Olie aftappen
MEDEDELING
Wissel niet steeds van smeermiddelmerk. Sommige smeermiddelen gaan een chemische reactie aan wanneer ze worden gemengd. Indien smeermiddelen van inferieure kwaliteit worden gebruikt, kan de motor beschadigd raken. (00184a)
WAARSCHUWING
Zorg ervoor dat er bij het verversen van vloeistof of smeermiddel niets op de banden, wielen of remmen wordt gemorst. De grip op de weg kan hierdoor negatief worden beïnvloed, met mogelijk verlies van controle over de motor en ernstig of dodelijk letsel als gevolg. (00047d)
  1. Rijd de motor om te controleren of de normale bedrijfstemperatuur is bereikt. Zet de motor af.
  2. Plaats een geschikte opvangbak onder de motorfiets.
  3. Verwijder de plug uit het olievulgat. Vervang de O-ring als hij gescheurd of beschadigd is.
  4. Zie Afbeelding 1. Verwijder de linker motorolieaftapplug uit het carter. Veeg eventueel opgehoopt vuil van de magnetische punt van de aftapplug en vervang de aluminium onderlegring.
  5. Zie Afbeelding 2. Verwijder de rechter olieaftapplug uit het koppelingsdeksel. Veeg eventueel opgehoopt vuil van de aftapplug en vervang de aluminium onderlegring
  6. Kantel de motorfiets, nadat alle olie is afgetapt, naar rechts om eventueel achtergebleven olie uit de rechterkant van de motor te verwijderen.
1Olieaftapplug in carter
2Bevestigingsmaterialen oliefilterdeksel
Afbeelding 1. Olieaftapplug in carter (linkerkant): Buell 1125-modellen
Afbeelding 2. Aftapplug motorolie (rechterkant): Buell 1125-modellen
Filterelement vervangen
OPMERKING
1. Als het oliefilterelement moet worden vervangen, ga dan als volgt te werk:
a. Zie Afbeelding 1. Verwijder de twee schroeven om het oliefilterdeksel los te maken. Haal het filterelement uit de kap.
b. Reinig het deksel en de oliefilterinkeping in het carter. Verwijder eventueel vuil.
OPMERKING
Het rubberen contactoppervlak past in het gat in het motorcarter en sluit het filter af van de oliedoorlaatopeningen in het carter.
2. Plaats het nieuwe oliefilterelement (onderdeelnr. Q1064.1AM), indien deze werd verwijderd.
a. Breng een dunne laag schone motorolie aan op het rubberen contactoppervlak van het nieuwe oliefilterelement.
b. Zie Afbeelding 3. Druk het nieuwe oliefilterelement stevig vast in het deksel.
c. Draai het oliefilterdeksel (met filter) in het carter met de twee schroeven. Haal de schroeven aan tot 11 N·m (97 in-lbs).
Afbeelding 3. Oliefilterelement: Buell 1125-modellen
Vul met olie
1. Plaats de beide aftappluggen weer terug, nadat alle olie is afgetapt.
a. Draai de linker motorolieaftapplug aan tot 25 N·m (18 ft-lbs).
b. Draai de rechter motorolieaftapplug aan tot 15 N·m (11 ft-lbs).
2. Vul de olietank via het vulgat. Raadpleeg Onderhoud en smering → Motorsmering: Buell 1125-modellen → Aanbevolen motoroliën en Tabel 1.
3. Installeer de plug. Zorg dat u de plug helemaal inschroeft.
OPMERKING
Om de installatie te vergemakkelijken brengt u een dunne laag schone motorolie aan op de O-ring van de olievulplug.
WAARSCHUWING
Perslucht kan door de huid heen dringen en rondvliegende deeltjes uit de perslucht kunnen ernstig oogletsel veroorzaken. Draag een veiligheidsbril wanneer u met perslucht werkt. Gebruik nooit uw hand om te controleren op luchtlekkages of om na te gaan hoe snel de lucht stroomt. (00061a)
4. Inspecteer de oliekoelervinnen op vuil of beschadigingen. Blaas vuil op de vinnen vanaf de binnenkant van de koeler met perslucht weg.
5. Neem eventueel op het voertuig gemorste olie op.
6. Start de motor. Controleer of het oliedrukcontrolelampje op het instrumentenpaneel na enige seconden dooft wanneer het motortoerental 1000 omw/min of hoger is.
7. Controleer het oliefilterdeksel, de aftappluggen, slangen en oliekoeler op lekkages.
8. Controleer het (hete) oliepeil. Zie Onderhoud en smering → Oliepeil.
Tabel 1. Olie-inhoud
OLIE VERVANGEN
L
qt
Zonder filter
2,9
3,0
Met filter
3,2
3,3