| 1 | Verchroomde koplampring |
| 2 | Kruiskopbout |
| 1 | Kruiskopbouten |
| 2 | Geen bout op deze plaats (2013 en eerder) |
| 1 | TORX-bout (4) |
| 1 | Stalen plaat |
| 2 | Borgmoer |
| 3 | Voeding |
| 4 | Stroboscooplampdraadboom |
| 1. | Zie Afbeelding 4. Zoek de stalen plaat (1) waaraan de voeding (3) is gemonteerd. Verwijder de zwarte plastic dennenboomvormige kabelklem uit het gat in de plaat. | |||||||
| 2. | Zie Afbeelding 15. Haal de voeding (6), bout (9) en borgmoer (10) uit de set. Plaats de voeding op de stalen plaat (zie Afbeelding 4 ). Lijn het bovenste montagegat van de voeding uit met het gat in de stalen plaat. | |||||||
| 3. | Draai de bout vanaf de onderkant in de stalen plaat en voedingsmontagesteun. Bevestig de borgmoer (2), maar draai deze nu nog niet helemaal vast. | |||||||
| 4. | Leid de twee voedingsdraadbomen van de stroboscooplamp, de rode voedingsdraad en de zwarte massadraad van de voeding af en zorg dat deze niet in de buurt van andere draden in het huis liggen. | |||||||
| 5. | Neem de ringklem (7) uit de set. Zie de bijlage van de servicehandleiding om de klem op het uiteinde van de zwarte massadraad aan te sluiten en te krimpen. | |||||||
| 6. | Zie Afbeelding 5. Verwijder de bout (2) en de borgmoer losjes waarmee de voeding met de stalen plaat (1) is bevestigd. Laat de voeding in het koplamphuis rusten. Leid de zwarte massadraad (3) met ringklem naar de achterkant van de stalen plaat. Plaats de ringklem op de schroefdraad van de bout. Steek de bout door de stalen plaat en voeding. Plaats de borgmoer op de schroefdraad. Draai stevig vast. OPMERKING De elektrische connectors zijn in de servicehandleiding aangegeven met getallen en letters hier te zien tussen blokhaken. |
Afbeelding 5. Monteer de ringklem van de massadraad (FLHP-modellen van 2013 en eerder) | ||||||
| 7. | Plaats de witte tweewegconnector van de achtervolgingsschakelaar [73] in het koplamphuis. Trek de connector en de bedrading weg van de andere bedrading in het koplamphuis. | |||||||
| 8. | Zoek de grijs/paarse draad in aansluiting 1 van de connector. Knip de draad af op ongeveer 50–76 mm (2–3 in) van de connector. | |||||||
| 9. | Haal de afgesloten stootverbinder ( Afbeelding 15 , item 8) uit de set. Zie de instructies in de bijlage van de servicehandleiding voor het splitsen van de rode voedingsdraad naar de twee grijs/paarse draaduiteinden. | |||||||
| 10. | Duw de rode en grijs/paarse draad voorzichtig terug in het huis, in en rondom de aanwezige bedrading. Gebruik, indien nodig, kabelbinders (niet meegeleverd) om de voeding vast te maken. |
Afbeelding 6. Montage van de stroboscooplampdraadbomen aan de koplamp (FLHP-modellen van 2013 en eerder) | ||||||
| 11. | Zie Afbeelding 6. Haal de nieuwe koplamp (1) uit de set. Steek de koplampconnector van de voertuigdraadboom in de nieuwe gloeilamp voor de koplamp. Steek elke 3-pins connector van de stroboscooplampen in een van de voedingsdraadboomconnectors van de stroboscooplamp (2). | |||||||
| 12. | Zie Afbeelding 2. Pak de zeven kruiskopbouten die u eerder hebt verwijderd en zeven nieuwe onderlegringen uit de set. Lijn de koplamp uit met de opening in het koplamphuis. Monteer met de bouten en onderlegringen. Haal de montagebouten aan tot 1–2 N·m (9–18 in-lbs). | |||||||
| 13. | Plaats de koplampringveer in de sleuf aan de bovenkant van het koplamphuis. Zie Afbeelding 1. Monteer de verchroomde koplampring (1). Steek de kruiskopbout (2) onderaan in. Haal aan tot 1–2 N·m (9–18 in-lbs). |
| 1. | Verwijder de brandstoftank en de zadelkuip volgens de servicehandleiding. OPMERKING
| |||||||||||||||||||||
| 2. | Knip de connectors van het grootlicht [C38HI) en het dimlicht [C38LO] van de koplamp van de voertuigkabelboom af. | |||||||||||||||||||||
| 3. | Zie Afbeelding 15. Pak de FLHP-koplampjumperdraadboom (16) uit de set. | |||||||||||||||||||||
| 4. | Zie de bijlage van de servicehandleiding om de voertuigkoplampdraden naar de jumperdraadboom op te splitsen: a. Blauw/witte grootlichtstroomdraad naar witte draad van jumperdraadboom. b. Zwarte grootlichtmassadraad naar een zwarte draad van jumperdraadboom. c. Blauw/gele dimlichtstroomdraad naar gele draad van jumperdraadboom. d. Zwarte dimlichtmassadraad naar overgebleven zwarte draad van jumperdraadboom. OPMERKING Ga na of de stroboscooplampen (3) niet uit het koplamphuis vallen wanneer u de koplamp (1) hanteert. | |||||||||||||||||||||
| 5. | Haal de stroboscoopkoplamp uit de montagering (5) door de drie sluitringbouten (12) te verwijderen. Bewaar de bouten. | |||||||||||||||||||||
| 6. | Zie Afbeelding 7. Verwijder de twee lasmoeren uit het koplamphuis (2) op de gemarkeerde locaties (1). | |||||||||||||||||||||
| 7. | Installeer de stroboscoop koplampmontagering (3) op het koplamphuis met zes standaard (OE) bouten nr. 6 (4) die u eerder hebt verwijderd en zes platte onderlegringen nr. 6 (5) uit de set. Haal de bouten aan tot 1–2 N·m (9–18 in-lbs). |
Afbeelding 7. Montagering stroboscoopkoplamp (FLHP-modellen van 2014 en later)
Afbeelding 8. Voeding stroboscoopkoplamp (FLHP-modellen van 2014 en later) | ||||||||||||||||||||
| 8. | Zie Afbeelding 8. Monteer de voeding (1) op de steun (3), zoals afgebeeld, met twee bouten nr. 10 (4) en platte onderlegringen (5) uit de set. Zorg dat de voeding aan de onderzijde van de schroefsleuven is geplaatst (2). Haal de bouten aan tot 2,3–3,4 N·m (20–30 in-lbs). | |||||||||||||||||||||
| 9. | Steek de voedingskabelboom in de voeding en voer de draden uit de achterkant van het koplamphuis. | |||||||||||||||||||||
| 10. | Zie Afbeelding 9. Monteer de voeding met steun (1) achter de twee schroefflenzen van het koplamphuis. Steek de twee bouten nr. 10 (3) en platte onderlegringen (4) Haal de bouten (3) aan tot 2,3–3,4 N·m (20–30 in-lbs). a. door de montagering van de koplamp (5), b. door de koplamphuisflenzen en c. in de tapgaten in de steun (2). | |||||||||||||||||||||
| 11. | Voer de voedingskabel omlaag langs de rechterkant van de kabelgoot van het frame van de motorfiets. Zorg dat de kabel lang genoeg is. De kabel moet niet te strak worden getrokken als het stuur geheel naar links of rechts wordt gedraaid. | |||||||||||||||||||||
| 12. | Strip de stroomkabelmantel aan de achterkant van de kabelgoot om De witte draad wordt gebruikt om het stroboscooppatroon te veranderen. Deze kan naar wens worden geplaatst a. de zwarte massadraad naar het linker massacontactpunt van het frame te voeren, en b. de rode stroomdraad in de linker zijafdekking. | |||||||||||||||||||||
| 13. | Zie de instructies in de servicehandleiding om de ringklem uit de set op het uiteinde van de zwarte massadraad aan te sluiten en te krimpen. |
Afbeelding 9. Installatie koplampvoeding (FLHP-modellen van 2014 en later) | ||||||||||||||||||||
| 14. | Bevestig de ringklem van de zwarte draad op het linker massacontactpunt van het frame. | |||||||||||||||||||||
| 15. | Zoek het achtervolgingsknipperlicht achter de linker zijafdekking en de driewegsconnector [C69B] die in het knipperlicht is gestoken. Trek de connector uit het knipperlicht. | |||||||||||||||||||||
| 16. | Selecteer de zwart/blauwe draad in de connector. Strip de draadommanteling. Knip de blauw/zwarte draad af op ongeveer 50–75 mm (2–3 in) van de connector. | |||||||||||||||||||||
| 17. | Haal de afgesloten stootverbinder uit de set. Volg de instructies in de servicehandleiding voor het splitsen van de rode voedingsdraad naar de twee blauw/zwarte draaduiteinden. | |||||||||||||||||||||
| 18. | Sluit de driewegsconnector aan op het knipperlicht. | |||||||||||||||||||||
| 19. | Zet de stroboscoopkoplamp in de gewenste stand. Sluit de twee stroboscooplampconnectors aan. | |||||||||||||||||||||
| 20. | Sluit de koplampdraadboom aan op de gloeilamp van de koplamp. | |||||||||||||||||||||
| 21. | Bevestig de bedrading van de stroboscoopkoplamp met de kabelbinders (niet meegeleverd) aan de bestaande bedrading. Zorg dat de bedrading lang genoeg is zodat deze niet te strak wordt getrokken wanneer het stuur volledig naar links of rechts wordt gedraaid. | |||||||||||||||||||||
| 22. | Zie Afbeelding 15. Installeer de koplamp (1) op de montagering (5) met de sluitring (11) en drie bouten (12). Stel de koplampuitlijnbouten af om eventueel meer speling te krijgen. a. Zorg dat de stroboscooplampen volledig in de lamp vastzitten. b. Zorg dat de ronde kussens tegen de retentieoortjes van de stroboscooplamp worden aangedrukt. c. Zorg dat er speling zit tussen de voedingsbehuizing en de koplampconus. | |||||||||||||||||||||
| 23. | Plaats de koplampringveer in de sleuf aan de bovenkant van de koplampmontagering. | |||||||||||||||||||||
| 24. | Monteer de verchroomde koplampring. Steek de kruiskopbout onderaan in. Haal aan tot 1–2 N·m (9–18 in-lbs). |
| 1. | Raadpleeg de servicehandleiding voor het verwijderen van de kuip en het windscherm. OPMERKING Zie Afbeelding 10. De voeding wordt aan de stalen plaat (2), direct onder de plastic radiomontagedoos (1) en direct aan de rechterkant van het balhoofd bevestigd.
|
Afbeelding 10. Zoek de stalen montageplaat (FLHTP-modellen van 2013 en eerder) | ||||||||||||||||||||
| 2. | Zoek de stalen plaat (2) waaraan de voeding word gemonteerd. Verwijder de zwarte plastic dennenboomvormige kabelklem uit het gat (3) in de plaat. | |||||||||||||||||||||
| 3. | Zie Afbeelding 15. Haal de voeding (6), bout (9) en borgmoer (10) uit de set. Plaats de voeding over de stalen plaat, zoals afgebeeld op Afbeelding 11. Lijn het montagegat aan de linkerzijde van de voeding uit met het gat in de stalen plaat. | |||||||||||||||||||||
| 4. | Draai de bout vanaf de tegenoverliggende kant (onder de kuipkap), door de stalen plaat (1) en de montagesteun van de voeding (3). Bevestig de borgmoer (2), maar draai deze nu nog niet helemaal vast. | |||||||||||||||||||||
| 5. | Leid de twee voedingsdraadbomen van de stroboscooplamp (4), de rode voedingsdraad en de zwarte massadraad van de voeding af en zorg dat deze niet in de buurt van andere draden in de kuip liggen. |
Afbeelding 11. Montage van de voeding (FLHTP-modellen van 2013 en eerder) | ||||||||||||||||||||
| 6. | Zie de instructies in de servicehandleiding om de ringklem ( Afbeelding 15 , item 7) uit de set op het uiteinde van de zwarte massadraad aan te sluiten en te krimpen. | |||||||||||||||||||||
| 7. | Zie Afbeelding 12. Houd de voeding (1) en de bevestigingsbout op hun plaats. Verwijder de borgmoer (2). Plaats de ringklem (4) van de zwarte massadraad (3) op de schroefdraad. Steek de bout door de stalen plaat en voeding. Plaats de borgmoer op de schroefdraad. Draai stevig vast. | |||||||||||||||||||||
| 8. | Zie Afbeelding 13. Leid de rode voedingsdraad (4) omhoog en naar de rechterkant van de plastic radiomontagedoos (1). OPMERKING
|
Afbeelding 12. Monteer de ringklem van de massadraad (FLHTP-modellen van 2013 en eerder)
Afbeelding 13. Achtervolgingsknipperlicht en knipperlichtconnector (FLHTP-modellen van 2013 en eerder) | ||||||||||||||||||||
| 9. | Zoek het achtervolgingsknipperlicht (2) en de 3-polige connector [69B] (3), die in het knipperlicht is gestoken. Ontkoppel de connector. | |||||||||||||||||||||
| 10. | Selecteer de grijze/zwarte draad (5) in de connector. Knip de draad af op ongeveer 100–125 mm (4–5 in) van de connector. | |||||||||||||||||||||
| 11. | Haal de afgesloten stootverbinder (6) uit de set. Zie de bijlage van de servicehandleiding voor het splitsen van de rode voedingsdraad (4) naar de twee grijs/zwarte draaduiteinden (5). | |||||||||||||||||||||
| 12. | Sluit de driewegsconnector aan op het knipperlicht. Stop de bedrading voorzichtig in en rondom de omringende bedrading. | |||||||||||||||||||||
| 13. | Maak alle draden vast met kabelbinders (niet meegeleverd). Zorg dat bij de montage van de kuip niet aan de bedrading kan worden getrokken en dat de bedrading niet kan worden beschadigd. | |||||||||||||||||||||
| 14. | Gebruik, indien nodig, kabelbinders om de voeding vast te maken. | |||||||||||||||||||||
| 15. | Raadpleeg de servicehandleiding voor het monteren van de buitenkuip en het windscherm. | |||||||||||||||||||||
| 16. | Haal de nieuwe koplamp uit de set. Steek uw vingers door de koplampopening in de kuip. Pak nu de koplampconnector en de twee stroboscooplampdraadbomen vanaf de voeding vast. Steek de koplampconnector van de voertuigdraadboom in de nieuwe gloeilamp voor de koplamp. Steek elke 3-pins connector van de stroboscooplampen in een van de voedingsdraadboomconnectors van de stroboscooplamp. | |||||||||||||||||||||
| 17. | Zie Afbeelding 3. Pak de vier TORX-bouten die u eerder hebt verwijderd, en vier nieuwe onderlegringen uit de set. Lijn de koplamp uit met de opening in de kuip en monteer deze. Haal de montagebouten aan tot 2,5–3,6 N·m (22–32 in-lbs). | |||||||||||||||||||||
| 18. | Plaats de koplampringveer in de sleuf aan de bovenkant van het koplamphuis. Zie Afbeelding 1. Monteer de verchroomde koplampring (1). Steek de kruiskopbout (2) onderaan in. Haal de bout aan tot 1–2 N·m (9–18 in-lbs). |
| 1. | Verwijder het windscherm, de kuip, het zadel en de brandstoftank volgens de servicehandleiding. | |||||||||
| 2. | Zie Afbeelding 14. Verwijder de TORX-bout (3) op de steunbeugel van de binnenkuip (2) op de getoonde locatie. Plaats en monteer de voeding (1) op de steun met de bout. Haal aan tot 2,8–4 N·m (25–35 in-lbs). |
Afbeelding 14. Installatie koplampvoeding (FLHTP-modellen van 2014 en later) | ||||||||
| 3. | Sluit de voedingsdraadboom aan op de voeding. Voer de voedingskabel omlaag langs de rechterkant van de kabelgoot van het frame van de motorfiets. Zorg dat de bedrading lang genoeg is zodat deze niet te strak wordt getrokken wanneer het stuur volledig naar links of rechts wordt gedraaid. | |||||||||
| 4. | Strip de stroomkabelmantel aan de achterkant van de kabelgoot om De witte draad wordt gebruikt om het stroboscooppatroon te veranderen. Deze kan naar wens worden geplaatst a. de zwarte massadraad naar het linker massacontactpunt van het frame te voeren, en b. de rode stroomdraad in de linker zijafdekking. | |||||||||
| 5. | Zie de instructies in de servicehandleiding om de ringklem uit de set op het uiteinde van de zwarte massadraad aan te sluiten en te krimpen. | |||||||||
| 6. | Bevestig de ringklem van de zwarte draad op het linker massacontactpunt van het frame. | |||||||||
| 7. | Zoek het achtervolgingsknipperlicht achter de linker zijafdekking en de driewegsconnector [C69B] die in het knipperlicht is gestoken. Trek de connector uit het knipperlicht. | |||||||||
| 8. | Selecteer de zwart/blauwe draad in de connector. Strip de draadommanteling. Knip de blauw/zwarte draad af op ongeveer 50–75 mm (2–3 in) van de connector. | |||||||||
| 9. | Haal de afgesloten stootverbinder uit de set. Volg de instructies in de servicehandleiding voor het splitsen van de rode voedingsdraad naar de twee blauw/zwarte draaduiteinden. | |||||||||
| 10. | Sluit de driewegsconnector aan op het knipperlicht. | |||||||||
| 11. | Zie Afbeelding 15. Pak de FLHTP-koplampjumperdraadboom (17) uit de set. Sluit de draadboom aan op de koplampconnector van de motorfiets [C38B]. | |||||||||
| 12. | Gebruik kabelbinders (niet meegeleverd) om alle voedingsdraden te bevestigen. Zorg dat de draden niet bekneld raken en niet schuren. | |||||||||
| 13. | Monteer de kuip en het windscherm zoals aangegeven in de servicehandleiding. | |||||||||
| 14. | Haal de nieuwe stroboscoopkoplamp (1) uit de set. Steek uw vingers door de koplampopening en pak de koplampconnector en de twee stroboscooplampdraadbomen vanaf de voeding vast. | |||||||||
| 15. | Sluit de twee stroboscooplampconnectors aan op de stroboscoopgloeilampen. Sluit de koplampdraadboom aan op de gloeilamp van de koplamp. | |||||||||
| 16. | Plaats de koplamp in de opening in de kuip met de vier eerder verwijderde bouten. Haal de bouten aan tot 2,5–3,6 N·m (22–32 in-lbs). | |||||||||
| 17. | Plaats de verchroomde koplampring op de koplampmontagering met het boutgat in de vijfuurstand. Draai de samenstelling naar rechts om het veerlipje met de sleuf in de koplampmontagering vast te klikken. Zet de koplampring met de standaard (OE) bout vast. Haal de bout aan tot 1–2 N·m (9–18 in-lbs). |
| 1. | Modellen met hoofdzekering: Raadpleeg de servicehandleiding voor het plaatsen van de hoofdzekering. Modellen met hoofdstroomonderbreker: Raadpleeg de servicehandleiding voor het bevestigen van de minkabel van de accu. Smeer een dunne laag vaseline of corrosievertragend materiaal op beide accupolen. | |
| 2. | Controleer of de koplamp en stroboscooplampen goed werken. Als de stroboscooplampen goed zijn geïnstalleerd, zullen deze gaan branden en knipperen met de voorste noodlampen. | |
Trek het zadel na de montage even omhoog om er zeker van te zijn dat het in de positie is vergrendeld. Tijdens het rijden kan een loszittend zadel verschuiven, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00070b) | ||
| 3. | Zie de servicehandleiding voor het plaatsen van de brandstoftank als deze is verwijderd. Bevestig het zadel. | |
| 4. | Lijn de koplamp uit volgens de servicehandleiding. |
Item | Beschrijving (aantal) | Onderdeelnummer |
|---|---|---|
1 | Koplamp (inclusief item 2) | 67636-02 |
2 |
| Niet afzonderlijk verkrijgbaar |
3 | Gloeilamp, koplamp, H4, Prestaties | 67074-02 |
4 | Gloeilamp, stroboscooplamp (2) (met afzonderlijke connector) | 68692-02 |
5 | Montagering, stroboscoopkoplamp | Niet afzonderlijk verkrijgbaar |
6 | Voeding | 90051-02 |
7 | Ringklem, nr. 16-22 AWG voor tapeind diameter 6,4 mm (¼ in) | 9858 |
8 | Afgesloten stootverbinder (blauw) | 70586-93 |
9 | Bout, TORX bolkop, nr. 10/24 x 12,7 mm (½ in) lang | 2478 |
10 | Borgmoer, nr. 10-24, met nylon inzetstuk | 7624 |
11 | Sluitring, koplamp | 67726-08 |
12 | Bout, sluitring (3) | 67721-48 |
13 | Onderlegring (7) | 6717 |
14 | Steun, voeding | Niet afzonderlijk verkrijgbaar |
15 | Platte onderlegring, nr. 10 (4) | 6716 |
16 | Jumperdraadboom koplamp, FLHP-modellen | Niet afzonderlijk verkrijgbaar |
17 | Jumperdraadboom koplamp, FLHTP-modellen | Niet afzonderlijk verkrijgbaar |
18 | Voedingsdraadboom | Niet afzonderlijk verkrijgbaar |