Onderdeelnummer | Beschrijving | Gebruik |
|---|---|---|
41731-82 | Verzinkt koper | Modellen van 1984 t/m 1989 |
41731-88A | Staal met rubberen ring | Modellen van 1990 t/m 1995 |
Beschrijving (aantal) | Onderdeelnummer |
|---|---|
Remleiding | Niet afzonderlijk verkrijgbaar |
P-klem voor snelheidsmeterkabel | 9990W |
Afstandsstuk | 52103-31 |
| 1. | Raadpleeg de gebruikershandleiding en volg de instructies om het zadel te verwijderen en de minkabel (zwart) van de minpool (-) van de accu los te koppelen. Bewaar alle bevestigingsmaterialen van het zadel. | |||||||||||||
Indien DOT 5-remvloeistof in de ogen komt, kan dit irritatie, zwelling en rode ogen veroorzaken. Voorkom dat het in uw ogen komt. Spoel uw ogen bij contact met veel water uit en raadpleeg een arts. Indien grote hoeveelheden DOT 5-remvloeistof worden ingeslikt, kan dit het spijsverteringsstelsel irriteren. Raadpleeg een arts als u deze hebt ingeslikt. In goed geventileerde ruimten gebruiken. BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN. (00144b) | ||||||||||||||
| 2. | Zie Afbeelding 1. Draai het stuur zo dat de ontluchtingsnippel (1) van één van de voorremklauwen vrijwel verticaal staat. Open de ontluchtingsnippel op die remklauw. Plaats het ene uiteinde van een stuk kunststofslang over de ontluchtingsnippel van de remklauw en het andere uiteinde in een geschikte opvangbak. Open de ontluchtingsnippel ongeveer een halve slag. Knijp de remhendel meerdere keren in om de remvloeistof uit de remleiding af te tappen. Draai het stuur zo dat de ontluchtingsnippel van de andere remklauw vrijwel verticaal staat. Herhaal het ontluchten voor de tweede remleiding. |
Afbeelding 1. Remvloeistof aftappen | ||||||||||||
Vervang de remleidingpakkingen. Het opnieuw gebruiken van oorspronkelijke pakkingen kan ertoe leiden dat de remmen niet meer functioneren, waardoor u de controle over de motorfiets kunt verliezen met ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00318a) | ||||||||||||||
| 3. | Verwijder de bout en twee remleidingpakkingen om de remleiding van de hoofdremcilinder los te koppelen. Bewaar de bout en gooi de pakkingen weg. | |||||||||||||
| 4. | Zie Afbeelding 2. Verwijder bout (2) en onderlegring (3) (en op vroege modellen de klem van de snelheidsmeterkabel, item 4) om het T-stuk van de voorremleiding (1) van de balhoofdplaat los te koppelen. Verwijder de vulring (5) onder het T-stuk. Gooi de klem van de snelheidsmeterkabel weg maar bewaar de bout, onderlegring en vulring voor de montage later. |
Afbeelding 2. FLT voorremleiding (voorbeeld) | ||||||||||||
| 5. | Verwijder de bout en twee remleidingpakkingen om de remleiding van de remklauwen los te koppelen. Bewaar de bouten en gooi de pakkingen weg. | |||||||||||||
| 6. | Noteer het precieze verloop van de remleiding, en verwijder vervolgens de remleiding van de motorfiets. |
| 1. | Plaats een nieuwe voorremleiding op de motorfiets en leid deze op dezelfde manier als de oorspronkelijke. OPMERKING Op vroege modellen waren de remleidingpakkingen (banjo onderlegringen) van verzinkt koper. Latere pakkingen waren staal met in het midden een rubberen ring. Het is belangrijk dat de nieuwe pakkingen van hetzelfde type zijn als de oorspronkelijke. De banjobout is voor een bepaald type pakking ontworpen en het verwisselen van de pakkingen kan lekkage in de remleiding veroorzaken. Zie Tabel 1. | |
MEDEDELING Voorkom lekkage. Zorg ervoor dat de pakkingen, banjobout(en) en remleiding schoon en onbeschadigd zijn voordat u deze monteert. (00323a) | ||
| 2. | Plaats een nieuwe remleidingpakking op beide zijden van de bovenste remleidingfitting (banjofitting). Steek de (eerder verwijderde) banjobout door de pakkingen en de fitting. Houd de nieuwe remleiding in de juiste positie en plaats de bout in de hoofdremcilinder en de remklauw. Draai de bout niet verder aan dan nodig is om de banjofitting in de juiste stand te houden. | |
| 3. | Plaats een nieuwe remleidingpakking op beide zijden van de onderste remleidingfittingen (banjofittingen). Steek de (eerder verwijderde) banjobouten door de pakkingen en de fittingen. Houd de nieuwe remleiding in de juiste positie en plaats een bout in beide remklauwen. Draai de bout niet verder aan dan nodig is om de banjofitting in de juiste stand te houden. | |
| 4. | Zie Afbeelding 2. Plaats het T-stuk van de remleiding (1) op de balhoofdplaat met de standaard (OE) vulring (5) onder het T-stuk (zie afbeelding). Steek de standaard (OE) bout (2) door de standaard (OE) onderlegring (3). Plaats bij modellen van 1984 t/m 1987, de snelheidsmeterkabel in de nieuwe klem (4) uit de set. Steek de bout (2) door de nieuwe vulring (6) uit de set en door de klem voor de snelheidsmeterkabel (4). Monteer bij ALLE modellen de bout (2) door het T-stuk en de vulring (5) en haal de bout aan tot 13,6–20,3 N·m (120–180 in-lbs). | |
| 5. | Controleer de remleidingen over de hele lengte om er zeker van te zijn dat de leiding niet gedraaid is of enig onderdeel van de motorfiets raakt . Stel af indien nodig. | |
| 6. | Bij modellen met verzinkte koperen remleidingpakkingen: Haal de bouten bij de banjofittingen op de hoofdremcilinder en de remklauwen aan tot 41–47 N·m (30–35 ft-lbs). Bij modellen met stalen remleidingpakkingen met rubberen middenstuk: Haal de bouten bij de banjofittingen op de hoofdremcilinder en de remklauwen aan tot 23–30 N·m (17–22 ft-lbs). | |
| 7. | Verwijder het hoofdcilinderdeksel. Zet de motorfiets rechtop zodat de hoofdcilinder horizontaal staat. | |
| 8. | Voeg volgens de instructies in de gebruikershandleiding nieuwe DOT 5-remvloeistof toe aan het hoofdcilinderreservoir tot het vloeistofpeil 3,2 mm (0.12 in) onder de bovenkant staat. Gebruik de oude remvloeistof niet opnieuw. | |
Als het ontluchtingsgaatje is afgedekt of geblokkeerd, kunnen de remmen gaan slepen of vergrendelen, waardoor u de controle over de motorfiets kunt verliezen, wat kan leiden tot ernstig of dodelijk letsel. (00288a) | ||
| 9. | Controleer de juiste werking van het ontluchtingsgaatje van de hoofdremcilinder. Knijp de remhendel in. Als alle interne componenten goed werken, zal er een klein beetje vloeistof door het vloeistofoppervlak in het reservoir omhoogkomen. | |
| 10. | Voeg DOT 5-remvloeistof toe aan het hoofdcilinderreservoir tot het vloeistofpeil 3,2 mm (0.12 in) onder de bovenkant staat. | |
| 11. | Knijp de remhendel in en houd deze ingeknepen om hydraulische druk op te bouwen. | |
| 12. | Open de ontluchtingsnippel ongeveer een halve slag. Nu stroomt remvloeistof vanaf de ontluchtingsnippel door de leiding. Sluit de ontluchtingsnippel als de remhendel de helft tot driekwart van zijn volle bereik heeft bereikt. Laat de remhendel langzaam terugkeren naar zijn vrije stand. | |
| 13. | Herhaal stap 10 t/m 12 totdat alle luchtbellen zijn ontsnapt. | |
| 14. | Draai de ontluchtingsnippel ten slotte aan tot 9–11,3 N·m (80–100 in-lbs). Installeer de dop op de ontluchtingsnippel. | |
| 15. | Herhaal de stappen 12 t/m 14 met de ontluchtingsnippel van de andere remklauw. | |
| 16. | Voeg remvloeistof toe aan het hoofdcilinderreservoir tot het vloeistofpeil 3,2 mm (0.12 in) onder de bovenkant staat. Draai de bouten van de deksel van het hoofdcilinderreservoir ten slotte aan tot 0,7–0,9 N·m (6–8 in-lbs). OPMERKING Controleer of de contact-/koplampsleutelschakelaar in de stand OFF (uit) staat voordat u de accukabel aansluit. | |
| 17. | Controleer of de contactsleutelschakelaar in de stand OFF (uit) staat. Breng een dunne laag Harley-Davidson smeermiddel voor elektrische contacten (onderdeelnr. 99861-02), vaseline of corrosiewerend middel aan op de minpool van de accu. Raadpleeg de gebruikershandleiding en volg de instructies voor het aansluiten van de minkabel van de accu. | |
Trek het zadel na de montage even omhoog om er zeker van te zijn dat het in de positie is vergrendeld. Tijdens het rijden kan een loszittend zadel verschuiven, waardoor men de controle over de motorfiets kan verliezen met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00070b) | ||
| 18. | Raadpleeg de gebruikershandleiding en volg de instructies voor het monteren van het zadel. | |
Na het repareren van het remsysteem dient u de remmen met lage snelheid te testen. Als de remmen niet goed functioneren kan testen bij hoge snelheden er toe leiden dat u de controle over de motorfiets kunt verliezen, met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00289a) | ||
| 19. | Maak een proefrit met de motorfiets. Als de rem sponsachtig aanvoelt, herhaal dan de ontluchtingsprocedure. |