwijder de drie zeskantmoeren met onderlegringen (A) van de aansluiting aan de achterzijde van de meter. Plaats de ringklemmen van de kabelboom op de pennen zoals afgebeeld in Afbeelding 2. Bevestig de ringklemmen met de moeren en draai stevig aan
a. Twee zwarte draadklemmen op de GND-pen.
b. Oranje draadklem op de POS-pen.
c. Gele draadklem op de SIG-pen.
1Zwarte (BK) draden op GND
2Oranje (O) draden op POS
3Gele (Y) draad op SIG
Afbeelding 2. Meter achterzijde (bovenste) en voorzijde (onderste)
8. Controleer het pad van de kabelboom van de olietemperatuurmeter op het volgende: Gebruik een kabelbinder uit de set om de kabelboomdraden van de meter bij elkaar te binden aan de achterzijde van de meter. Gebruik een kabelbinder om het driewegs vlakke aansluithuis [115B] te verbinden met de verbindingskabelboom.
a. Knelpunten tussen de ophangingsonderdelen en de draadboom.
b. Afstand van de draadboom tot warmtebronnen.
c. Knelpunten in de stuurinrichting (draai de voorvorken van vergrendeling naar vergrendeling).
d. Aarding van ringklemmen of draden tegen elkaar.
TERUGBRENGEN IN RIJKLARE TOESTAND
1. FLHT/C/U-modellen: Raadpleeg de servicehandleiding voor het monteren van de kuip/het windscherm op de bovenkuip. FLTR-modellen: Raadpleeg de servicehandleiding voor het monteren van de kuip op de bovenkuip.
2. Plaats de koplamp volgens de procedures in de servicehandleiding.
3. Controleer of de contactsleutelschakelaar in de stand OFF (uit) staat. Modellen met hoofdZEKERING: Raadpleeg de servicehandleiding en volg de instructies voor het plaatsen van de hoofdzekering. Modellen met hoofdSTROOMONDERBREKER: Breng een dunne laag Harley-Davidson smeermiddel voor elektrische contacten (onderdeelnr. 99861-02), vaseline of corrosiewerend middel aan op de accupolen. Raadpleeg de gebruikers-/servicehandleiding en volg de instructies voor het aansluiten van de accukabels (de pluskabel eerst).
WAARSCHUWING
Sluit eerst de pluskabel (+) van de accu aan. Mocht de pluskabel (+) in contact komen met massa terwijl de minkabel (-) nog is aangesloten, dan kan de accu door de vonken die dan ontstaan, exploderen, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00068a)
4. Plaats het zadel en de zijafdekkingen volgens de instructies in de betreffende servicehandleiding.
WAARSCHUWING
Trek het zadel na de montage even omhoog om er zeker van te zijn dat het in de positie is vergrendeld. Tijdens het rijden kan een loszittend zadel verschuiven, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00070b)
5. Lijn de koplamp uit volgens de instructies in de servicehandleiding.
6. Voeg motorolie toe. Zie de servicehandleiding.
7. Test de olietemperatuurmeter. Zet het contact op ON (aan), maar start de motor niet. De meter dient op te lichten en de omgevingstemperatuur aan te geven, of op de laagste graduatie te blijven staan.
8. Start de motor. Terwijl de motor draait, zal de olietemperatuur stijgen naarmate de motor opwarmt tot 110 °C (230 °F) op bedrijfstemperatuur.
SERVICEONDERDELEN
Afbeelding 3. Serviceonderdelen, Kuipmontage twee-inch olietemperatuurmeter
Tabel 2. Serviceonderdelentabel
Onderdeel
Beschrijving (aantal)
Onderdeelnummer
1
Olietemperatuurmeter
Niet afzonderlijk verkrijgbaar
2
Steunbeugel, meter met een diameter van 51 mm (2 inch)
74655-05
3
Borgmoer, nr. 8-32, met nylon inzetstuk (2)
7864
4
Zendeenheid, olietemperatuurmeter
72357-04
5
Adapterbevestiging, 3/8 NPT met buitendraad – 1/8 NPT met binnendraad
Niet afzonderlijk verkrijgbaar
6
Draadboom, olietemperatuurmeter
Niet afzonderlijk verkrijgbaar
7
Ringklem, nr. 18-22 AWG, nr. 6 tapeind, voorgeïsoleerd (4)
9856
8
Draadbinder (6)
10006
9
Afgedichte stootverbinder, blauw (2 niet gebruikt bij deze toepassing)
70586-93
Onderdeel genoemd in de tekst, maar niet in de set inbegrepen:
A
Zeskante moer, nr. 6-32, met borgring (3)