| 1. | Monteer de bevestigingsmaterialen in dezelfde volgorde als ze verwijderd zijn met de volgende uitzonderingen: a. Bij FXDL-modellen van 2005 en eerder: raadpleeg Afbeelding 1. Plaats twee platte onderlegringen (1) direct onder elke verhoger. b. Bij FXDL-modellen van 2005 en eerder: installeer één platte onderlegring (1) direct onder elke verhoger. c. Bij alle andere modellen: verwijder de platte onderlegringen (1). | |
| 2. | Installeer de onderste stuurklemmen losjes op de bovenste balhoofdplaat met behulp van de stuurklembevestigingen. | |
| 3. | Plaats het stuur op de onderste stuurklem. Installeer de bovenste stuurklemmen. Installeer de bevestigingen van de klem maar zet deze nog niet vast. | |
| 4. | Gebruik het geribbelde gedeelte van het stuur als richtlijn voor het centreren van het stuur tussen de stuurklemmen. | |
| 5. | Til het stuur op tot de normale rijstand en houd het zo vast. | |
| 6. | Zet het stuur in de klem vast: a. Draai de twee voorste bouten (4) handvast aan. b. Draai de twee achterste bouten (4) lichtjes aan. c. Draai de voorste stuurklembouten aan. Koppel: 16,3–20,3 N·m (12–15 ft-lbs) Voorste stuurklembouten d. Draai de achterste schroeven aan tot 16,3–20,3 N·m (12–15 ft-lbs). Er moet vooraan een kleine ruimte zitten tussen de bovenste en onderste klemmen. | |
| 7. | Haal de lagere stuurverhogerbouten aan. Koppel: 40,7–54,3 N·m (30–40 ft-lbs) Stuurverhogerbouten |
| 1. | Raadpleeg de servicehandleiding. Installeer de rechter en linker schakelaars, gashendel, koppelingshendel en voorste hoofdcilinder. | |
Controleer of het ontluchtingsgaatje van de hoofdremcilinder niet geblokkeerd is. Als het ontluchtingsgaatje geblokkeerd is, kunnen de remmen gaan slepen of vergrendelen en kunt u de controle over de motorfiets verliezen, waardoor ernstig of dodelijk letsel kan ontstaan. (00317a) Contact met DOT 4-remvloeistof kan ernstige problemen met de gezondheid veroorzaken. Het niet dragen van geschikte huid- en oogbescherming kan ernstig of dodelijk letsel tot gevolg hebben.
MEDEDELING DOT 4-remvloeistof beschadigt gelakte frameoppervlakken waarmee het in contact komt. Wees altijd voorzichtig en bescherm oppervlakken tegen gemorste vloeistof wanneer aan de remmen wordt gewerkt. Het niet opvolgen van deze instructie kan cosmetische schade tot gevolg hebben. (00239c) | ||
| 2. | Controleer de juiste werking van het ontluchtingsgaatje van de hoofdremcilinder. a. Plaats de motorfiets en het stuur zo dat de hoofdcilinder horizontaal staat (bij bepaalde voertuigconfiguraties van het stuur kan het gebruik van een krik helpen het voertuig correct te plaatsen). b. Verwijder het deksel van het reservoir. c. Trek langzaam de remhendel aan en houd het oppervlak van de remvloeistof in de gaten. Als alle interne componenten goed werken, zal er een klein beetje vloeistof door het vloeistofoppervlak in het reservoir omhoogkomen. d. Installeer het deksel van het reservoir. Raadpleeg de servicehandleiding voor de juiste aanhaalmomenten. | |
| 3. | Raadpleeg de servicehandleiding en installeer de hoofdzekering. | |
Controleer of alle lampen en schakelaars goed werken voordat u de motorfiets gebruikt. Indien de bestuurder slecht zichtbaar is, kan dit ernstig of dodelijk letsel tot gevolg hebben. (00316a) | ||
| 4. | Draai de contact-/lichtschakelaar in de stand IGNITION (ontsteking) en controleer de juiste werking van de lampen en schakelaars. | |
| 5. | Knijp de remhendel in om de remlichten te testen. |
Set | Onderdeel | Beschrijving (aantal) | Onderdeelnummer |
|---|---|---|---|
55900023 | 1 | Onderlegring (4) | 6366 |
2 | Stuurklem | Niet afzonderlijk verkrijgbaar | |
3 | Stuurverhoger (2) | Niet afzonderlijk verkrijgbaar | |
4 | Bout, inbuskop (4) | 3494A | |
55900165 | 3 | Stuurklem | Niet afzonderlijk verkrijgbaar |
2 | Stuurverhoger (2) | Niet afzonderlijk verkrijgbaar | |
4 | Bout, inbuskop (4) | 3494A | |
55900166 | 2 | Stuurklem | Niet afzonderlijk verkrijgbaar |
3 | Stuurverhoger (2) | Niet afzonderlijk verkrijgbaar | |
4 | Bout, inbuskop (4) | 3494A | |
Items genoemd in de tekst, maar niet in de set inbegrepen. | |||
A | Stuur | ||