Speciale gereedschappen
BeschrijvingOnderdeelnummerAant.
RIEMSPANNINGSMETER
HD-35381-A
1

Algemeen
Op het binnenste tandoppervlak van de secundaire riem is een dunne laag polyethyleensmeermiddel aangebracht. Deze coating slijt af zodra de nieuwe motor gebruikt wordt en geeft het riemmateriaal een glanzend uiterlijk. Dit is normaal en geeft niet aan dat de riem versleten is.
Zie Onderhoudsschema → Algemene service-intervallen: Softail-modellen → Algemene service-intervallen: 2010 Softail-modellen. De riemspanning wordt in de fabriek ingesteld en moet na de eerste 1.600 km (1000 mi) en daarna periodiek worden gecontroleerd.
Doorbuiging controleren
Zie Afbeelding 1. Controleer de riemdoorbuiging daar waar de riem het meest los aanvoelt, met de versnelling in neutraal en de motorfiets op omgevingstemperatuur. Gebruik, terwijl de motorfiets op de zijstandaard rust, de RIEMSPANNINGSMETER (Onderdeelnummer:HD-35381-A) om een kracht van 4,5 kg (10 lb) op het midden van het onderste deel van de riem te zetten.
De riemdoorbuiging moet tussen de specificaties vallen zoals afgebeeld in Tabel 1. Indien de riemspanning moet worden aangepast, neem dan contact op met een Harley-Davidson-dealer of volg de instructies in de betreffende servicehandleiding.
WAARSCHUWING
Het wiel en de remklauw moeten in lijn staan. Indien u rijdt met een verkeerd uitgelijnd wiel of verkeerd uitgelijnde remklauw, dan kan de remschijf gaan slepen, waardoor u de controle over de motor verliest met mogelijk ernstig of dodelijk letsel tot gevolg. (00050a)
Controleer de positie van de achterremklauw op de achterremschijf. De schijf moet correct (niet slingerend) in de remklauw zijn geplaatst.
Tabel 1. Riemdoorbuiging
MODELLEN
INCH
MILLIMETER
FLSTN, FLSTSB, FLSTFB (Lo)
1/4-5/16
6,4-7,9
Alle overige modellen
9/16-5/8
14,3-15,9
1Versnellingsbaktandwiel
2Achtertandwiel
3Kracht van 4,5 kg (10 lb)
4Doorbuiging
Afbeelding 1. Doorbuiging van riem controleren